Beeld Annemarie Bergfeld

Het Mooiste Nederland

Wyldemerk, een libellenreservaat dankzij de N359

Ooit zou de Wyldemerk het toneel van wilde taferelen zijn geweest, nu is het een idylle met libellen. Met dank aan de provinciale N359.

De overlevering wil dat het er ruig aan toeging op de jaarmarkt die vanaf 1348 in de week na Sint Jan gehouden werd. Vooral de tweede dag ‘exclusief voor vrijers en vrijsters’ was berucht. Al gauw sprak men van ‘wilde markt’. Maar waarschijnlijker is dat de naam Wyldemerk terug te voeren is op de locatie: de jaarmarkt werd ver van de dorpen midden in het open veld gehouden. Open is het er al lang niet meer.

De Wyldemerk van nu, aan de rand van Gaasterland, is een stuk of tien vennetjes in een vriendelijk bos op golvende bodem. Het is sinds 2007 ook libellenreservaat; het beheerplan van Staatsbosbeheer richt zich specifiek op het behoud van de libellen. Met boswachter Henk-Jan van der Veen zit ik aan de rand van het grootste vennetje. Libellen zijn niet mijn sterkste kant, professionele hulp is welkom. Na even wachten komt een libel met een witte snuit als een speldenknop zo klein de pol waterbies vlak voor onze voeten inspecteren. Hij ziet er precies zo uit als de gevlekte witsnuitlibel in het libellenboek. Ik heb mijn eerste libel op naam gebracht.

Ruim tien jaar geleden werden hier 34 libellensoorten geteld, weet Van der Veen. “Daar zaten bedreigde soorten als glassnijder, vroege glazenmaker en deze gevlekte witsnuitlibel bij. Sowieso, en zeker voor Friese begrippen, een behoorlijk aantal en voldoende reden om ons extra om deze insecten te bekommeren.” In ons land planten zich volgens de laatste tellingen 64 libellensoorten voort.'

Beeld Annemarie Bergfeld

‘Vooral niet te netjes’

Land en water lopen geleidelijk in elkaar over. Vóór ons zien we libellen over het water scheren en onverwacht hoog de lucht in schieten – waarom dacht ik altijd dat ze alleen vlak boven het water vliegen? Groene kikkers maken hun paringsdrang luidruchtig kenbaar. Twintig meter naar rechts heeft een grote geitenfamilie zich rond een zandheuveltje geposteerd – zij grazen hier om te voorkomen dat het gebied dichtgroeit. De jonkies klimmen in de bomen, en vallen er weer uit.

Dit plekje is niet minder dan een idylle. De enige dissonant is het autogeluid van de N359 dat zacht achter de bomenrijen dreunt. Het is precies deze weg die deze idylle geschapen heeft. Toen rond 1970 zand nodig was voor de aanleg van de provinciale weg Balk-Koudum werd dat aan de noordelijke rand van Gaasterland gewonnen. Rond de diepe waterplas die achterbleef werden een paar rijen bomen geplant, nog wat watertjes uitgegraven en de bodem in heuveltjes opgeschoven als was het een voorpost van het glooiende Gaasterland. ‘Vooral niet te netjes’, zal de bulldozerchauffeur als opdracht meegekregen hebben. De natuur deed de rest.

Beeld Annemarie Bergfeld

Lage waterstand

Het beschutte microklimaat, de zandgrond, de geleidelijk aflopende oevers met riet en waterplanten is precies wat libellen graag zien. Het gros van deze vliegende acrobaten is drie tot acht centimeter lang, smaller dan een kinderpink en continu in beweging. Probeer dan maar eens uit te maken of de schouderstrepen breed of smal zijn, het achterlijf zwart of bronskleurig, de ogen groen of toch eerder blauw... Met behulp van boswachter en libellenboek leer ik de wat bredere platbuik kennen die zich zigzaggend voortbeweegt, de blauwe glazenmaker die als een pijl over het water schiet, en die groene facet-ogen horen bij de metaalglanslibel.

Als we dieper het bos inlopen, schiet de kudde Nederlandse landgeiten uiteen. Hondsdraf en moeraswalstro piepen voorzichtig tussen de hoge grassen onder de berken omhoog. Informatiepanelen bij de vennen verhalen over het libellenleven. Blauwe paaltjes markeren de route, tot ze opeens op zijn terwijl de route nog niet klaar is. Maar de Wyldemerk is klein en verdwalen onmogelijk.

Een volgend poeltje staat droog. De lage grondwaterstand baart de boswachter zorgen. “Water is essentieel voor de libel, die de eitjes in de waterbodem of in water- of oeverplanten afzet. Larven leven één tot vier jaar onder water voor ze een volwassen libel worden en kunnen vliegen.” Dan hebben ze nog twee tot acht weken om hun levensdoelen te bereiken. En die zijn universeel: voortplanten en nieuwe geschikte gebieden koloniseren.

Voor ‘Het mooiste Nederland’ probeert de redactie van Trouw de mooiste fiets- en wandelroutes door Nederland uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden