Het Paard.Beeld Annemarie Bergfeld

Het Mooiste NederlandMarken

Weldadig eilandgevoel op Marken

Ook zonder ijsschotsen rond vuurtoren het Paard, als de winter zich voordoet als voorjaar, is het goed lopen langs Marker dijken, werven en Havenbuurt.

Natuurlijk hoopte ik, toen ik een rondje Marken voor januari in de agenda zette, op een ijskoude dag. Zo een met sneeuw op de velden, ijs op de sloten en een striemende wind die je de tranen in de ogen doet schieten. Of, beter nog, invallende dooi met kruiende ijsschotsen rond de witte vuurtoren met de rode hoed, het Paard van Marken. Ik zou dat bekende plaatje dat ik alleen van foto’s ken graag eens van dichtbij beleven. 

Natuurlijk wist ik beter. Er waait niet meer dan een klein, venijnig windje op de dijk tussen Rozenwerf en Paard van Marken. En ijs? Ho maar. Ik zie zelfs drie zeilbootjes voor de contouren van Almere’s hoogbouw voorbijschuiven. En wanneer zouden de ijsbrekers, de houten balken die schuin uit het water omhoogsteken, weer dienst mogen doen? Ik gun het ze. Maar ook in standje werkeloos tonen ze zich fotogeniek, zo in combinatie met de groene houten huizen van de Rozenwerf. Ik herinner me de oude Marker baas die me ooit vertelde hoe de zuidwestenwind de ijsschotsen op nieuwjaarsdag 1951 door het keukenraam van zijn ouderlijk huis naar binnen schoof. Met man en macht hakten de Rozenwervers het ijs in stukken.

Beeld Annemarie Bergfeld

Terpen

Marken is een eiland van terpen, die hier werven heten: Rozenwerf, Moeniswerf, Wittewerf... Met ijzeren regelmaat overstroomde het eiland, het kon weken duren voor het water weer weg was. De Markers bouwden hun huizen stijf op elkaar – elke centimeter werd benut – op verhogingen die ze eerst zelf hadden opgeworpen. Ik vermoed zeeklei, vermengd met bergen zweet en volharding, onder de huizen. Aan veeteelt en landbouw hoefden ze op het natte, zoute land niet te denken, de Markers verdienden hun boterham in de visserij en de hooihandel. Hooi van dat natte land was voedzaam en werd voor goed geld verkocht aan boeren in de Vechtstreek.

 Rampzalig was de stormvloed van 1916 waarbij zestien Markers de dood vonden. Het was ook het laatste zetje dat de regering nodig had om de tot afsluiting van de Zuiderzee te besluiten. Met de bouw van de Afsluitdijk kwam in 1932 een eind aan de Zuiderzeevisserij én aan de profijtelijke hooihandel. De Markers moesten hun leven opnieuw vormgeven. Gelukkig was daar Sijtje Boes, die haar huisje aan de haven als ‘kijkhuis’ openstelde voor toeristen en ze zakdoeken en mutsjes verkocht. Ze wist een zich steeds verder uitdijende toeristenstroom naar Marken te lokken. Sijtje leeft al lang niet meer, veel toeristen komen nog altijd exclusief voor haar en zien niet meer van het eiland dan de Havenbuurt.

Beeld Annemarie Bergfeld

Wie tien stappen voorbij Havenbuurt en het grote parkeerterrein zet, wordt instant bevangen door het weldadige eilandgevoel, ook al is Marken feitelijk al lang geen eiland meer. Links vergezelt het water me met zijn rustgevende monotone golfslag op de dijk, rechts zie ik de geijkte beelden van dit jaargetijde: schapen, grauwe ganzen en brandganzen, die smaakvol wit-zwart-grijs getekende vogels. Als oprukkende frontsoldaten grazen ze in linie het weiland af. Op het dijkpad liggen de klinkers schots en scheef, aan de binnenzijde helt het pad op sommige stukken verraderlijk steil naar de sloot. Voordeel: ik kom maar één fietser tegen. 

Markerwaard

De onverharde Bukdijk is een verhaal apart. Als de hoorn van een eenhoorn wijst deze twee kilometer lange dam in de richting van Volendam. Om al ver daarvoor te eindigen in het niets van de golven. Deze dam was een eerste aanzet voor de westelijke dijk van de Markerwaard. In 1941 werd met de bouw begonnen, de oorlog en jarenlange discussies over wel of niet inpolderen volgden, tot het kabinet in 1986 definitief besloot dat het Markermeer meer zou blijven.

Beeld Annemarie Bergfeld

Wat rest is een met struikgewas begroeide dijk van nog geen twintig meter breed, in de zomer een ongestoorde broedplaats voor tientallen vogelsoorten, zomer én winter een curieus maar aangenaam wandelpad, zo van niets naar nergens. Op welk deel van het eiland je ook loopt, met de klok mee of er tegenin: altijd kom je weer in de Havenbuurt uit. In de luwte van de houten huizen rond de haven lijkt het dik voorjaar. Op de terrassen wordt bier en chocomel gedronken. Ik zwicht. Wil het geen winter zijn, dan ga ik wel voor het voorjaar. Vanachter mijn kop thee zie ik slierten toeristen de winkel van Sijtje binnengaan, de struise vissersdochter die de faam van Marken tot in de verste hoeken van de wereld bracht.

Praktisch:

Marken is te bereiken over de dijk die het eiland in 1957 definitief eiland af maakte. Parkeren op het terrein aan de Walandweg (dagkaart € 9). Met de bus vanaf Amsterdam CS is het ca. 45 minuten (halte Kerkbuurt). 

Op de parkeerplaats beginnen verschillende gemarkeerde wandelroutes. Ik liep de 13 km lange wandeling rond de noord- en oostpunt (incl. 4 km Bukdijk) uit het boekje ‘De Mooiste eilandwandelingen van Nederland’ van uitgeverij Gegarandeerd Onregelmatig (€ 16,95). Zonder markering of gids is Marken ook prima te bewandelen, verdwalen is onmogelijk. Het Marker Museum is vanaf 21 maart weer open; dit jaar met de expositie ‘Feest op Marken’. 

Meer info:  markermuseum.nl  of  gemeentemarken.nl.

Voor Het mooiste Nederland probeert de redactie van Trouw de mooiste fiets- en wandelroutes door Nederland uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden