Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

'Ik wil christen én homo zijn'

Home

Gerrit-Jan KleinJan

© Maartje Geels

Veel homo's zeggen na hun coming-out tot ziens tegen de kerk. Zo niet de bezoekers van de Roze Evangelische Vieringen. Al 25 jaar komen ze bijeen. 'Uiteindelijk eet je als homo in de kerken genadebrood.'

Een plek waar hij zonder gedoe homo en christen kan zijn. Toen Edwin Smit (25) onlangs voor het eerst bij de roze viering naar binnenliep, voelde dat meteen fijn. Hij had aanspraak. Hij werd niet gek aangekeken. En, wat nog belangrijker was, het viel hem op dat homo's ook niet op een of andere manier speciaal welkom werden geheten. "Hier werd niet uitgelegd dat homo-zijn toch echt wel oké is. Die tijd werd niet eens genomen. De dienst begon gewoon."

Lees verder na de advertentie

Smit wil er maar mee zeggen: homo's waren in deze kerkdienst zo normaal dat het niet eens de moeite waard was dat te benoemen. Erg belangrijk voor hem, zegt hij. "Ik wil zonder excuus homo zijn én christen."

Smit, opgegroeid in de zeer behoudende oudgereformeerde gemeenten, behoort tot de jongste generatie die de Roze Evangelische Vieringen bezoekt. Al 25 jaar komen gelovige lhbt'ers (lesbiënnes, homo's, biseksuelen en transgenders) eens per maand bijeen in Amsterdam om hun geloof te delen. Morgen is er een speciale dienst in de Keizersgrachtkerk om het jubileum te vieren.

Oplaadmoment

In een café met uitzicht op de Amstel vertellen drie bezoekers waarom deze diensten waardevol zijn. Tegenover Smit zitten André Martens (56) en Ben Dragstra (51). Dragstra is bezoeker van het eerste uur. Martens is ook al heel wat jaren actief betrokken. De twee knikken instemmend als Smit zijn ervaring ter sprake brengt. Heel herkenbaar, vinden ze.

Dragstra: "Bij de roze vieringen kan ik mijn geloof vieren, zonder voorwaarden vooraf. Ik hoef me hier niet te verantwoorden. Hier mag ik zijn zoals ik ben." Smit: "Het is oké dat ik homo ben en een relatie aanga, het is geen gevolg van de zondeval. Ik denk vaak aan psalm 139: 'Heer, u heeft mij gemaakt in de moederschoot'."

Veel homo's zeggen na hun coming-out tot ziens tegen de kerk. Wat de bezoekers van de roze vieringen bindt, is dat hun geaardheid geen breuk met het geloof betekent. Hoewel, bij sommigen scheelde dat niet veel. Dragstra kan daarover meepraten. "Zeker in het begin waren de bijeenkomsten voor mij een oplaadmoment. Hier mocht ik mezelf accepteren", zegt hij. "Hier hoefde ik niet op mijn hoede te zijn. De roze vieringen hebben gemaakt dat ik actief ben gebleven bij het Leger des Heils waarbinnen ik opgroeide."

Heel wat deelnemers aan de roze vieringen zijn beschadigd geraakt door ervaringen in hun vroegere kerkelijke omgeving

Niet vanzelfsprekend

Er mag in de protestantse kerken de afgelopen jaren veel zijn veranderd, homo's zijn nog lang niet overal vanzelfsprekend. In de rechtervleugel van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) en in de kleine orthodox-protestantse kerken ligt homoseksualiteit nog altijd zeer gevoelig. Zo herbevestigden de christelijke gereformeerde kerken vorig jaar officieel het besluit om homoseksuele relaties af te wijzen, een uitspraak waarmee enkele kerken werden teruggefloten die samenwonende homo's welkom heetten aan het avondmaal.

Toen de hersteld hervormde predikant Dustin Burggraaf nog niet zo lang geleden uit de kast kwam, kreeg hij een immense stroom veroordelingen van kerkelijken over zich heen, zo vertelde hij vorig jaar in Trouw. En het boek 'Homoseksualiteit tussen Bijbel en actualiteit', dat sinds vier jaar als handboek gebruikt wordt in de behoudende flank van de PKN, bestempelt homoseksualiteit als 'een complex probleem'.

Bezoekers van de roze vieringen groeiden dikwijls op in deze kerkelijke atmosfeer. Ook Smit. Hij bracht zijn jeugd door in de Twentse stad Rijssen, in de oud-gereformeerde gemeenten, een zeer behoudend kerkgenootschap dat afkerig is van 'wereldse' cultuur. Over homoseksualiteit ging het thuis en in de kerk niet. "De enige keer dat erover gesproken werd, was toen het COC probeerde om reformatorische scholen binnen te komen om voorlichting te geven."

Inmiddels woont Smit in Amsterdam. Nog niet zo lang geleden keerde hij terug van een studie in de Verenigde Staten. Had hij in Nederland geen kerk gevonden die homo's zonder problemen accepteert, dan was hij misschien niet eens meer actief christelijk. "Als ik op elk moment dat ik in de kerk zit op mijn hoede moet zijn dat er weer een donderpreek kan komen over hoe slecht homoseksualiteit is, dan voel ik me daar niet thuis." Hij vervolgt: "Mijn hele leven lang kom ik al in een kerk, maar ben er eigenlijk ook altijd buiten geweest. Als je weet dat je niet aan het heilig avondmaal kunt, geen ouderling kunt worden, niet echt mee kunt doen, dan ben je eigenlijk halfbakken lid."

Heel wat deelnemers aan de roze vieringen zijn beschadigd geraakt door ervaringen in hun vroegere kerkelijke omgeving. Homoseksualiteit, vertelt Dragstra, was in zijn jeugdjaren in Emmen onverenigbaar met een christelijk leven. "De roze vieringen waren voor mij een brug naar een acceptatie van mezelf. Twee jaar na mijn coming-out kwam ik er voor het eerst. Ik had nog erg veel moeite met mijn homoseksualiteit. Jarenlang had ik gebeden dat God me genas van mijn gevoelens."

Ik dacht: straks kom ik iemand tegen die me herkent

Bidden om genezing

Martens knikt. Hij heeft dan weliswaar nooit gebeden om "genezing van gevoelens", vertelt hij, toch spookten ook bij hem tal van gedachten door het hoofd. "Ik heb nooit getwijfeld dat God mij lief heeft, wat mensen ook zeggen. Toch had ik een vraag waarmee ik na mijn coming-out erg zat: 'Hoe ga ik mijn homo-zijn met mijn christen-zijn combineren?'"

Uiteindelijk belandde hij op een zondagmiddag bij een roze viering. Martens: "De eerste keer dat ik erheen ging, heb ik nog een blokje om de gracht gelopen. Ik had een late coming-out. Ik kwam op mijn zesendertigste uit de kast. Toen ik naar de roze viering ging, was het nog niet zover. Ik dacht: straks kom ik iemand tegen die me herkent."

En inderdaad, hij kwam een bekende tegen. "Toen was ik er doorheen. Het speelde even door mijn hoofd om te zeggen: ik ben geen homo, ik vind het gewoon interessant." Hij is even stil, zegt dan: "Moet je nagaan, hoe diep het zit." Dragstra: "Het voelt dan toch alsof je betrapt wordt met een geheim." Martens: "Dat kom je nog steeds tegen bij bezoekers. Sommige mensen vinden het heel spannend om hier voor het eerst naartoe te komen."

Doordat ik homo ben, kan ik me makkelijker identificeren met armen en anderen die worden buitengesloten

Identiteit

Beleven homo's het christelijk geloof op een andere manier? Smit, Dragstra en Martens denken van wel. Er is in hun optiek een aantal onderwerpen die bij lesbiennes, homo's, biseksuelen en transgenders meer spelen. Martens: "Identiteit, bijvoorbeeld. Wie zijn we ten diepste? Of een thema als onrust. Over het onrustige dat soms in onze vriendschappen kan zitten. Of bijvoorbeeld het constant op zoek zijn naar bevestiging. Dat zijn stuk voor stuk thema's die bij ons erg spelen. Daarmee wordt in de vieringen rekening gehouden. Hier wordt het verhaal van de Bijbel verbonden met onze verhalen."

Dragstra: "Je bent toch kwetsbaar in je eigen zoektocht naar acceptatie, waardoor je uiteindelijk veel meer moet zoeken naar je eigen persoonlijke relatie met God. Die moet uiteindelijk belangrijker zijn dan de boodschap die je soms meekrijgt vanuit de kerk over homoseksualiteit." Er is nog iets, denkt Smit, wat hem anders maakt dan een heterochristen. "Doordat ik homo ben, kan ik me makkelijker identificeren met armen en anderen die worden buitengesloten." Hij legt uit dat de manier waarop hij de kerk ziet in de afgelopen jaren ingrijpend is veranderd. De naar binnen gekeerde reformatorische variant uit zijn jeugd heeft hij ingewisseld voor een meer naar buiten gerichte versie. "De relevantie van het christendom bestaat alleen zodra het sociale of politieke meerwaarde heeft, op het moment dat een kerk mee kan helpen bij het verminderen van armoede, een voedselbank runt, een veilige plek kan bieden voor mensen die lhbt zijn."

Want uiteindelijk eet je, ook nu nog, in de kerken vaak genadebrood

Sociale contacten

De evangelische roze vieringen zijn geboren uit noodzaak. Toch weten de drie niet of ze per se blij zouden zijn als deze bijeenkomsten ooit overbodig zouden worden. Dragstra: "Het zou fantastisch zijn wanneer je overal gewoon, zonder voorwaarden lid kunt zijn. Natuurlijk. Toch denk ik dat de vieringen ook een andere toegevoegde waarde hebben, namelijk de sociale kant." Smit: "De roze vieringen passen toch ook bij onze specifieke cultuur. Met specifieke grappen en omgang met elkaar."

Hij vertelt hoe de kennismaking met roze vieringen een paar maanden geleden verliep: "Na afloop dronken we nog wat biertjes in de stad en gingen met een groepje eten in de stad. Heel speciaal om op deze manier meteen veel vrienden te maken." Dragstra: "Voor sommigen is het sociale gebeuren belangrijker dan de vieringen." Martens: "Wie alleen komt voor de sfeer of om met elkaar te borrelen, is ook welkom." Dragstra: "Ik vind het toch altijd wel een feestje om naar de roze viering te gaan. Dat hebben we als homo's niet altijd in andere kerkdiensten. Want uiteindelijk eet je, ook nu nog, in de kerken vaak genadebrood."

Zondag 30 april is er een grote jubileumdienst in de Keizersgrachtkerk in Amsterdam (Keizersgracht 566). Vanaf 14.30 uur zijn de deuren geopend.

Het begon met een advertentie in Trouw

In het najaar van 1991 viel het oog van de Amsterdammer Cees Meynen op de volgende advertentie in Trouw: "Welke gemeente durft, zonder voorwaarden vooraf te stellen mij te aanvaarden zoals ik ben". Het bericht was geplaatst door Rotterdammer Hans Zellenrath. Van de evangelische kerken, aan wie hij zijn oproep had gericht, kreeg Zellenrath geen respons. Wel reageerden Meynen en anderen. De behoefte om als lesbienne, homo, biseksueel dan wel transgender het geloof te vieren was zo groot dat in het voorjaar van 1992 besloten werd tot maandelijkse bijeenkomsten.

De bezoekers van de Evangelische Roze Vieringen komen niet alleen uit Amsterdam. De helft komt van buiten de hoofdstad, uit alle delen van het land. Elke dienst trekt tussen de 120 en 150 belangstellenden uit allerlei kerken, van bevindelijk gereformeerd tot evangelisch, van vrijgemaakt tot rooms-katholiek.

De geïnterviewden: Edwin Smit, André Martens en Ben Dragstra.

© RV



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Heel wat deelnemers aan de roze vieringen zijn beschadigd geraakt door ervaringen in hun vroegere kerkelijke omgeving

Ik dacht: straks kom ik iemand tegen die me herkent

Doordat ik homo ben, kan ik me makkelijker identificeren met armen en anderen die worden buitengesloten

Want uiteindelijk eet je, ook nu nog, in de kerken vaak genadebrood