Reizen Londen

Terugverlangen naar een duik in de Ladies’ Pond, hartje Londen

Beeld Getty Images

Het moet een magisch gevoel zijn, om midden in Londen in de Kenwood Ladies’ Pond te stappen, de beroemde zwemvijver voor vrouwen. Andrea Bosman neemt een duik.

Ik ken Deborah pas twee uur en ze stelt precies de goede vraag. Of ik morgenvroeg met haar meega, zwemmen in The Ladies’ Pond. Het is een vrijdagavond in augustus en we zitten in een pub in Camden. We drinken geen pints, maar grote glazen rode wijn. We logeren gezinsgewijs hier in de buurt, in het huis van Deborah, voor een paar dagen Londen, en dat the Pond niet ver daar vandaan is, had ik al gezien op de kaart. Er was net een boekje verschenen met verhalen van schrijfsters als Margaret Drabble en Esther Freud over de beroemde zwemvijver – sinds 1925 – voor vrouwen in het eveneens beroemde park Hampstead Heath waar ook heel beroemde vrouwen als actrice Helena Bonham Carter komen zwemmen.

‘At the Pond’, heet het en uit alles had ik opgemaakt dat het een magische plek moet zijn. Wat een geluk dat mijn gastvrouw meteen alle drempels slecht: iemand die de weg kent, ook van kleedruimtes en kluisjes en douches en zwemrichting en of en waar je moet betalen en alle andere ongeschreven regels die zo’n heilige plek intimiderend kunnen maken.

Recalcitrante linkse types

En dus stappen we om half acht de volgende ochtend in Deborah’s Mini Cooper. Na een paar bochten langs elegante en peperdure huizen parkeren we bij het lommerlijke laantje dat naar de vijver voert. Het is hier als op zoveel plekken in Londen, zoals schrijfster Deborah Moggach, die hier al een halve eeuw zwemt, in ‘At the Pond’ beschrijft: de buurt is inmiddels bevolkt door “bankiers en vastgoedhandelaren met katers en gel in hun haar en met 4x4 auto’s waar hun trophy wives in leren broeken in rondrijden en die de straten rond de scholen doen dichtslibben”. Vroeger was het juist een buurt voor artistiekerige, rommelige, recalcitrante linkse types, en die zijn allemaal weggetrokken. “Maar je komt ze nog tegen”, schrijft Moggach, “bij de damesvijver.” Inmiddels is ze tot haar eigen verbazing zelf ook 70 en gerimpeld.

Beeld Getty Images

Op naar de damesvijver dus, over het laantje, langs het bord aan het hek dat zegt dat mannen hier niet mogen komen, met aan weerszijden de omsloten zonneweides die nu nog leeg en stil zijn op deze zonnige ochtend. Er zijn weelderige wilde bloemen en her en der bankjes waar al een paar heel vroege zwemsters hun haren aan het uitwringen zijn. Op de grote vlonder staat een krijtbord met de watertemperatuur van vandaag (19 graden). Daar houden twee vrouwelijke lifeguards strak zicht op de door bomen en struiken omzoomde vijver. Ik ontwaar een stuk of tien hoofdjes in het water. Op een paar uitzonderingen na zijn de vrouwen in kleedkamer en vijver op leeftijd, zestig en een hoop plus. Alle soorten en maten. Sommigen zijn samen gekomen, de meesten alleen.

Deborah en ik trekken onze badpakken aan en stappen de vlonder op, ik laat haar als eerste het trapje afdalen. Dan glip ik zelf het water in, het is koud en donker en diep, maar na een paar haastige eerste slagen lukt het om rustig te ademen. Ik denk aan de vrouwen die hier alle seizoenen rondzwemmen, als zelfs het ijs wordt stukgeslagen om het zwemmen mogelijk te maken. Ik kan me voorstellen dat je eraan kunt wennen, en hoe verslavend het kan zijn om hier altijd te komen.

 Een half uurtje ‘hemel’

Ik zwem achter Deborah aan, langs reddingsboeien en kleine groepjes (vrouwtjes!) eenden die nergens van opkijken. De rondjes gaan rechtsom, in schaatsrichting. In een boom aan de andere kant zit een reiger. De zon schijnt op het water. Wilgen ruisen. Heel veel groter geluk dan op dit tijdstip midden in Londen door dit water te bewegen kan ik me eigenlijk niet voorstellen. Van bovenaf gezien ben ik een stipje op een vlekje op de kaart van een reusachtige wereldstad, waarvan je hier alleen een zoemen hoort. Een Hof van Eden.

Beeld Getty Images

Deborah komt hier de laatste tijd weer vaker, vertelde ze in de pub. Ze vermoedt eigenlijk om haar legenestsyndroom weg te zwemmen: onlangs vertrok haar jongste dochter definitief uit huis. Zo hebben de zwemsters allerlei motieven om hier te komen, motieven die gedurende een leven ook veranderen, zoals schrijfster Moggach het mooi formuleert. Als jonge moeder was The Pond een levensreddende plek waar ze even naartoe kon ontsnappen, woedend trappend op de fiets erheen, voor een half uurtje ‘hemel’. Nu bedenkt ze wendingen en plots voor verhalen in het water. Ziektes, depressies, verlies en andere zorgen: ze lossen voor even op.

En ja, het ís anders omdat hier alleen vrouwen mogen komen. Precies wat een bezoek aan een hamam aangenaam en ontspannen maakt, om je in al je lichamelijkheid onbespied te voelen. Of in elk geval daar niet over na te hoeven denken. Geen grootse euforische zusterschap hier, daarvoor is zwemmen te veel een solistische bezigheid. Maar een prettig samenzijn.

De volgende ochtend lukt het me zowaar om mijn twee dochters op hetzelfde vroege tijdstip mee te krijgen. De oudste zwemt meteen gestaag en nieuwsgierig weg. En hoewel de jongste me midden in de vijver nog eens bozig en rillend verzekert dit écht alleen voor mij te doen, ben ik ervan overtuigd dat dit later een bijzondere herinnering wordt van iets wat ze niet had willen missen. Of nu ja, ik in elk geval niet. Ik en mijn pre-lege-nest-syndroom.

Sinds ik er ben geweest, en dat was dus maar twee keer, denk ik vaak aan de vijver en verlang ik ernaar terug. Naar dat gevoel van daar in dat water te zijn. Het is wat Moggach schrijft: waar ter wereld je ook bent, je weet dat de vijver er is. Je kunt er weer heen, je kunt er weer in. Een grote geruststelling.

De vijvers in Hampstead Heath zijn in de 17de en 18de eeuw aangelegd als drinkwatervoorziening voor de groeiende steden (inmiddels stadsdelen) Hampstead en Highgate, het water werd beroemd om zijn goede kwaliteit. Het hele park telt er wel dertig, om te zwemmen zijn er drie: de gemengde, de mannen- én de vrouwenvijver. Ruim honderd jaar, sinds 1926, was de Ladies’ Pond er dus exclusief voor vrouwen. Eind 2017 werd die definitie complexer, toen het stadsbestuur besloot dat de Ladies’ Pond ook toegankelijk moest zijn voor een heel specifieke groep zwemmers: transgenders. Stormpjes feministische kritiek steken sindsdien van tijd tot tijd op, onder anderen Amy Desir betoogde dat dit voor jonge meisjes hinderlijk zou zijn en dat nu dus in principe iedere man zich onder het mom van het ‘gender’-excuus (ik voel me vrouw) toegang tot dit vrouwendomein kan verschaffen. In ‘At the Pond’ staat een verhaal van dichter/activist So Mayer, die juist beschrijft waarom zwemmen in de damesvijver vroeger al een pijnlijke aangelegenheid was: ze voelde zich niet op haar gemak in een vrouwelijk lichaam. Tegenwoordig zwemt Mayer er niet meer, de protesten tegen het toelaten van transgenders geven haar, letterlijk, ‘a sinking feeling’.

Deborah Maggach
‘At the Pond. Swimming at the Hampstead Ladies’ Pond’, 
Daunt Books, € 12,20 (via bol.com)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden