Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Aanstekelijk pleidooi voor een theologie van het goede leven

Religie en Filosofie

Gijsbert van den Brink

Miroslav Volf, theoloog van wereldfaam. © Hollandse Hoogte / Maarten Boersema
recensie

Wat maakt het leven de moeite waard? Juist de theologie kan praktische antwoorden bieden. Laat ze dat dan ook doen, bepleiten theologen Miroslav Volf en Matthew Croasmun.

Theologie aan de universiteit – kan dat nog? Volgens het gangbare beeld produceert theologie geen serieuze kennis, omdat ze zich vastklampt aan een irrationeel geloof dat niet ter discussie gesteld mag worden. En als theologen zich van dat geloof hebben losgemaakt, weten ze zich in hun werk nauwelijks meer van andere geesteswetenschappers te onderscheiden. Dus waar moet het heen met de theologie? In zijn nieuwe boek – een manifest, zoals hij het zelf noemt – neemt Miroslav Volf deze handschoen op magistrale wijze op, samen met zijn jongere collega Mat­thew Croasmun. Volf geldt in de VS als public intellectual en is een van de belangrijkste actieve theologen van dit moment.

Lees verder na de advertentie
Dogma’s zijn volgens moderne theologen slechts uitingen van belangen die veiliggesteld moeten worden

Volf beschrijft hoe hij zelf als Kroatische tiener door de theologie gegrepen werd en in zijn ouderlijk huis, ergens aan het eind van een smerige straat in Novi Sad, de ene na de andere christelijke denker verslond. Het bracht hem op het pad naar zijn huidige professoraat aan de prestigieuze universiteit van Yale. 

Nu ziet Volf de theologie echter in diep verval. De arbeidsmarkt voor academisch opgeleide theologen is slecht en de uitstraling van theologische publicaties neemt af. Zelfs bij predikanten en andere voorgangers lijken leiderschaps- en zelfhulpboeken vandaag populairder dan theologische lectuur. Deze neergang is niet slechts het gevolg van de secularisatie, want die is in de VS de laatste vijftig jaar niet dramatisch toegenomen. Het punt is meer dat mensen voor hun oriëntatie op levensvragen nauwelijks meer bij theologen te rade gaan.

Aanstekelijk pleidooi

Nu zijn zaken als uitstraling en reputatie voor de theologie niet beslissend. Soms is het zaak om te midden van een zee van onbegrip moedig vast te houden aan een traditie, een overtuiging, een vak. Het onderliggende probleem is echter, zo analyseert Volf, dat de theologie zélf op dood spoor is beland. Ze lijkt vergeten waartoe ze op aarde is en is als gevolg daarvan verbrokkeld geraakt in allerlei onvruchtbare benaderingen. 

Volf beschouwt bijvoorbeeld de wending naar godsdienstwetenschappen als zo’n onvruchtbare benadering. Je beschrijft dan als wetenschapper alleen nog maar wat anderen geloven, maar houdt je zorgvuldig op de vlakte over wat je daar zelf van vindt. Volf ziet het echter evenzeer misgaan bij theologen die juist alleen maar roepen wat ze zelf vinden, of ze nu behoudend zijn of modern. 

Behoudende theologen brengen hun vak vaak terug tot nostalgische pogingen om ‘that old-time religion’ overeind te houden. De opvattingen van hun groot- en overgrootouders moeten verdedigd worden tegen de eroderende invloed van de tijdgeest. Men zoekt niet gepassioneerd naar wat vandaag nog zinnig over God en geloof gezegd kan worden, maar is alleen bezig met het onderbouwen van tevoren vastliggende standpunten. 

Omgekeerd verliezen moderne theologen zich in kritiek op de kerkelijke traditie en het eindeloos ‘deconstrueren’ van dogma’s. Dogma’s zijn volgens hen slechts uitingen van belangen die veiliggesteld moeten worden. Deze kritiek wordt doorgaans echter welsprekender vertolkt door anderen en dit type theologie sterft volgens Volf dan ook in haar eigen negativiteit.

Waar we het allemaal voor doen, leert het
ver­lich­tings­den­ken niet

Tegenover al dit verval voeren Volf en Croasmun een aanstekelijk pleidooi om de theologie te heroriënteren op haar positieve doel: het verkennen en uitwerken van visies op het goede leven. Dit doel mag op het eerste gezicht vreemd lijken (ging theologie niet over God?), maar Volf en Croasman staan ermee in een respectabele traditie. 

Praktisch ingestelde theologen zagen het altijd al zo: theologie is de ‘leer van het goede leven’ of ‘leer om voor God te leven’. Ze gaat dus niet abstract over God-op-zichzelf, maar over het leiden van je leven in relatie tot God (zie Thomas van Aquino). Volf en Croasmun laten zien dat dit idee teruggaat op de Bijbel, waar met name in het Johannesevangelie alles draait om het vinden van het ware leven (14:6). Christus gaf zich zelfs ‘voor het leven van de wereld’ (6:51) – een tekst waaraan de auteurs hun titel ontlenen.

Floreren

Volf kiest ervoor om het goede leven aan te duiden als the flourishing life – het florerende leven. Of dat de meest adequate formulering is, valt te betwijfelen. Er zit een al te eigentijds (en Amerikaans!) trekje in de suggestie dat leven slechts waardevol is als het floreert. Wat als je stilstaat of achteruit boert?

Christenen hebben altijd betoogd dat wat het leven de moeite waard maakt niet samenvalt met ons al of niet floreren. Christus bloeide ook niet direct op tijdens grote delen van zijn leven. Maar los daarvan is het basisidee dat Volf en Croasmun voorstaan zeer overwegenswaardig. Theologie moet gaan over de vraag wat ons leven nu ten diepste de moeite waard maakt, en waar we het allemaal voor doen. Juist op dat punt laat het Verlichtingsdenken verstek gaan. Dat laat het je als individu immers zelf uitzoeken. Je moet elkaar vooral vrijlaten, maar hoe je die vrijheid vervolgens moet invullen is geheel aan jezelf.

Volgens Volf valt daar meer over te zeggen. En de theologie heeft bij uitstek de bronnen in huis om dat te doen. Wat houdt het in om mens te zijn, wat zijn goede sociale verhoudingen, hoe verhoudt God zich tot de wereld, hoe kunnen we bevorderen dat ook niet-menselijke soorten kunnen floreren? Dat zijn de vragen die er volgens Volf toe doen.

© -

Nu heb je theologie in soorten en maten. Volf en Croasmun schrijven vanuit een ongegeneerd christelijke betrokkenheid. In hun optiek geeft het evangelie (‘goede nieuws’) over Jezus Christus toegang tot het goede leven. Zijn gelijkenissen over het Koninkrijk Gods tekenen ons hoe dat leven eruit ziet. Maar Volf beseft als geen ander dat daar in een samenleving wisselend tegenaan gekeken wordt. Daarom geeft hij zich uitvoerig rekenschap van het aanstootgevende karakter van zulke omvattende aanspraken: het idee dat jíj zou weten wat goed is voor iedereen… Maar het idee dat ieder voor zich maar moet bepalen wat het goede leven inhoudt, is even aanmatigend.

Het beste wat we daarom kunnen doen, is de verschillende ideeën over het goede leven met elkaar in gesprek brengen. En de universiteit is nog altijd de plaats waar dat het grondigst kan gebeuren. Ze heeft er trouwens ook baat bij, domweg omdat het belangrijke vragen zijn. Maar theologen moeten dan wel hun ‘eros’ hervinden: “het besef van onze goddelijke roeping om te worstelen met de grote vragen van het menselijk bestaan en van de bestemming van de wereld”. We zijn benieuwd wat die theologische eros nog zal gaan brengen, bijvoorbeeld in de aangekondigde reeks boeken die op dit manifest moet volgen.

Oordeel: magistraal, aanstekelijk pleidooi om de theologie weer een positief doel te geven.

Miroslav Volf & Matthew Croasmun
For the Life of the World. Theology that Makes a Difference
Brazos Press; 196 blz. € 17,99

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Lees ook :

Theoloog Miroslav Volf: We vergeten blij te zijn

 Vraag hem naar God en al snel begint hij over vreugde. Want echte vreugde bevat de boodschap dat het kwaad niet overwint, zegt de vermaarde theoloog Miroslav Volf in een interview

Deel dit artikel

Dogma’s zijn volgens moderne theologen slechts uitingen van belangen die veiliggesteld moeten worden

Waar we het allemaal voor doen, leert het
ver­lich­tings­den­ken niet