Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Politici zijn totaal ongeschikt om de klimaatcrisis te bestrijden. De rest van de mensen helaas ook'

Religie en Filosofie

Alexandra van Ditmars

Patong Beach in het zuiden van Thailand. © Reuters
Filosofisch Elftal

Er ligt een gapend gat tussen de beloften voor het klimaat en de daadwerkelijke actie. Dat stelt het VN-klimaatpanel IPCC in zijn nieuwe rapport, dat deze maand verscheen. 

Milieustichting Urgenda had dat allang door, klaagde de Nederlandse Staat aan en won ook het hoger beroep. Maar terwijl Urgenda vierde dat de Nederlandse overheid nu verplicht wordt om CO2-uitstoot steviger aan te pakken, stelde Trump deze week dat hij geen zin heeft om geld aan de klimaatverandering uit te geven.

Lees verder na de advertentie

Is de politiek wel geschikt om de klimaatcrisis te bestrijden? En zo nee, wat moeten we dan doen?

“De mensen die het meest last gaan krijgen van de klimaatverandering zijn niet vertegenwoordigd in ons politieke stelsel”, zegt Ingrid Robeyns, hoogleraar ethiek aan de Universiteit Utrecht. “Want dat zijn mensen die ofwel in de toekomst leven ofwel ver van ons vandaan – bijvoorbeeld in Bangladesh, waar geen geld is om goede dijken te bouwen. Daardoor is er een enorme spanning tussen onze democratische politiek en de belangen van deze mensen. In 1990 kwam het eerste IPCC-rapport uit en was het al helder dat we grondige maatregelen moeten nemen tegen de opwarming van de aarde.

De mensheid is niet in staat om op korte termijn grote offers te brengen

Frank Ankersmit

Achterban

“We hebben sindsdien veel te weinig gedaan. Dat komt deels door ons politieke stelsel. Democratische partijen moeten telkens herkozen worden. Daarom denken ze altijd aan de belangen van hun achterban. Het gevolg: er wordt geen rekening gehouden met de lange termijn, zoals het leefbaar houden van onze planeet, maar enkel met de korte-termijnwensen van de stemmers.”

“De mensheid is denk ik überhaupt niet in staat om op korte termijn grote offers te brengen voor een doel dat in de toekomst ligt”, reageert Frank Ankersmit, emeritus-hoogleraar intellectuele geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. “Je kunt het vergelijken met een hond die net goed gegeten heeft en dan een biefstuk in zijn bakje ziet liggen. De hond zal die biefstuk niet bewaren tot hij weer honger heeft, maar die alsnog direct opeten. Simpelweg omdat hij dat kan. Mensen zitten ook zo in elkaar.

Het lijkt mij beter om te proberen de hoop niet op te geven

Ingrid Robeyns

“We heffen nog steeds geen belasting op kerosine. Daardoor wordt niets gedaan aan dat krankzinnige gevlieg van iedereen, wat zo schadelijk is voor onze mooie planeet. Of denk aan cruiseschepen: één groot cruiseschip stoot evenveel fijnstof uit als ruim een miljoen auto’s. Toch blijven ze bestaan, omdat wat verveelde gepensioneerden per se op zo’n boot willen rondhangen. Zodra een politicus het klimaat boven onze onstilbare honger naar meer plaatst, ligt hij er de volgende ronde uit. Politici zijn dus totaal ongeschikt om de klimaatcrisis te bestrijden. Maar de rest van de mensen helaas ook. Het klimaat, en wij daarbij, gaat onvermijdelijk naar de ratsmodee.”

Urgenda

Robeyns: “Het lijkt mij beter om te proberen de hoop niet op te geven. Ik denk dat er meerdere oplossingen zijn. Klimaatverandering gaat over wat eigenlijk morele grondrechten zouden moeten zijn: het hebben van een leefbare omgeving. Daarom zijn sterke middelen geoorloofd. Zo kun je de strategie van Urgenda volgen: de rechterlijke macht inschakelen om overheden te dwingen om iets te doen.”

Ankersmit: “Eigenlijk behoort de rechter niet op de stoel van de politiek gaan zitten. Zoals de filosoof Montesquieu al zei, dienen de machten in een land gescheiden te zijn. De wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht moeten bij verschillende instellingen liggen. Maar het doel heiligt hier de middelen. Ik zie het alleen niet als een oplossing, enkel als het uitstellen van de klimaatrampen. Al lijkt me dat nu het meest zinvol om te doen.”

Robeyns: “Een andere mogelijkheid, die mijn voorkeur heeft, is een ombudsman voor toekomstige generaties. ­Israël en Hongarije hebben die een tijd gehad. Zo’n ombudsman toetst alle wetsvoorstellen en kijkt of de belangen van toekomstige generaties hierdoor onevenredig geschaad worden. Ik denk dat dit ons kan helpen om de lange termijn een groter gewicht te geven in de politieke beslissingen dan de korte termijn.”

Dictatuur

Ankersmit: “Laten we het vooral proberen. Het geeft ons denk ik extra tijd. Maar een werkelijke oplossing zal het niet zijn. Een ombudsman weegt af, maar mag niet dicteren. En er moet juist wel gedicteerd worden: ‘Beste Europeanen, hoe graag jullie ook op het strand in Thailand willen liggen, het mag niet meer’. Een werkelijke oplossing zou een eco-dictatuur zijn: een autoritair regime waarvan de overheid inziet dat het van belang is om het klimaat aan te pakken. Zij hoeven toch niet herkozen te worden. Maar we weten hoe het gaat met dictaturen. Die doen vaak toch wat anders dan waar ze voor bedoeld waren. Dus het is een uiterst onwenselijke oplossing.”

Robeyns: “Zo’n dictatuur kan werken: China, geen democratisch land, neemt bijvoorbeeld drastische maatregelen tegen de klimaatsverandering. Maar moreel gezien is het zeer problematisch. In de ethiek is ecologische rechtvaardigheid een belangrijke waarde, maar democratie ook. Die twee waarden staan nu recht tegenover elkaar.”

Ankersmit: “Het pijnlijke van deze situatie is: de mens wilde de wereld mooier maken, maar maakte zonder het te merken de wereld juist kapot. De filosoof Adam Ferguson schreef in de achttiende eeuw over de theorie van de onbedoelde gevolgen van het menselijk handelen. Zijn idee is dat mensen vaak met de beste bedoelingen iets doen, maar dat dit in de praktijk de meest rampzalige gevolgen kan hebben. Dat is nu ook aan de hand. Vanaf de achttiende eeuw zetten we al in op vooruitgang, op alles beter maken. Maar onze vermeende vooruitgang blijkt nu eigenlijk een enorme achteruitgang te zijn. Kortom: goede bedoelingen zijn heel mooi, maar niet genoeg.”

In het Filosofisch Elftal legt Trouw een actuele vraag voor aan twee filosofen uit een poule van elf. Lees meer afleveringen in ons dossier.

Deel dit artikel

De mensheid is niet in staat om op korte termijn grote offers te brengen

Frank Ankersmit

Het lijkt mij beter om te proberen de hoop niet op te geven

Ingrid Robeyns