EssayMassatoerisme

Toerist, dat zijn we allemaal

Beeld Arnoud Holleman

Ilja Pfeijffers roman ‘Grand Hotel Europa’ rekent  af met toerisme en is velen uit het hart gegrepen. Kunstenaar Marc van Dijk ziet oplossingen. Stel aan de toerist, net als aan de vluchteling, voortaan eisen.

In Amsterdam is klagen over toeristen heel gewoon geworden. Toeristen staan in de perceptie van de Amsterdammer ongeveer gelijk aan duiven: ze lopen in de weg, je fietst makkelijk tegen ze aan, het zijn er te veel. Ze verpesten de binnenstad met hun afval, wiet­walmen en wafelwinkels. Ga maar eens praten met bewoners daar, ze voeren een postercampagne om toeristen ervan te doordringen dat achter die pittoreske geveltjes echte huizen schuilgaan, waarin (nu nog) mensen wonen en waar je dus niet zomaar tegenaan kunt plassen. Het helpt nauwelijks; bepaalde straten en grachten zijn dag en nacht het domein van eenvormige hordes passanten, altijd op zoek naar snacks, drank en seks. Naast praktische overlast veroorzaken toeristen een verdere stijging van de huizen- en grondprijzen, waardoor het toerisme zichzelf versterkt; verhuur aan passanten is simpelweg te lucratief.

In de Gouden Eeuw werd Amsterdam door Joost van den Vondel en andere dichters ‘het Venetië van het Noorden’ genoemd. Dit was bedoeld als een eervolle vergelijking; Venetië stond voor rijkdom en bloeiende handel op het water. De snelgroeiende havenstad Amsterdam werd net als Venetië gebouwd op palen, weliswaar niet direct op het water, maar wel dooraderd met water, in een moeilijk te bebouwen moeras. De vergelijking met Venetië dient zich nu opnieuw aan, maar anno 2019 heeft ze elke glans verloren. De bijna verzopen stad is het ultieme schrikbeeld, hoofddecor van Ilja Leonard Pfeijffers succesroman ‘Grand Hotel Europa’, waarvan de vertaalrechten inmiddels aan meer dan tien landen verkocht zijn.

In Amsterdamse winkelstraten zoals Damstraat, Warmoestraat en Damrak, hebben zeer veel toeristenwinkels en fast foodketens zich gevestigd.Beeld Patrick Post

In die schijnstad leven de resterende bewoners in de marge van 18 miljoen bezoekers per jaar (een kleine 50.000 per dag), die de stad letterlijk langzaam doen zinken onder hun gewicht. De golfslag van de cruiseschepen verzwakt de kades.

Europa als het museum van de wereld

In 2030 zal het aantal toe­ris­ten verdubbeld zijn. “Dan zullen 100.000 toeristen per dag een uitgestorven stad bezoeken”, schrijft Pfeijffer. “Dan zullen de poortjes ’s ochtends opengaan en ’s avonds sluiten, en zal niemand protesteren als hij een kaartje moet kopen om de stad te bezoeken. Op verschillende plekken in de stad zijn spandoeken opgehangen met de tekst ‘Venezia è una città vera’. Geen enkele echte stad zou de noodzaak voelen om zijn echtheid door middel van manifesten te benadrukken.” Doet dat laatste niet denken aan de postercampagne op de Amsterdamse Wallen? Op deuren en ramen zijn levensgrote foto’s van bewo­ners geplakt, met daarbij de kreet: I LIVE HERE. Want ‘hier wonen gewoon mensen’. Het Venetië van het Noorden is in dit gebied dus al een erkende realiteit. 

Europa staat buiten Europa nu al bekend als ‘het museum van de wereld’, aldus Pfeijffer, en als de Chinese, Zuid-Koreaanse en Japanse middenklasse echt aan het reizen slaat, is er geen redden meer aan. Pfeijffer weet welk lot ons als Europeanen te wachten staat: een bestaan als uitventers van onze geschiedenis. De toerist wil iets ouds zien, geschiedenis beleven, maar doet daarmee de geschiedenis stollen. Denk aan een boer die overstapt op kamerverhuur en boerderijdieren knuffelen, een visser die voortaan dagjesmensen rondvaart op zoek naar zeehonden of een bakker die rondleidingen gaat geven door zijn ‘authentieke bakkerij’.

Beeld Reuters

De toerist tast datgene aan waar zijn blik zich op richt. Een mooi voorbeeld hiervan is ­Fakarava, een piepkleine atol in de Stille Oceaan, door Pfeijffer als volgt beschreven: “Een standaardparadijs uit het boekje. Achthonderd inwoners. Sinds kort leggen er met enige regel- maat cruiseschepen aan. (…) De lokale bevolking trekt in allerijl Polynesische rieten rokjes aan en begint als een bezetene te dansen. Zo­dra de toeristen zijn opgehoepeld, hangen ze weer wezenloos met een fles bier aan hun mond voor hun hutten. Zo op Fakarava ooit het idee heeft postgevat dat je wat van je leven moet maken, is dat met de komst van de cruiseschepen voorgoed de kop in gedrukt. Het goedkope geld dat ze aan de toeristen verdienen, is het definitieve excuus om het leven er voor de rest maar bij te laten zitten.”

 “Ik ben geen toerist, dat zijn de anderen”

Met een groep kunstenaars vroeg ik me af of er ook andere perspectieven mogelijk zijn op toerisme. Midden in het toeristische centrum van Amsterdam creëerden we Tourist Land, een tijdelijke toeristische vrijstaat waar we bezoekers en filosofen verleidden om met andere ogen naar het thema te kijken. Niet iedereen begreep dit uitgangspunt. Een voorbijganger legde een bos bloemen voor de deur met een rouwkaart voor de kunst, in de veronderstelling dat ook deze zeldzame werk- en expositieruimte nu definitief was ingelijfd door de toeristenindustrie.

We zongen een toeristisch volkslied (‘Hail to the Tourist’), in het besef dat we allemaal toeristen zijn. Een van de grootste problemen van de toerist is de fundamentele zelfontkenning: “Ik ben geen toerist, dat zijn de anderen”. De eerste aanbeveling van filosoof en toerisme-expert Ruud Welten is dat je erkent dat je een toerist bent en dat je zó kijkt naar wat er valt te veranderen aan je rol. Toerisme is volgens Welten geen manier van reizen meer, maar een structuur waar wij allemaal deel van uitmaken.

De enige uitzondering is de vluchteling. Het contrast is helder: de toerist is altijd welkom, omdat hij niet de intentie heeft om te blijven, terwijl hij wel een portemonnee bij zich heeft. Bij de vluchteling is het precies andersom, en daarom stellen we aan hem allerlei eisen.

Kuntswerk van Banksy over het massatoerisme in VenetiëBeeld AFP

Als de toerist in een mens veranderd

We gingen in gesprek met toeristen. In de studio van lokale tv-zender Salto nodigde ik ze uit voor een gesprek over hun eigen foto’s. Want als lokale televisie bedoeld is om alle bewoners van een stad of streek te representeren, dan hoort de toerist daar ook bij.

Vallo Pooler, een joviale jongeman uit Estland die met oordopjes en camera door de straten banjerde, bekende dat ik de eerste persoon was met wie hij praatte in drie dagen. Helen Rankin, een dame uit Schotland, vertelde dat coffeeshops voor haar een geschenk uit de ­hemel zijn omdat ze daar haar fysieke pijn kan bestrijden met een joint in een gezellige en veilige omgeving. En de charmante Turk Engin ­Ertan zei dat hij vooral reisde om sociale verbanden te begrijpen en dat het hem zeer frustreerde dat hij in Amsterdam geen beeld kon krijgen van de Amsterdammers, omdat de toeristen er zo dominant zijn.

Het waren ontmoetingen die naar meer smaakten. Steeds gebeurde er iets wonderlijks als ‘de toerist’ veranderde in een mens met specifieke interesses en unieke eigenschappen. Ook stadsbewoners reageerden hier positief op. Een Amsterdammer vertelde dat hij zich eerst schaam­de voor het feit dat hij een deel van zijn huis verhuurde aan toeristen, maar dat dit veranderd is sinds hij persoonlijk met zijn gasten optrekt en op gezette tijden als tijdelijke vriend met ze meereist, zijn eigen stad met andere ogen bekijkend.

Landelijk toeristenbeleid

Als de toerist gekenmerkt wordt door zijn gebrek aan binding met de plek waar hij verblijft, kan persoonlijk contact met deze mensen ons zelf laten voelen dat wij juist wél geworteld zijn. En voor de toerist verrijkt het zijn verblijf als hij uit de toeristische bubbel kan breken, al is het maar voor even. Daarvoor heeft The Untourist Movement een gidsje uitgegeven vol tips waarmee toeristen uit hun passieve en louter consumptieve rol kunnen stappen: ga eens wandelen met een Nederlandse bejaarde. Volgens een van de schrijvers van het gidsje kreeg het boekje weliswaar internationale media-aandacht, maar de inhoud ervan krijgt weinig navolging.

