Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

‘Het is juist veelzeggend dat de opstand van gele hesjes slecht is gedefinieerd’

Religie en Filosofie

Alexandra van Ditmars

Het Mariabeeld in Nantes heeft ook een geel hesje gekregen. © REUTERS
Filosofisch Elftal

Ze hebben geen leider, de ontevreden Fransen en Nederlanders die dezer dagen de straat opgaan. Geen programma ook. En dat is geen diskwalificatie.

Opeens waren daar de gele hesjes. Eerst alleen in Frankrijk, later ook in Nederland. Karakteristiek voor die burgerbeweging is dat haar woede ongecontroleerd lijkt te zijn: als groep stellen de gele hesjes geen duidelijke eisen, ze hebben geen leider. Maakt dat hun opstand zinloos? Of is het volk dat zijn stem op deze manier laat horen juist de weg naar verandering?

Lees verder na de advertentie

“Het is te makkelijk om de gele hesjes te bekritiseren omdat ze niet zeggen wat ze precies willen”, zegt Gert-Jan van der Heiden, hoogleraar metafysica aan de Radboud Universiteit. “Ik vind het juist veelzeggend dat hun opstand slecht is gedefinieerd. We hebben te maken met een groep die zelf nog geen duidelijke stem gevonden heeft om haar ongenoegen duidelijk te maken. Daardoor klinkt er nu een cri de coeur, een uitroep van pijn, in plaats van dat er een opstand is met een duidelijk doel.

Dat doet me denken aan wat filosoof Jean-François Lyotard heeft geschreven over l’enfance, de kinderlijkheid. In het Frans betekent dat woord letterlijk niet-sprekend. Lyotard stelt dat wij niet alleen redelijke wezens zijn die in gewone taal onze wensen kenbaar maken. Wij hebben ook allemaal een stem waarmee wij uitdrukking kunnen geven aan onze pijn. Denk aan een pasgeboren baby. Het kind kan nog niet in gewone zinnen zeggen wat het wil, maar kan wel uitdrukking geven aan zijn honger of pijn door zijn stem op te zetten. Het enige wat het kan uitdrukken is: in de huidige situatie is het onmogelijk voor mij om mijn bestaan te leiden.

Het is gevaarlijk om direct van ze te eisen dat ze helder vertolken wat ze willen

Gert-Jan van der Heiden

“Wanneer mensen merken dat ze in bepaalde instituties niet kunnen functioneren, maar nog niet concreet kunnen aangeven wat er ontbreekt, bevinden ze zich ook in zo’n situatie van kinderlijkheid. Ze hebben dan alleen deze niet-sprekende uitroep om uitdrukking te geven aan hun pijn.

“Dat is bij de gele hesjes het geval. Het is gevaarlijk om direct van ze te eisen dat ze helder vertolken wat ze willen. Daarmee nemen we hun roep dat het zo niet langer gaat niet serieus. De gele hesjes kunnen hun ongenoegen nu niet in die concrete institutionele vorm gieten, omdat ze pijnlijk genoeg geen toegang meer hebben tot die instituten. Vanwege de kloof tussen de elite en de middenstand zijn ze daar niet langer in getraind.”

“Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen de Nederlandse en de Franse gele hesjes”, reageert Désanne van Brederode, schrijver en filosoof. “In Frankrijk zijn de gele hesjes denk ik zeker effectief. De kloof tussen de burgers en de politieke sfeer heeft daar al een flinke geschiedenis. Een diepe verontwaardiging over een dergelijke tweedeling zorgt nu voor verzet. In Frankrijk dienen de gele hesjes – bepaalde gevallen daargelaten – een hoger belang: de Franse politiek duidelijk maken dat zij er als groep ook nog zijn.

‘De Franse broe­der­lijk­heid zie ik in Nederland niet terug’

Desanne van Brederode

“In Nederland is dat een ander verhaal. Hier is wat minder sprake van hiërarchie, en we hebben een sterk middenkader van verenigingen en belangenorganisaties. Bovendien lijken de Nederlandse hesjes vooral de straat op te gaan voor hun eigen hachje. De broederlijkheid die we in Frankrijk zien, zie ik in Nederland niet terug. Terwijl broederlijkheid essentieel is voor de effectiviteit van een opstand. De opstand dooft bij ons daardoor waarschijnlijk vanzelf wel weer uit. Maar in Frankrijk wordt Macron gedwongen om na te denken over hoe het leven van een Franse arbeider eruitziet.”

Van der Heiden: “Macron merkt inderdaad dat deze opstand niet zomaar uitdooft. Hij heeft al handreikingen gedaan om de pijn te verzachten, maar daarmee zal de fundamentele onvrede van de l’enfance niet helemaal verdwijnen. Dat gebeurt pas als een nieuwe maatschappelijke vorm gevonden is, waarmee de gele hesjes zich kunnen uitdrukken binnen de instituten.

“Instituten veranderen vaak pas als ze gedwongen worden ergens op te reageren. Dat lijkt nu het geval te zijn. Zelfs al wordt er nog niet begrepen wat er precies mis is, de contouren van een ongehoorde groep zijn zichtbaar geworden. Eerst was het nog niet eens duidelijk dat er überhaupt een probleem is. Zo laten de gele hesjes ons nadenken over de vraag: die instituties die we hebben bedacht, werken die wel?”

Van Brederode: “Het gaat niet alleen om politieke oplossingen. Ook het voorstellingsvermogen van de machthebbers moet flink worden opgerekt. Velen hebben geen idee in hoeverre je geborgenheid wordt aangetast als je krap bij kas zit. Die problematiek moet niet alleen worden erkend, maar ook doorvoeld.

“Zo confronteert Macron de Fransen met exorbitante milieumaatregelen. Hij weet niet hoe het is om afhankelijk te zijn van je auto, omdat je geen huis kunt betalen in de stad waar je werkt. En hoeveel stress hogere vervoerskosten dan met zich meebrengen. Dergelijke zaken beïnvloeden zelfs de manier waarop mensen denken. Als je voortdurend moet nadenken over wat je niet kunt betalen, is het heel moeilijk om ruimte te zien voor kansen. Wie klein moet leven, heeft geen ruimte in de geest om groot te denken.

“De Franse gele hesjes dwingen politici hierover na te denken. Dat alleen maakt het al tot een geslaagd verzet. Helaas ligt wel het risico op de loer dat dat verzet wordt gekaapt door extreme partijen. Juist mensen die enkel ‘kinderlijke’ onvrede hebben, zijn makkelijk op te jutten en te manipuleren. Daar wist Joseph Goebbels al alles van. Zonder de gele hesjes te willen bevoogden: wie neemt deze mensen in bescherming tegen Trump-achtige leiders, die hun onvrede jegens de instituten zullen aanmoedigen ten behoeve van het eigen gewin?”

In het Filosofisch Elftal legt Trouw een actuele vraag voor aan twee filosofen uit een poule van elf. Lees hier eerdere afleveringen.

Deel dit artikel

Het is gevaarlijk om direct van ze te eisen dat ze helder vertolken wat ze willen

Gert-Jan van der Heiden

‘De Franse broe­der­lijk­heid zie ik in Nederland niet terug’

Desanne van Brederode