Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Daan Roovers, de nieuwe Denker des Vaderlands: 'Waarom zou mijn mening interessanter zijn dan de jouwe?’

Religie en Filosofie

Leonie Breebaart

Daan Roovers, Denker des Vaderlands © Maartje Geels

Filosoof Daan Roovers is benoemd tot de nieuwe Denker des Vaderlands. Dat maakt de stichting Maand van de Filosofie dinsdagmiddag bekend. Roovers, voormalig hoofdredacteur van Filosofie Magazine en onder andere drijvende kracht achter De Nacht van de Filosofie, is de opvolger van René ten Bos.

Verwacht van de nieuwe Denker des Vaderlands geen stevige meningen over vlees eten of over migratie. Daan Roovers leidt liever debatten waarbij iedereen aan het woord komt.

Lees verder na de advertentie

In haar kantoor aan het Amsterdamse WG-terrein, een voormalig ziekenhuiscomplex, zet Daan Roovers twee mokken koffie neer op een houten bureau. “Ik drink veel koffie”, verklaart de nieuwe Denker des Vaderlands, die nu al een druk leven leidt en straks om de haverklap gebeld zal worden om filosofisch commentaar, terwijl ze ook nog vaker van huis zal zijn om debatten te voeren en te leiden. Daan Roovers (Veghel, 1970) heeft even geaarzeld voordat ze ‘ja’ zei tegen haar nieuwe taak. Als we elkaar eind februari spreken, is het nieuws nog vers. Haar zoontjes weten nog van niks. “Misschien vertel ik het ze met carnaval.”

Mensen denken dat elke uitspraak of elk vooroordeel dat je uitspreekt bijzondere bescherming verdient. Dat is denk ik een groot misverstand

Wie Daan Roovers een beetje kent, kan het amper verbazen dát ze werd gevraagd. Als docent publieksfilosofie aan de Universiteit van Amsterdam, als ex-hoofdredacteur van Filosofie Magazine, als drijvende kracht achter De Nacht van de Filosofie en talloze andere evenementen is Roovers al jarenlang de publieksfilosofie in persoon. Zelfs deze erebaan is deels haar idee. Acht jaar geleden stond ze hoogstpersoonlijk met een fles champagne op de stoep bij Hans Achterhuis om hem te verklaren tot eerste Denker des Vaderlands. Daarna volgden René Gude, Marli Huijer en René ten Bos.

Waarom ze niet eerder is benoemd tot Denker des Vaderland? “Haha, je kunt ook zeggen, waarom niet later?”, lacht Daan Roovers. Misschien te bescheiden. Want dát zou je wel in kunnen brengen tegen deze Denker des Vaderlands: ze lijkt er vooral op uit anderen aan het woord te laten en ‘op het podium te hijsen’, zoals een collega het uitdrukt. Dat is ook de reden dat ze geen groot filosofisch oeuvre bijeen geschreven heeft, al verscheen in 2017 nog het filosofisch essay ‘Mensen maken. Nieuw licht op opvoeden’.

Hoe maak je van mensen, niet alleen van kinderen, politiek bewuste burgers? Dat is het grote thema dat Daan Roovers bezighoudt. Daarbij vormen haar kinderen wel een inspiratiebron. Het interviewboek ‘Wij zijn de politiek’, dat ze met Marc van Dijk maakte, begint met een opmerking van één van haar twee zoontjes. Die denkt na alle filosofische gesprekken in huize Roovers wel iets van Spinoza begrepen te hebben. Van Spinoza mocht je toch alles zeggen? “Nou, dan zeg ik ‘kut’!”

Alleen is ‘kut’ natuurlijk geen mening. Roovers: “Mensen denken dat elke uitspraak of elk vooroordeel dat je uitspreekt bijzondere bescherming verdient. Dat is denk ik een groot misverstand. De vrijheid van meningsuiting is een politiek recht van burgers ten opzichte van de overheid. Niet van kinderen ten opzichte van hun ouders, of van burgers ten opzichte van elkaar. En bij die vrijheid hoort trouwens dat je bereid bent om je mening ter discussie te stellen en kritiek van anderen aan te nemen. Dát is het publieke debat.”

Daan Roovers: ‘In de publieke sfeer gaat het erom dat iedereen gehoord wordt.’ © Maartje Geels

Hebt u dat van huis uit meegekregen, die passie voor debatteren en filosoferen?

“Als tiener was ik wel geïnteresseerd in de wereld en het nieuws, maar we lazen vroeger alleen het Brabants Dagblad, en heel af en toe op zaterdag De Telegraaf. Ik kom uit een heel gewoon CDA-milieu, waar niemand ooit van het woord filosofie had gehoord of sterke intellectuele ambities had. Mijn moeder werd op haar veertiende nog gewoon het aardbeienveld in gestuurd. Zelf droomde ik er een tijdje van Prins Carnaval te worden. Of liever nog pastoor. Dat was belangrijk werk. De pastoor was erbij op cruciale momenten, bij begrafenissen, bij de doop, bij het 25-jarig huwelijk van mijn ouders. Alleen kon je als meisje geen pastoor worden en ook geen prinses Carnaval.”

Toch bent u wel gaan studeren, alleen geen filosofie maar medicijnen.

“Ook zo’n typische meisjeskeuze. Als ik een jongen was geweest, was ik iets exacts gaan studeren, scheikunde of zo, want dat boeide me. Maar omdat ik een meisje was, dacht ik: ik moet hulp bieden. Dat bleek een misverstand.”

Wanneer merkte u dat?

“Toen ik medicijnen studeerde in Nijmegen, ben ik gewoon maar eens een college filosofie binnengelopen. Ze waren al een half jaar bezig, maar de docent was nog steeds bezig met uitleggen wat filosofie was. Filosofie was volgens hem de strijd tegen vooroordelen. Prachtige definitie, vind ik nog steeds. Ik heb echt keihard gewerkt voor die colleges, veel harder dan voor medicijnen. Want we kregen elke week een andere filosoof, we begonnen bij Galileo Galilei, niet echt een filosoof natuurlijk, en we kwamen uit bij Wittgenstein. Dat was elke week een ander wereldbeeld! Elke keer dacht ik: nú weet ik hoe het zit. En dan moest ik het wéér aanpassen. Wat zullen we volgende week nou weer krijgen, dacht ik. Maar zo leer je je oordeel wel uitstellen.”

Intussen bent u wel doorgegaan met medicijnen.

“Met filosofie was natuurlijk geen droog brood te verdienen, dacht ik. Van die medicijnenstudie heb ik achteraf trouwens geen spijt. De meeste filosofen zijn niet zo bèta. Als ik een exacte kwestie voor me krijg, denk ik: dat kan ik wel snappen.”

Na dat éne college liet de filosofie Daan Roovers niet meer los. Omdat ze naast haar studie medicijnen, filosofie en meerdere bijbaantjes nog tijd over had, werd ze stagiaire bij Filosofie Magazine, dat toen nog ‘niks voorstelde’. Eén van haar collega’s in de publieksfilosofie, Regine Dugardyn, herinnert zich haar als een ‘echt punkmeisje’ dat met een ‘heel oud autootje’ uit Nijmegen naar Leusden kwam rijden en zoveel shag rookte dat ze door de redactie ‘Daan Rokers’ werd genoemd. Samen met Erno Eskens en René Gude vormde ‘Daan’ al snel een hecht driemanschap dat op vakantie ging met een kofferbak vol boeken en dat plannen smeedde om filosofie en het grote publiek bij elkaar te brengen. Die rol bleek haar op het lijf geschreven. Dugardyn: “Ik ken niemand die met vakantie zoveel filosofie leest als Daan. Ze is academisch heel goed. Maar ze gaat ook gewoon met haar kinderen naar de Efteling en niet skiën of zo. Ze is absoluut geen intellectuele snob.”

© Maartje Geels

U speelt ook accordeon, begreep ik. Dat draagt wel bij aan het volkse imago.

Roovers: “Volks, dat klinkt dan weer zo opportunistisch. Vroeger moest je laten zien dat je niet van de straat was. Nu moet je laten zien dat je ‘volks’ bent. Maar ik houd gewoon van carnaval en ik heb ook altijd gehouden van de Zangeres Zonder Naam. En van André Hazes en Don Mercedes. Ik vind dat écht mooi, snap je? Vandaar die accordeon. Het is wel zo dat je via zo’n hobby ook nog eens met andere werelden in aanraking komt. Ik volg accordeonisten op Twitter en Facebook en dan krijg je toch weer andere petities voor ogen dan alleen die van mijn collega’s aan de universiteit.”

Wat binnen dat debat mijn eigen mening is, vind ik minder relevant. Daarin verschil ik wel van mijn voorgangers Marli Huijer en René ten Bos

In het boek dat u met Marc van Dijk maakte, zegt u dat u wilt opkomen voor het politieke midden. Dat klinkt helemaal als het CDA, die partij wil dat ook.

“Haha, ja misschien kom ik daar wel terug. Maar voorlopig nog niet! Ik heb wel de indruk dat je in de media vooral extreme opvattingen terugvindt. Ik begrijp de amusementswaarde wel. Ik ben ook hoofdredacteur geweest; ik weet dat extreme opinies meer aandacht trekken. Maar het politieke midden voelt zich niet gehoord. Dat merk ik bijvoorbeeld als ik mensen in mijn geboorteplaats Veghel spreek. Mijn vaders verjaardag valt zo’n beetje samen met de intocht van Sinterklaas. Veel verder behoorlijk gematigde mensen zijn tegen die tijd al zo moe van de totaal gepolariseerde Zwarte Piet-discussie in de media, dat ze ineens veel stelliger vasthouden aan hun traditie. Terwijl ze best bereid zijn iets aan te passen. Felle debatten zijn misschien goed om een discussie op gang te brengen, maar op een bepaald moment houden ze juist verandering tegen. En ze vervreemden mensen van de politiek.”

Wat denkt u daaraan te doen?

“We moeten een ruimte veroveren waar mensen op gelijke voet in gesprek kunnen gaan. Waar je naar elkaar leert te luisteren. Een tijd lang dacht iedereen natuurlijk dat internet dat was, maar daar komen we nu van terug. Social media zijn in commerciële handen. Daardoor krijg je vooral standpunten te zien waarvan Google verwacht dat je er gevoelig voor bent. Dat versterkt juist het groepsdenken en het voedt de polarisatie. Terwijl je een platform nodig hebt waar je standpunten hoort die je nog niet kende.”

Zoals het standpunt van de Denker des Vaderlands.

“Wat binnen dat debat mijn eigen mening is, vind ik minder relevant. Daarin verschil ik wel van mijn voorgangers Marli Huijer en René ten Bos. Die kwamen vaak met stevige standpunten, over migratie bijvoorbeeld of over vlees eten. Dat heeft vast zijn merites, die stelligheid, maar zelf geloof ik daar niet in. Waarom zou mijn mening interessanter zijn dan de jouwe? In het publieke debat telt elke mening even zwaar, zegt filosofe Hannah Arendt, daar maakt het niet uit hoeveel geld of macht je heb, of hoeveel diploma’s. In de privésfeer is dat natuurlijk anders en in je werk ook, want ouders en werkgevers hebben een zwaardere stem in beslissingen. Maar in de publieke sfeer gaat het erom dat iedereen gehoord wordt.”

U organiseert liever debatten dan uw eigen mening te verkondigen. Maar waarom zou het publiek niet mogen profiteren van uw inzichten? U weet toch ook heel veel?

“Ik heb natuurlijk veel gelezen. Ik ken ook veel mensen in de filosofie. Soms voel ik me de conservator van het Rijksmuseum en zou ik willen zeggen: kijk daar eens naar! En daarnaar! Maar alleen maar wijzen naar grote filosofen vind ik toch een beetje topdown. Publieksfilosofie is niet een soort filosofie voor dummies. We gaan Plato eens even uitleggen in Jip- en Janneke taal. Toch zie ik die mentaliteit nog wel eens aan de universiteit. Zo van: wij filosofen willen het best even uitleggen, maar dan moeten jullie, gewone mensen, nu even netjes stilzitten en luisteren. Dat vind ik niet zo interessant. Ik wil liever in gesprek met mensen. Dat is dan misschien mijn volkse achtergrond.”

Dus als we u straks gaan bellen voor uw mening over de brexit of over Mark Rutte of over het leenstelsel voor studenten, wat kunnen we dan verwachten?

“Als jij om mijn mening zou vragen, zou ik ook meteen om jouw mening vragen, snap je? En dan kijken of we het eens kunnen worden of waarover we het oneens blijven. Ik wil een gesprek op gang brengen over de actualiteit. Waarom vinden we dit onderwerp nú zo belangrijk? En wat gebeurt er als je er heel anders tegenaan kijkt? Op mijn website staat een licht aangepaste definitie van Cornelis Verhoeven. ‘Filosofie is ruimte creëren in je hoofd om hetzelfde anders te zien.’ In die ruimte blijkt je mening ineens niet meer zo vanzelfsprekend. Het kan volkomen logisch lijken dat er meer geld naar het onderwijs moet. Maar is dat zo? Dat hangt er vanaf wat je van het onderwijs verwacht. Moeten we het daar niet eerst over hebben? Ik zou dus meer naast het debat willen staan en er vanaf de zijkant een ander licht op werpen om de geesten los te maken. Je hebt niet alleen A en B, maar ook nog een heleboel andere mogelijkheden.”

Marc van Dijk: Wij zijn de politiek. Het denken van Daan Roovers. Uitgeverij AmboAnthos; 55 blz. € 12,99

Tijdens de Maand van de Filosofie, die dit weekeind begint, zal Daan Roovers op diverse plaatsen van de partij zijn. Raadpleeg: www.maandvandefilosofie.nl/agenda/avondvandefilosofie

Lees ook: 

Filosofie moet de cultuur doordrenken

Wat Daan Rovers, René Gude en Erno Eskens wilden met de Nacht  van de Filosofie. “Het probleem met beroemde filosofen is dat niemand ze kent”. 

We willen filosofie naar de mensen brengen

Hoe Daan Roovers en René Gude Filosofie Magazine tot een succes maakten. “Een filosofisch tijdschrift beginnen was eigenlijk een volkomen vergissing.”

Deel dit artikel

Mensen denken dat elke uitspraak of elk vooroordeel dat je uitspreekt bijzondere bescherming verdient. Dat is denk ik een groot misverstand

Wat binnen dat debat mijn eigen mening is, vind ik minder relevant. Daarin verschil ik wel van mijn voorgangers Marli Huijer en René ten Bos