Toerisme verschuift van het centrum ook naar De PijpBeeld Patrick Post

Een van de gasten in Tourist Land was een stadsbestuurder. Zij gelooft van harte in speelse initiatieven, zei ze, maar meestal houdt ze zich bezig met taaie juridische gevechten tegen de zoveelste winkelier die zich tegen de nieuwste regels in blijkt toe te leggen op toeristen­producten als souvenirs of luchtdicht verpakte kaas. Rechters geven haar doorgaans gelijk, maar de straten veranderen sneller dan de gemeente kan bijbenen. Ook de nieuwste wetgeving die illegale hotels en Airbnb aan moet pakken, schiet volgens de vier grote steden tekort. Verhuurders krijgen een registratieplicht die ze makkelijk kunnen ontlopen en de commerciële platforms worden tot niets verplicht. Zolang er geen landelijk beleid is om toeristenstromen in te dammen, blijft het dweilen met de kraan open – en de kraan staat pas net open.

Amsterdam kan als vitale, dynamische stad nu nog zeggen dat het nog lang geen Venetië is. De rest van Nederland kan nu nog zeggen dat het nog lang geen Amsterdam is. Maar de visieloosheid in de landelijke politiek zou iedereen zeer ongerust moeten maken. Staatssecretaris Mona Keijzer (economische zaken) lanceerde onlangs samen met provincies een actieprogramma om toeristen beter landelijk te spreiden de komende tien jaar, waarin het aantal buitenlandse bezoekers mogelijk zal stijgen van 19 naar 29 miljoen per jaar. De gezaghebbende reisgids ‘Lonely Planet’ prijst niet alleen Amsterdam, maar Nederland als geheel in de 2020-editie aan in zijn toptien, dus de staatssecretaris wordt op haar wenken bediend. Rotterdam staat nog aan het begin. Utrecht en – jawel – Arnhem staan nu boven aan de tiplijstjes.

In werkelijkheid is dit juist de kern van het probleem: als je op één plaats merkt dat toerisme een desastreuze werking heeft, kan ‘spreiding’ onmogelijk het enige antwoord zijn. Dan moet je nadenken over wat voor soort toerisme je wilt en hoe je degenen die daar niet aan voldoen, buiten de deur houdt. Zolang je elke toerist blijft zien als ‘een economische kans’, ga je voorbij aan de werkelijke impact die toerisme heeft.

Een cruiseschip arriveert in de haven van VenetiëBeeld AFP

Een nieuwe toeristenmagneet

Toerisme zal verder groeien, maar dat betekent niet dat het vanzelf verandert in iets waardevols. De sector is in Nederland inmiddels groter dan de landbouwsector. Moeten we daar ontzag voor hebben? De banengroei dankzij toerisme zit volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek vooral in deeltijdbanen in de horeca. Is dit het waard om de cohesie, het huizen- en winkelaanbod, straatbeeld en atmosfeer van complete binnensteden aan op te offeren?

Planoloog Zef Hemel mocht er een jaar over nadenken van de burgemeester van Amsterdam en kwam onlangs met zijn plan: een toeristenmagneet (mini-Keukenhof, winkelcentrum, casino) bouwen aan de Amsterdamse Zuidas, om de binnenstad te ontlasten. Ook hier: gesteld dat het zou lukken (want toeristen zijn niet gek, die willen iets ouds zien), dan heb je alleen maar een extra trekpleister erbij.

In Tourist Land vervulde een kunstenaar de rol van douanier. Hij stelde elke bezoeker, Amsterdammer of buitenlandse gast, indringende vragen over zijn of haar toeristische aard, bijvoorbeeld ‘Hoe gastvrij bent u precies?’. Soms gaf hij ze een persoonlijke opdracht mee voor hun verblijf: ‘Voordringen’, of ‘Luid ­neuriën terwijl u naar een kunstwerk kijkt’. Locals en reizigers ervoeren het als een verademing.

Het wordt tijd dat we niet alleen aan de vluchteling, maar ook aan de toerist eisen gaan stellen. Die verandering vereist een menselijke maat die het massatoerisme uitsluit.

Marc van Dijk (1979), kunstenaar en journalist, schrijft voor Trouw en Filosofie Magazine over filosofie. Hij publiceerde met tekenaar Sander ter Steege de filosofische graphic novel ‘Becky Breinstein’.

Lees ook:

Toerisme staat de leefbaarheid in steden in de weg

De toerist verbindt zich niet. Daardoor staat toerisme de leefbaarheid van steden als Amsterdam in de weg, meent Bart Barnard, filosoof en docent aan de Hanzehogeschool.

Venetië gaat nu echt een entreeprijs vragen

Na veel discussie is het in mei eindelijk zover: wie Venetië in wil, moet betalen. Een dagkaartje kost drie euro. Volgend jaar gaat de prijs omhoog, naar zes of tien euro, afhankelijk van de drukte in de fabelachtig mooie lagunestad.

Vreselijk, al die toeristen... maar ik ben er zelf ook een

Journalist Hagar Jobse (31) reist graag en veel. Maar er begint van alles te knagen: vliegen is extreem vervuilend en populaire buitenlandse steden bezwijken onder de bezoekers. Moet ze niet nodig minderen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden