Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Beginneling verliest de controle

Religie en Filosofie

Stephan Sanders

'Ik neem het woord God in de mond, om te zien of ik het kan uitspreken zonder te giechelen' © Martien ter Veen
Column

Stephan Sanders ging een beetje proefgeloven. 'Ik neem het woord God in de mond, om te zien of ik het kan uitspreken zonder te giechelen', zei hij in Trouw. Op deze plek doet hij maandelijks verslag van zijn vorderingen.

En zo ben ik, geboren en getogen in Nederland er toch nog in geslaagd een 'nieuwkomer' te worden, zoals de neutrale naam luidt voor hier wonende migranten of, inmiddels minder neutraal: 'allochtonen'. Door mijn wending tot het geloof betreed ik een wereld die ik vagelijk van vroeger ken, maar die toch grotendeels nieuw voor me is.

Als je jong bent valt zo'n ontdekking samen met de hele wereld die nog verkend moet worden: daar kan het geloof ook nog wel bij. Maar de middelbare man die na jaren dubben werk maakt van het onbestemde religieuze verlangen dat op de bodem van zijn Zelf heeft liggen fermenteren, is al behoorlijk gevormd. Ik bedoel nu niet het rooms-katholieke sacrament, maar de zelfbepaling en zelfdefinitie die in je jeugd nog het aanzien hebben van een schone lei, maar die inmiddels zijn vol gekrast met ervaringen en inzichten.

Lees verder na de advertentie

Zo iemand heeft de illusie dat-ie al flink wat van de wereld begrijpt. Nieuwkomer? Oudgediende zal je bedoelen. Maar in die hernieuwde kennismaking met het geloof kan je anciënniteit niet als een bonus innen.

"En hij die op de troon zit, zei: 'Zie ik maak alle dingen nieuw'" (Openbaring 21 : 5). En dat zou dan ook voor mij moeten gelden, met die al gehavende rugzak die ik achter me aansleep.

De nieuw-bekeerde heeft een dubieuze reputatie. Zo'n man of vrouw ontbreekt het aan geloofservaring, en de bedachtzaamheid die daarbij wordt ontwikkeld. Ineens moet alles anders, en wel nu. De nieuw-bekeerde dreigt de trekken aan te nemen van de fanaticus, die zijn pas gevonden geloof als slijpsteen gebruikt om alles en iedereen op z'n tekortkomingen te wijzen.

Absolute beginner

Een bekentenis: ik word heen en weer geslingerd tussen deemoed en hybris. Deemoed, want een 'absolute beginner' in geloofszaken. Hybris, want toch ook filosofie gestudeerd, en geleefd. Voordat ik het besef, heb ik een hele theorie in elkaar geknutseld die origineel is en verrassend en vooral toch vol zit van mij en mijn eigendunk.

Het gebrek aan geloofservaring leidt in zo'n geval tot een doorzichtige vorm van overcompensatie.

Een ander, werelds voorbeeld: als twintiger kwam ik vaak in aanraking met antiracistische groepen, die naast het racisme ook de aandrift vertoonden om elkaar te bestrijden: wie was eigenlijk de flinkste onder ons, wie had het meeste recht van spreken? De meeste activisten waren toen nog blank, of 'wit', zoals ze toen al voorzichtig uitprobeerden, ik droeg die Zuid-Afrikaanse gemengdheid mee, en natuurlijk waren er ook 'echte zwarte' mensen, met een jeugd gesleten in een Afrikaans of Caraïbisch land.

Wat mij toen al opviel: juist de 'witten' en licht gekleurden, in Nederland geboren, kon het niet driest en radicaal genoeg zijn: stop met het geschipper. Toen al zag ik hoe het mechanisme werkt, hoe er naar een aflaat werd gezocht om de raciale en etnische geloofsbrieven, die op het eerste gezicht niet overtuigden, te overstemmen met pure wilskracht en overmoed.

Plus royaliste que le roi. Roomser dan de Paus.

Ik betreed een wereld die ik van vroeger ken, maar toch grotendeels nieuw voor me is

Pijnlijk

Ik ontving een mooie, handgeschreven brief van een Trouw-lezer, naar aanleiding van deze stukken over geloof. Ik citeer: 'Tot op heden klonken uw verslagen over de nieuwe weg die u begaat authentiek. In uw laatste aflevering (over de doop, St.S.) begint u aan een zelfstandige verkondiging. Met dit laatste zou ik nog even wachten, tot de bestemde tijd."

Ik vond die woorden even pijnlijk, maar vooral toch treffend. Deze briefschrijver wees me op een gevaar, dat ik zelf enigszins voorvoelde: de aandrang om met het enthousiasme van de beginneling voorbij te gaan aan misschien wel het moeilijkste element van het geloof: dat van de overgave.

Voortdurend klinkt er een 'ja maar, ja maar...' in mijn hoofd. Het lijkt op de puberale afweer, waarmee ik verzet bood tegen al te stellige leraren op de middelbare school.

Het is de onwelwillendheid waarmee ik geleerd heb elke autoriteit tegemoet te treden - de jaren '60 zijn werkelijk ingedaald in de jaren '70, de revolutie had toen ook het Twentse lyceum bereikt. Mijn eerste reactie is spontaan: 'Klopt dat nu wel?' Kleine meester van het wantrouwen.

Tuimeling

Het is een mooie, journalistieke aandrift, maar in geloofszaken kom je er uiteindelijk niet mee weg. Er moet een sprong worden gemaakt, die niet wetenschappelijk reproduceerbaar is.

Dat is als tuimelen in een afgrond, die de Amerikaanse dichter en schrijver Christian Wiman uiteindelijk betitelt als 'Mijn heldere afgrond', maar die je aanvankelijk enkel ervaart als een gevoel van controleverlies.

Het controleverlies dat drank kan bewerkstelligen ken ik, maar de geloofsovergave treed ik tegemoet als een geheelonthouder.

Telkens mijn geneigdheid om vooruit te lopen op het geloof dat ik soms, even heb gevonden. Of, zoals Christian Wiman het simpelweg benoemt: 'Ik wilde meer zeggen dan ik kan zeggen'.

De bluf moet eraf.

(Mijn heldere afgrond - Overpeinzingen van een modern gelovige, Christian Wiman, vertaald door Willem Jan Otten, Brandaan, 2016.)

Deel dit artikel

Ik betreed een wereld die ik van vroeger ken, maar toch grotendeels nieuw voor me is