Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Arts en filosoof Bert Keizer: 'Ik ben geen moordenaar'

Religie en Filosofie

Arjan Visser

Bert Keizer: 'Totale eerlijkheid bestaat niet.' © Mark Kohn
Tien geboden

In de serie 'tien geboden' interviewt Arjan Visser wekelijks bekende en minder bekende Nederlanders aan de hand van de Bijbelse tien geboden over hun leven, wereldbeeld en religie. Vandaag: arts, filosoof en schrijver Bert Keizer. 

Bert Keizer (Amersfoort, 1947) werkt twee dagen per week in de Levenseinde-kliniek, schrijft columns voor Medisch Contact, Filosofie Magazine en wekelijks in deze krant. Hij is gisteren 70 jaar geworden.

Lees verder na de advertentie

I Gij zult de Here uw God aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten

"God is een beetje zoals Donald Duck. Je kunt brieven schrijven naar Donald Duck - dat doen ook veel kinderen, en ze zijn ervan overtuigd dat hij alles leest - maar je kunt niet tegen hem zeggen: 'Kom, oom Donald, dan gaan we samen op vakantie'. In die zin bestaat Donald Duck niet. En in die zin bestaat God ook niet."

Als filosoof vraag ik je: waarom zou een vlieg zijn dood niet overleven en jij wel?

II Gij zult de naam van de Heer uw God niet zonder eerbied gebruiken

"Als iemand wil dat ik God met de hoofdletter G schrijf, dan doe ik dat meteen. Ik kan met een zeker sardonisch genoegen het Godsbeeld filosofisch te lijf gaan, maar daar moet wel een aanleiding voor zijn. Bijvoorbeeld als mensen me toespreken op een toon van 'ik vermoed nog veel religie in u', een beetje zoals mijn vader zei dat ik toch altijd een katholieke jongen zou blijven. Ik heb de eerste veertien jaar van mijn leven in die middeleeuwse kerststal van de katholieke kerk doorgebracht - terwijl de hele santekraam in de huizen van geestelijk volwassen mensen al lang was opgeruimd - dus zoiets laat zeker z'n sporen na. 

Dat is de wereld waar ik in geboren ben, dat is de kustlijn waar ik geestelijk van weg peddel: een wereld waarin de mens zich geborgen weet in de hand van God, een wereld waarin we niet toevallig zijn, waar naast het aardse ook het hemelse, het abstracte bestaat... Prachtig? Schei nou toch uit, Arjan! Het is aantrekkelijke onzin. Ja, wel aantrekkelijk. Ik vind het best jammer dat er geen leven is na de dood, maar als filosoof vraag ik je: waarom zou een vlieg zijn dood niet overleven en jij wel?"

III Gij zult de dag des Heren heiligen

"Vroeger had elke dag van de week nog een bepaalde kleur, tegenwoordig loopt alles zo'n beetje in elkaar over. Zeker sinds ik gestopt ben met werken. Een vrij weekend: het zegt me niets. Gisteren heb ik nog een euthanasie gedaan, gewoon omdat die mensen het graag op zondag wilden. Typisch hè? Ik heb na mijn pensioen meteen weer nieuwe plichten gezocht. Het is niet de motivatie die mensen willen horen, maar ik ben in de eerste plaats bij de Levenseindekliniek gaan werken omdat ik, zodra mijn kruiswoordpuzzeltje is opgelost, de deur uit wil om in een andere setting iets voor mensen te betekenen. Ik doe het niet omdat ik zo begaan ben met het lot van de mensheid; ik doe het omdat ik dit kan. Ik heb ervaring. Ik weet wat een sterfbed is. 

Tegelijkertijd is hulpverlening ook een vorm van machtsuitoefening. Daarom is hulpverlenen zo aantrekkelijk. Een echte Zenmeester kan de hele dag naar een stoel staren en denken dat hij het universum in de gaten heeft, maar mij lukt zoiets nog niet. Ik zie ertegenop om ouder te worden, niet alleen vanwege doodsangst; ik ben vooral bang voor een machteloos leven. Dat ik niet meer zelfstandig kan opstaan, aankleden, wassen, plassen of poepen. Dat ik geen boek meer kan bestellen omdat ik niet meer met de computer om kan gaan. Dat mijn ogen te beroerd zijn om het scherm te zien. Dat ik steeds slechter ga horen... 

