De voormalige fabriek van Meijerink en Zn., later Seahorse Meijerink. Nu is er een kledingwinkel in gevestigd.

ReizenArchitectuurwandeling

Rond Winterswijk vind je een staalkaart van industriële bouw

De voormalige fabriek van Meijerink en Zn., later Seahorse Meijerink. Nu is er een kledingwinkel in gevestigd.Beeld Esther Heinde en Verre

Van spoelerij tot magazijn; wandel langs de vroegere fabriekspanden in Winterswijk en ontdek het rijke textielverleden.

Veel baksteen. En honderden ruiten die voorbijdrijvende wolken weerspiegelen. De voormalige Tricotfabriek oogt voornaam, met haar brede gevel en monumentale ingang, waar in vroeger tijden arbeiders in de rij stonden voor de prikklok.

De textielgordel, zo noemt gids Gert-Jan Kuiper de strook van textielsteden in het oosten, van Enschede via Winterswijk naar het Duitse Bocholt. “Eigenlijk hebben we de oorsprong van deze industrie te danken aan huisvlijt”, zo vertelt hij. “Rondom Winterswijk stond in elke boerderij wel een weefgetouw waar van vlas linnen werd geweven.”

De industriële revolutie maakte het mogelijk op grotere schaal textiel te vervaardigen. In Winterswijk was Geert Jan Willink eind negentiende eeuw de eerste die in een koetshuis experimenteerde met breimachines. “Zet er tien op een rij en je hebt al een kleine fabriek. In de jaren twintig, het hoogtepunt van de textielindustrie, stonden in Winterswijk zeven fabrieken. Zeker een ­derde van de inwoners was direct of indirect afhankelijk van deze industrie.”

De Spoelerij. Beeld Esther Heinde en Verre
De Spoelerij.Beeld Esther Heinde en Verre

Onder het geluid van spoelen, stampende machines en klepperende weefgetouwen werden jaarlijks tonnen textiel vervaardigd; van badjas tot beddengoed, van washand tot werkkleding. In de volksmond kregen de panden klinkende namen als Breistoom en Zwartstoom.

Siermetselwerk

Wandel rondom Winterswijk en je vindt het industriële verleden terug in de fabrieksarchitectuur, met elementen uit verschillende periodes: van neoromantiek tot stijlkenmerken uit de wederopbouwperiode.

Neem de Tricot, ten noorden van de dorpskern. Nu een appartementencomplex, vroeger een verzameling industriële panden, waarvan de Wilhelmina in 1890 als eerste werd opgetrokken. Voor het ontwerp van dit hoofdgebouw sloeg Gerrit Beltman het klassieke boekje erop na, met siermetselwerk in de boogtrommels en horizontale banden. Daarnaast oogt de donkerrode bakstenen uitbouw – met hoekramen – van 1934 van architect Heinink strak en modern.

Twee delen, zo lijkt het. Maar schijn bedriegt. Ketelhuis, kistenmakerij, kantoorpanden voor de directeur; in de loop van de twintigste eeuw werden zo’n zeventig bouwvergunningen afgegeven voor uitbreiding van de fabriek. Aan de zijkant van het pand steken nog houten neuzen uit de muren. “Uit die oplegnokken blijkt wel dat ze rekening hielden met verdere uitbreiding van de Tricot.”

Entree van confectiebedrijf de Hazewind. Beeld Esther Heinde en Verre
Entree van confectiebedrijf de Hazewind.Beeld Esther Heinde en Verre

Bij de (uit)bouw werd geld noch moeite gespaard. Gert-Jan Kuiper wijst naar het metselwerk van de Wilhelmina. De voegen rondom de stenen zijn uitgesneden met een voegspijker, waardoor de baksteen als het ware in de muur ligt verzonken. “Dat kostte tijd en geld. Daarom wordt het ook wel de rijkeluisvoeg genoemd.”

Achter de Wilhelmina staat de Spoelerij, uit 1912, een ontwerp van zoon Arend Gerrit Beltman. Een wit pronkstuk met puien van staal en veel glas. Hypermodern voor die tijd en gebouwd nog vóór de Van Nelle-fabriek in Rotterdam. “Dit was een van de eerste gebouwen in Nederland waarbij gebruik werd gemaakt van gewapend beton.”

Wandelroute

De voormalige textielfabrieken liggen op loopafstand van het treinstation, aan de noord- en oostzijde van Winterswijk. Neem voor wandelingen met een gids contact op met VVV Inspiratiepunt Winterswijk of kijk op 100procentwinters­wijk.nl. Tot en met 31 oktober wordt er elke maandag, donderdag en zaterdag om 11 uur een dorpswandeling georganiseerd­­.

Zweepslagmotief

De textielnijverheid zorgde voor toenemende welvaart in het dorp. Dat blijkt ook uit de Jugendstil-panden in de Prins Hendrikstraat, op steenworp afstand van de Tricot. Gert-Jan Kuiper: “Architect Post werkte aanvankelijk bij de gemeente, maar kreeg al snel door dat je met het ontwerpen van dit soort woningen meer geld kon verdienen.” Ook de directeuren van de textielfabrieken bewoonden deze villa’s met ijzerwerk met zweepslagmotieven en rijkgedecoreerde balkons.

Terug naar de industriële gebouwen, langs de schoorsteen van de Tricot, via het park naar de oostzijde van het dorp. Aan de Zonnebrink herinnert slechts de voormalige toegangspoort van De Batavier, met het jaar 1938 in steen gebeiteld, aan de stoomweverij die ooit twee hectare besloeg.

De achterzijde van de vroegere Tricotfabriek. Beeld Esther Heinde en Verre
De achterzijde van de vroegere Tricotfabriek.Beeld Esther Heinde en Verre

Maar de fabrieken op het industrieterrein aan de overkant laten een veelheid aan stijlen zien. Magazijnen en hallen met siermetselwerk boven een entree, tandlijsten onder de goot, kleuraccenten. En daken in de vorm van zaagtanden. “Deze sheddaken werden van oorsprong al veel toegepast bij fabriekshallen”, vertelt Kuiper. De schuine glazen wanden werden naar het noorden gericht voor een gelijkmatige lichtinval, waarmee ook schaduwen en lichtplekken op de weefdoeken werden voorkomen.

Struin over het terrein en je vindt er evengoed uitingen van modernere architectuur: staal en beton, een fabriekshal met een gebogen dakconstructie, typerend voor de wederopbouw. Een laatste opleving; vanaf de jaren zeventig verhuisde de productie naar lagelonenlanden en verdwenen de hofleveranciers van textiel uit Winterswijk. Veel fabriekspanden werden afgebroken, andere doen tegenwoordig dienst als opslagruimte, sportschool of escaperoom.

Resten nog de industriële gebouwen die leeg en verlaten zijn. Waar de stalen ramen verroesten en binnen de verf van de muren bladdert. Maar wie verder wandelt door de Laan van Hilbelink en de hoek om slaat, ziet bij de entree van Weverij Gaudium nog de stille getuige van een rijk verleden; een originele weefmachine van Stäubli.

Architect Beltman

Rond 1900 was Gerrit A. Beltman (1843-1915) een van de belangrijkste architecten van textielfabrieken. Hij begon als timmerman bij het aannemersbedrijf van zijn vader en bezocht na werk de avondtekenschool.

In 1871 richtte hij een architectenbureau op in Deventer. Al snel maakte hij naam met het ontwerpen van fabrieken in Twente en de Achterhoek, waaronder de Tricot, die hij samen met zijn zoon ontwierp.

Zoon Arend Gerrit Beltman (1869-1934) was pionier in de toepassing van betonconstructies. Textielfabrikanten zagen al snel het voordeel: gewapend beton bood de mogelijkheid panden te bouwen die minder brandgevaarlijk waren. Bekende werken van zijn hand: Spinnerij Oosterveld (1911) in Enschede en Spinnerij Twenthe (1916) in Almelo.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden