Vesting Köningstein, nabij Dresden.

Wandelen

Voel je romantisch en nietig in machtig Saksen

Vesting Köningstein, nabij Dresden.Beeld Festung Königstein

Duik onder in de romantiek van het Duitse Saksen, om de hoek van Dresden. Daar waar het toerisme in de 18de eeuw door landschapsschilders op gang kwam en waar nog steeds diezelfde natuurkiekjes te bewonderen zijn. Met de fiets, te voet of per boot. 

Het waren de romantische kunstschilders die het ‘Elbsandsteingebirge’, in de buurt van Dresden, tot een waar toeristisch oord maakten in de achttiende eeuw. De Sächsische Schweiz, vol grote rotspartijen en indrukwekkende uitzichten, wordt niet voor niets Klein-Zwitserland genoemd. Hun schilderijen waren zeg maar het Instagram van die tijd. Daarop lieten de kunstenaars zien waar je moest zijn om je te laten meevoeren door de romantische tijdgeest van toen.

Een van de schilders uit de Duitse romantiek, Caspar David Friedrich, speelde een belangrijke rol. Zijn landschapsschilderijen tonen wat op toeristen van het eerste uur zo’n aanzuigende werking had: rotsformaties in nevelen gehuld, bedekt met mos, omzoomd door naaldbomen, zoals verbeeld op zijn olieverfdoek ‘Felsenlandschaft’ uit 1823. Daarop staat de Neurathener Felsentor, die nog altijd bezocht kan worden. Er is zelfs de speciale Maler-wandelroute, die op basis van historische documenten volledig is gereconstrueerd en langs alle hoogtepunten voert.

Beeld Louman & Friso

Sächsische Schweiz

Vanaf Utrecht is het zo’n 700 kilometer naar de Sächsische Schweiz. Met de trein kan eenvoudig naar Dresden: vanaf 59 euro en kinderen reizen vaak gratis mee. Op sites als saksen.info of saechsische-schweiz.de staat veel informatie. De wandelroute Malerweg is hier ook op te vinden. Voor de fietsroute kijk op fietsen-elbe.nl. Overnachten is prijzig in deze regio, toch zijn er ­genoeg plekken met goedkopere kamers bij ‘zimmer frei’ of campings.

Die route van 112 kilometer start in Liebethal, vlakbij het stadje Pirna en eindigt daar ook weer. Wij bezoeken dit gebied regelmatig en lopen met ons gezin de route in etappes. Het is geschikt voor de sportieve wandelaar zonder hoogtevrees, want het is veel klimmen en klauteren. Al kun je onderweg ook kiezen voor mildere varianten – in het hele gebied zijn geregeld trappen aangelegd, waardoor je niet steeds van rots naar rots hoeft te springen.

Grillige vormen

Alle rotsformaties hebben namen, veelal vernoemd naar iets waar ze op lijken. Zo is er de Kuhstal, de Affenstein en de Schrammstein – met grillige bovenkant. De oorsprong van dit gebied ligt in de Krijttijd, lezen we op de informatieborden, toen er op de zeebodem een dikke laag zand en schelpen ontstond, dat gesteente werd. Toen eenmaal de zeespiegel daalde bleef alleen het gesteente over. Erosie deed de rest en bezorgde het rotslandschap z’n grillige vormen.

Het aantrekkelijke van dit gebied is dat het er niet hysterisch druk is, zeker buiten het hoogseizoen. Het gebeurt geregeld dat we urenlang niemand tegenkomen. En als we een dagje geen zin hebben in geklauter, blijkt er volop cultuurhistorie te bezichtigen. Vergeet niet de immense middeleeuwse vesting Festung Konigstein, die maakt indruk. Leuk ook voor kinderen, omdat ze er historische kleding uitlenen: zo wordt de audiotour ineens een hele beleving. In de buurt is een Kletterwald: vanaf peuterleeftijd kunnen kinderen oefenen in klimmen en klauteren. Een mooie opstap naar het stevigere werk wat in de omgeving veel gedaan wordt door jongeren en volwassenen: klettersteigen.

Pravčická brána (Prebischtor). Bohemian SwitzerlandBeeld Pudelek

Oer en stoer

In de hele Sächsische Schweiz zijn zo’n 27.000 klimpaden op ruim duizend vrijstaande rotsen in alle moeilijkheidsgraden. Nadat we in een dorpje een speciale klimset met klimbroek, schoenen, bevestigingshaken en helm hebben gekocht, kiezen we voor een uitgezette route met ijzeren lijnen die met stevige pinnen in de zandsteenrotsen zijn bevestigd. Zoiets hebben de kinderen nog nooit beleefd, zo hoog klimmen, met zulke fantastische vergezichten. Het voelt heel oer en stoer.

Let wel: zonder gedetailleerde wandelkaart is het hier makkelijk verdwalen. Voor je het weet kun je niet verder en tuur je hoog boven alle rotsen uit en is alleen dezelfde weg terug nog de oplossing, zoals ons meermaals overkomt in dit gebied. Verder tref je niet op elke hoek een eetcafé aan, dus zorg voor genoeg proviand.

Een van de laatste dagen nemen we het koddige historische trammetje Kirnitzschtalbahn vanuit Bad Schandau het wandelgebied in, dat vervoert al sinds 1898 voornamelijk toeristen. Vooral handig voor wandelaars: de fiets mag niet mee in de tram. Maar ach, het hele traject beslaat maar acht kilometer, dus je bent er zo. Culinair genieten en overnachten is het handigst in de dorpen en stadjes langs de Elbe, het leukste is om in een van de vakwerkhuisjes te logeren voor het Roodkapje-gevoel. Maar je kunt ook prima terecht in Stadt Wehlen, Rathen of Bad Schandau. Dat laatste stadje doet wat ouderwets aan, maar eenmaal op het terras, turend over de zonovergoten Elbe, verdwijnt dat gevoel snel. Dat oubollige komt vooral door het kuuroord, dat er sinds 1920 zit. Nog altijd kun je er terecht in thermale baden of een behandeling volgens het holistische concept van Kneipp.

Beeld Dana Ploeger

Geasfalteerde fietspaden

Ook voor fietsers is Saksen een walhalla. Langs beide zijden van de Elbe zijn geasfalteerde fietspaden aangelegd, die je tot aan de Tsjechische grens voeren. Een aanrader is om voor dit deel van de bekende Elbe-route niet in Dresden, maar vlak voor Meißen op de fiets te stappen. Dit hoger gelegen middeleeuwse stadje, bekend om porselein, wijn en zeep, is zeker een bezoek waard.

Alles ligt dicht bij elkaar in de Altstadt. Bij het Albrechtsburg-kasteel krijg je van tevoren pantoffels om de vloeren van de grote zalen vol muur- en plafondschilderingen met religieuze en ridderbeelden niet te beschadigen. Zoeven maar! Let bij de inpandige kerk eens op de gedenkstenen in de vloer. En ook de glazen buitenlift is een must. Stiefel daarna door de kleine straatjes terug naar de rivier en bezoek nog even zeepjeswinkel Einseifer of duik een van de kroegjes in. Hier draait alles om wijn, wat we merken verderop langs de route: wijnhuizen en wijnbergterrassen te over, zoals bijvoorbeeld Schloss Wackerbarth dat rondleidingen verzorgt.

Verborgen schatje

Dan weer richting de Sächsische Schweiz, via Dresden natuurlijk, waar wij behalve de geijkte Altstadt met statige panden en het indrukwekkende Zwinger en de Semperoper nooit de Neustadt overslaan. Deze hippe post-punkwijk met veganistische tentjes, coole streetart en skaters- en platen­zaken blijft origineel. Een verborgen schatje is de Kunsthofpassage. In dit hofje vol vrolijke muurschilderingen vind je verschillende ambachtelijke winkeltjes met schrijfgerei, vilten kleding en snuisterijen – en uiteraard een Hofcafé voor een ijscoupe, daar houden Duitsers van: hoe groter hoe beter. Bij Café Raskolnikoff in de Böhmische Strasse, ooit het bolwerk van krakers, maar nu een kunsthuis en restaurant met lokale biologische lekkernijen. Op zondag serveren ze een oer-Duits gebraad: ein genuss!

Beeld Dana Ploeger

En ben je daar toch in de buurt, vergeet dan niet de beroemde historische melkwinkel Molkerei Pfund in de Bautzner Strasse: ook hier een restaurant met regionale spijzen, vaak met Senf (mosterd), maar je kunt er ook alleen even binnenlopen. Je vergapen mag, fotograferen niet. Dus kijk lekker rond in dit melkwinkeltje, dat van boven tot onder versierd is met kleurrijke historische tegels (uit Meißen natuurlijk).

Na al die stadse indrukken snel de natuur weer in. Lekker doorfietsen kan, maar je kunt het heuvelachtige gebied ook vanaf een raderstoomboot bekijken. Het aanbod is enorm: wijntochten, muziektochten, biertochten – met toeristisch sausje. Wij pakken in Dresden de trein naar grensplaats Hrensko en wandelen daar verder. Met de veerboot ben je zo aan de overkant in het Tsjechische deel van dit natuurgebied. Van daaruit voert een indrukwekkende wandeltocht naar de grootste natuurlijke burg van Europa: de Pravcicka brana: met een spanwijdte van 26 meter en een hoogte van 16 meter.

Valkennest uit vervlogen tijden

Volg vanuit Hrensko eenvoudigweg het rode pad (dat loopt even ongezellig langs de weg), maar na 1,5 km kom je bij het kruispunt Tri prameny. Daar sla je linksaf de bosweg in en die leidt je (ook weer met diverse trappen) dwars door het bos naar de brug. Mensen met hoogtevrees hebben het zwaar. Maar heeft u daar geen last van, dan is het genieten geblazen. Vooral het Valkennest (Sokoli hnizdo) aan de voet van de brug nam ons mee naar vervlogen tijden. Het gebouw uit 1881 was ooit het vakantiehuis van de Boheemse adellijke familie Clary-Aldringen. Nu wordt er al lang niet meer gelogeerd, je kunt er wel wat eenvoudigs eten of het museumpje bezoeken.

Wij lopen aan het einde van de middag door naar het plaatsje Mezna waar verschillende knusse pensions zijn te vinden. Zelfs zonder te reserveren kunnen we er met zijn vijven terecht. Goed eten, lekker slapen en de volgende dag terug met een platte punterboot de smalle en grillige Divoka-kloof (Wilde kloof) door. De kloven torenen soms wel negentig meter hoog boven je uit. En terwijl we ons vergapen aan dit natuurgeweld, vertelt de schipper in een Duits-Tsjechisch-Engels brabbeltaaltje van alles over de omgeving. Dan weet je dat je de Sächsische Schweiz van alle kanten hebt ontdekt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden