Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

‘Bertrand Russell bevocht het christendom met de verkeerde argumenten’

Religie en Filosofie

Leonie Breebaart

Bertrand Russell. © ANP
Grote denkers, blinde vlekken

Grote denkers openen ons de ogen. Maar wat zien zij zelf over het hoofd? Vandaag: filosoof Hans Achterhuis over Bertrand Russell.

Onder filosofen is de Engelsman Bertrand Russell (1872–1970) vooral bekend om zijn baanbrekende werk in de logica en kentheorie. Hij maakte naam met ‘Principles of Mathematics’ (1903) en geldt als grondlegger van de analytische filosofie. Russell gebruikte logica om wiskundige problemen op te lossen en om filosofische problemen te verhelderen. Hij zag het als zijn taak een logische taal te ontwerpen, zodat wij niet langer worden misleid door de onnauwkeurige weergave van de wereld in de gewone taal.

Lees verder na de advertentie
Russel wijdt geen woord aan de manier waarop mensen gemeenschappen opbouwen

Hans Achterhuis

Maar dat Russell zo beroemd werd onder niet-filosofen, dankt hij aan zijn rol als publiek intellectueel. De flamboyante Engelsman had vooruitstrevende ideeën en stond daar ook voor. In 1918 zat hij vijf maanden vast wegens zijn pacifistisch protest tegen deelname van de Verenigde Staten als bondgenoot in de strijd tegen Duitsland. In 1940 werd hij in New York moreel ongeschikt bevonden om les te geven. Hij streed voor gelijkberechtiging van vrouwen en tegen het christendom. In 1950 kreeg Russell de Nobelprijs voor de Literatuur, niet voor zijn filosofisch werk, maar voor zijn rol als ‘voorvechter van humaniteit en geestelijke vrijheid van de mensheid’.

Net als veel tijdgenoten, had Hans Achterhuis vroeger ontzag voor Bertrand Russell. Tegenwoordig ergert hij zich aan zijn blinde vlekken. “Als publiek intellectueel wilde Russell mensen gelukkiger maken, maar hij analyseert helemaal niet wat geluk is. In zijn essay ‘Lof der luiheid’ stelt hij bijvoorbeeld dat we te hard werken. Het klinkt leuk: ‘Lieve mensen, wees wat luier. Geniet toch een beetje van het leven!’ Maar als filosoof heb je helemaal niks aan dat boek. Want Russell doet geen enkel filosofisch onderzoek naar arbeid, zoals Marx en Hannah Arendt wel deden. Hij vraagt zich niet af waarom arbeid zo belangrijk voor ons is. Hij wijdt geen woord aan de manier waarop mensen gemeenschappen opbouwen.

Godsbewijzen

“Je ziet dat ook heel duidelijk in een boek dat nog altijd populair is onder humanisten, ‘Waarom ik geen christen ben’, uit 1927. Bertrand Russell komt daar met uitvoerige weerleggingen van godsbewijzen. Maar hoezo? Ik ben in de kerk nog nooit iemand tegengekomen die me via een godsbewijs overtuigde christen te worden. Het gaat christenen niet om het bestaan van God. Het gaat erom hoe je met elkaar omgaat, hoe je rituelen vormgeeft. Daar had Russell totaal geen oog voor. Zoals hij niet zag hoe arbeid functioneert, zag hij ook niet hoe de kerk functioneert.

Ik begrijp wel dat zijn humanisme veel mensen aansprak en aanspreekt, maar filosofisch stelt het niks voor

Hans Achterhuis

“Omdat Russell geen analyse maakte van arbeid, godsdienst, liefde enzovoorts, moest hij wel terugvallen op zijn persoonlijke idee van het goede. En dat is: je moet autonoom zijn. Het woord ‘moet’ komt steeds terug. Je móet anders denken over werk, of over godsdienst. Moet. Moet. Moet. Russell ziet ons als individuen die je belerend kunt toespreken over hoe ze gelukkig kunnen worden. En gelukkig word je als je je losmaakt van wat we samen hebben opgebouwd. In zijn individualisme ontbreekt elke analyse van gemeenschap.

“Ik begrijp wel dat zijn humanisme veel mensen aansprak, en nog steeds aanspreekt, maar filosofisch stelt het niks voor.”

De hele serie in het kader van de Maand van de Filosofie, met als thema ‘Ik stuntel, dus ik ben', is hier te vinden.

Lees ook: 

Weinig filosofen geven zo ruiterlijk als Hans Achterhuis toe dat ze fout zaten.

Voormalig Denker des Vaderlands Hans Achterhuis over zijn eigen blinde vlekken. En over de blinde vlekken van Hannah Arendt.

De blinde vlekken van Martin Heidegger

Na de oorlog trok hij zich als een muis terug in zijn hol , alsof hij alleen zo op de maatschappij kon reflecteren.

De blinde vlekken van Jean-Paul Sarte

De natuur was zijn blinde vlek, hij at zelfs graag uit blik. Sartre begreep niet dat wat wij delen met de natuur.

De blinde vlekken van Karl Popper

Politiek is niet niet louter ratio en methodische principes. Daar had Popper weinig oog voor.

Deel dit artikel

Russel wijdt geen woord aan de manier waarop mensen gemeenschappen opbouwen

Hans Achterhuis

Ik begrijp wel dat zijn humanisme veel mensen aansprak en aanspreekt, maar filosofisch stelt het niks voor

Hans Achterhuis