Het kost me geen moeite om dit rijtje op te dreunen, omdat ik in het verpleeghuis altijd de verkeerde ouderdom heb gezien. En ik heb geen enkele garantie dat ikzelf niet op zo'n plek zal eindigen. Dat vind ik altijd zulk loos gelul, als mensen zeggen dat ze ervoor gaan zorgen dat ze daar nooit terecht zullen komen. Wat denk je nou? Dat de zestigduizend mensen die wel in verpleeghuizen wonen daar met plezier zijn ingetrokken? Moppie! Hoeveel controle denk je eigenlijk te hebben over je eigen lot?"

Hulpverlening is ook een vorm van machts­uit­oe­fe­ning, daarom is het zo aantrekkelijk

IV Eer uw vader en uw moeder

"Mijn moeder stierf toen ik elf was. Haar dood is geen allesverwoestende catastrofe voor mij geweest. Dries van Dantzig (psychiater, overleden in 2005, AV) wilde mij altijd aan de psychotherapie hebben, maar ik zei: 'Dries, daar heb ik geen behoefte aan'. Als ik nou in mijn relaties steeds dezelfde fout maak, vrouwen zoek die op mijn moeder lijken of mijn kinderen geen vertrouwen weet te geven... niet dat ik nou zo bijzonder ben, maar dat is gewoon niet mijn track-record.

Ze werd ziek in 1959, toen pas 54 jaar oud. Haar ziekbed staat me nog goed bij. Het duurde een jaar, dus haar dood kwam niet onverwacht. Mijn oudste zus, Chris, hield het gezin van acht mensen al heel goed draaiend. Ik weet nog dat mijn moeder de laatste sacramenten kreeg en hoe ze ons gerust probeerde te stellen: 'Het is maar uit voorzorg hoor.' En ik heb ook nog wel een Charles Dickens-verhaal voor je; hoe ik bij de Welpjes was gegaan en vol trots in mijn nieuwe uniform - waar de insignes nog met speldjes aan bungelden, klaar om te worden vastgenaaid - aan mijn moeders bed was verschenen en tevergeefs om aandacht had gevraagd... Zij lag inmiddels, in een hepatisch coma, met nietsziende ogen naar het plafond te staren. Een hartverscheurend tafereel. 

Ik zal ongetwijfeld erg verdrietig zijn geweest, maar daar kan ik me helemaal niets meer van herinneren. Wat ik wel heb onthouden is de zachte arm van de zuster om me heen. Ik moest als de jongste van het gezin natuurlijk wel extra getroost worden. De kapitein van het schip verdween, de bemanning had de taken overgenomen. Het hele gezin hielp mee in het huishouden. Het was een komen en gaan van vriendjes en vriendinnetjes. Er was muziek, eten, drinken en gedonderjaag: een vrolijke bende. Alles draaide op rolletjes, tot mijn vader in 1963 hertrouwde. Dat was voor ons, de kinderen, niet zo'n succes. Tante Tiny was toch een beetje een spelbreker. We verlieten in rap tempo het ouderlijk huis. Pas toen alle ruzies begraven waren en de eerste kleinkinderen werden geboren, kon die band zich weer herstellen.

Mijn vader was een lieve, vrome man. Als puber vond ik hem vooral erg saai. Als ik terugdenk aan die tijd - het gemak waarmee ik de kachel aanmaakte met zijn godsdienstige overtuigingen - dan voel ik me wel bezwaard, maar ook tussen ons kwam het later helemaal goed. Hij stierf in mei 1994, op 87-jarige leeftijd. Een paar maanden later verscheen mijn boek ('Het Refrein Is Hein - Leven en sterven in een verpleeghuis', AV). Ik ben onze lieve Heer nog altijd dankbaar voor die uitstekende timing. Hij zou er nooit iets lulligs over hebben gezegd, maar ik denk dat hij weinig plezier zou hebben beleefd aan dat boek."

V Gij zult niet doden

"De openingsvraag in een interview voor de BBC-televisie was ooit: Well, doctor Keizer, how many did you kill? Ik struikelde onmiddellijk over mijn woorden: I'm sorry... but I never... Zo is het ook: ik heb geen doden op mijn geweten, ik ben geen moordenaar. Ik heb tot nu toe zo'n zestig keer geholpen met levensbeëindiging, in twee derde van de gevallen door een drankje te verstrekken. Ik heb er geen last meer van, maar het blijft moeilijk. Mijn jongste euthanasie-geval was een vrouw van veertig met uitgezaaide borstkanker. Ze had nog jonge kinderen. Dat is een veel moeilijkere situatie om binnen te stappen, met m'n overdosis, dan bij de zestiger die staat te huilen bij zijn negentigjarige vader. Dat is namelijk een vorm van verdriet waarvan ik zeg: tja, die staat nu eenmaal op het menu van het leven. Een enkele keer word ik naderhand gebeld door de familie, met het verzoek om nog een keer te praten. De vraag is dan meestal: hebben we het goed gedaan? Was het niet te vroeg? Mijn antwoord is altijd hetzelfde: dit was precies het juiste moment. En dat meen ik ook.

"Onder collega's heeft de Levenseinde-kliniek een slechte reputatie. Dat vind ik onbegrijpelijk, want de meesten maken er druk gebruik van. Het is de schutting in de praktijk waar nogal eens een verzoek om euthanasie overheen wordt geflikkerd. Daar erger ik me wel aan. De Levenseinde-kliniek is bedoeld voor complexe gevallen rond psychiatrie of dementie, maar een 'gewone' patiënt met een uitbehandelde ziekte, ja, sorry, dat is kat in het bakkie. Kunnen ze makkelijk zelf doen.

"Ik zou mezelf kunnen helpen, maar dat is wel een gedoe hoor. Dan moet je medicijnen gaan opsparen en lang niet alles is even lang houdbaar. Ik schrijf mezelf morfine voor die ik zo'n twee of drie keer per jaar gebruik - heerlijk! - maar dat is bij lange na niet genoeg om er een einde mee aan mijn leven te maken. Wil ik ook helemaal niet. Ik hoop eigenlijk dat mijn jonge collega's, die straks zestigers zijn, me een slecht sterfbed zullen willen besparen. Daar ben ik wel bang voor: een slecht sterfbed. En ja, dan is er ook nog die nare zekerheid dat er straks echt niks is. Nee, ik hoop niet heimelijk dat ik straks wél voor die rechterstoel zal moeten verschijnen. Ik heb mijn gelovige vrienden wel gesmeekt: mocht ik jullie daar straks toch tegenkomen, zeg dan gewoon 'Hee, Bert' en loop door. Niet gaan sliep-uiten, alsjeblieft."

Als ik me aftrok, wist ik zeker dat ik de enige in West-Europa was die zoiets deed

VI Gij zult geen onkuisheid doen

"Je gaat niet zitten frunniken aan je piemeltje! We hadden thuis behang met ingeweven masturbatieverbod, ik zweer het je. Als ik me aftrok, wist ik zeker dat ik de enige in West-Europa was die zoiets deed. Het is toch verschrikkelijk? De pietluttige eenzaamheid van zo'n jongetje... Ik denk dat ik door die opvoeding pas laat mijn knapelijkheid verloor. Zo rond mijn negentiende, geloof ik. Ik vraag me weleens af: waar heb ik al die jaren daarvoor dat zaad gelaten? Ik had mij graag wat eerder in de ultieme verstrengeling gestort. Maar ach, als dat het ergste is dat me is overkomen? Nee. Bovendien is het later wel goed gekomen met dat verstrengelen."

VII Gij zult niet stelen

"All property is theft, alle eigendom is diefstal, is een zichzelf vernietigende tautologie. Als dat waar is, kan niemand meer iets bezitten. Ik wil best proberen me schuldig te voelen omdat ik hier zo prachtig woon terwijl Syrische vluchtelingen jarenlang in een asielzoekerscentrum moeten bivakkeren, maar ik krijg het niet voor elkaar. Zoiets gebeurt alleen als ik niks doe voor een vriend die in de penarie zit. Maar medelijden op afstand... Ik moet je eerlijk zeggen dat ik in de loop der jaren de ellendige berichten in de krant ben gaan negeren. 

Vroeger, in mijn hippietijd, heb ik nog eens overwogen om als dokter in Zuid-Amerika de wereldrevolutie te helpen bevorderen, maar achteraf gezien was dat niet meer dan een gedachtetje, een excuus voor mijn overstap van filosofie naar geneeskunde. Zo kon ik dat vak - dat duidelijk minder aanzien had - toch nog een beetje cachet geven. Ik ben eigenlijk nooit zo'n diep voelend idealist geweest. Ik noem mezelf liever een empirisch boeddhist; ik zie veel gebeuren, maar ik probeer er zo min mogelijk om te krijsen."

VIII Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen

"Ken je die ene cartoon van Peter van Straaten? Zij zit woest te janken en hij staat er wat onhandig bij te kijken. En de tekst eronder is: 'Maar we zouden toch altijd alles eerlijk tegen elkaar zeggen?' Het is ondraaglijk om altijd een open boek te zijn. Totale eerlijkheid bestaat niet. Dat is net zoiets als totale koffie. Of totale theedoeken. Zuiver, compleet, echt? Puur platonisch geklets. Je wil graag een volkomen heldere en doorzichtige relatie hebben met de inhoud van je eigen ziel - zoals je de koelkast kunt opendoen en alles, tot en met het laatste item, kunt benoemen - maar dat kán gewoon niet. Het is een illusie. Je ogen zijn vertroebeld. Je redt het alleen maar met jezelf als je jezelf tot op zekere hoogte belazert."

IX Gij zult geen onkuisheid begeren

"Als ik naar sommige mannen kijk, denk ik dat ik op dit gebied echt een sukkel ben geweest. Ik heb er nooit, in het geheim, een vriendin bij gehad. Ik kan nu zeggen dat ik vind dat je zoiets niet kunt maken, maar de waarheid is dat ik er gewoon te schijterig voor ben. Ik ben bij mijn eerste vrouw weggegaan omdat ik verliefd werd op een ander, ze wisten beiden wat er gaande was. We hebben het nu over het slechtste hoofdstuk uit mijn leven. Wil je een bron van bitterheid in je tuin? Eentje die altijd blijft wellen? Ga dan scheiden. Het is vijfendertig jaar geleden, ik ben nog steeds bij die tweede vrouw en heb een goed contact met de eerste, maar toch: ik heb geliefden leed berokkend en daar voel ik me nog altijd schuldig over."

X Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort

"Binnen de geneeskunde ben ik nooit ambitieus geweest. Dat wil zeggen: ik wilde wel een goede dokter zijn, maar ik hoefde geen internist, superspecialist of baas van een ziekenhuis te worden. Er was slechts één brandend gat in mijn ziel: ik wilde zo graag een keer een boek publiceren. De gedachte dat het me mogelijk nooit zou lukken, bezorgde me maagzuur. 

De dag waarop ik werd gebeld door Henk Hoeks - God hebbe zijn ziel - die zei: 'Dat manuscript van je, het zal al wel vergeven zijn, maar als je nog iemand zoekt: SUN wil het graag uitgeven', is één van de mooiste dagen uit mijn schrijversbestaan. Zo'n gelukzalig moment heb ik daarna niet meer meegemaakt. Het is gelukt. Ik heb één keer in mijn leven willen zeggen hoe het is. Hoe het is om mens te zijn. Om ergens van te genieten. Of juist ergens spijt van te hebben. Je kunt je belevenissen ook met je geliefden delen, dat is waar, maar ik ben en blijf een aandachtszoeker en met een roeptoeter - want dat is het, zo'n boek - klinken de dingen toch een stuk beter."

Lees hier meer tien geboden. 


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

Door een profiel aan te maken ga je akkoord met de gebruiksvoorwaarden en geef je aan het privacy statement en het cookiebeleid te hebben gelezen.

Deel dit artikel

Als filosoof vraag ik je: waarom zou een vlieg zijn dood niet overleven en jij wel?

Hulpverlening is ook een vorm van machts­uit­oe­fe­ning, daarom is het zo aantrekkelijk

Als ik me aftrok, wist ik zeker dat ik de enige in West-Europa was die zoiets deed