Essay De pelgrim

Pelgrim tussen hemel en aarde

Ooit een hit, nu bijna vergeten: Bertus Aafjes’ voetreis naar Rome. De één vond het een kanker, de ander dweepte ermee. 

Van Bertus Aafjes is de bekende uitspraak dat dichters de waarheid liegen. Over zijn bekendste werk ‘Een voetreis naar Rome’ zou je kunnen zeggen dat Aafjes de leugen zo lyrisch in poëzie heeft gegoten, dat iedereen hem gelooft. In de eerste strofen van het gedicht belooft de dichter de Muzen een ‘reis te voet, heen en terug’ te maken. Het is hem niet gelukt. Wat volgt is een triomf van dichterlijke vrijheid.

Toen Aafjes op 31 maart 1936 van de Borneostraat 32 in Amsterdam-Oost voor zijn pelgrimstocht naar Rome vertrok, was dat per fiets. In zijn rugzak bevonden zich wat kleren, maar vooral veel boeken. Ook had hij een mandoline bij zich en honderd gulden uit de erfenis van zijn vroeg overleden vader. De eerste halte was Arcen in Limburg. Daarna ging het langs de Rijn, naar Zwitserland. Onderweg sliep hij vooral in kloosters en pastorieën. Als Aafjes bij Bazel zijn fiets de grens over wil krijgen, blijkt dat hij daarvoor moet betalen. Maar al zijn geld is op, dus zet hij zijn fiets op de trein naar Amsterdam en gaat te voet verder.

Hij komt tot Bologna. Daar gaat hij op zijn 22ste verjaardag, 12 mei 1936, heel vroeg naar de mis in een monnikenklooster. Als hij de communie ontvangen heeft, zegt hij: “God, ik ben jarig, en ik mag u dus wat vragen. Laat mij vandaag nog in Rome komen.” Nog diezelfde avond rijdt hij in een auto de Eeuwige Stad binnen. Het gebed is verhoord.

Door gouden hemelen omgeven,
Zingt hel een engel op mijn pad:
dit is geluk. Ginds wil ik leven.
Daar ligt mijn tweede vaderstad.

Toen Aafjes aan zijn tocht begon, had hij eigenlijk geen idee wat hij met zijn leven aanmoest. Hij was eenentwintig, enigszins wereldvreemd en net weggestuurd van het grootseminarie in Warmond. Te veel dichter, te weinig priester; daar kwam het wel op neer.

Hemelse zorg

Michel van der Plas, ook een dichter die nooit priester werd, beschreef de gemoedstoestand van Aafjes op dat moment als volgt: “Toch, toen hij het seminarie verliet, had hij nog niet geheel en al met het ideaal afgerekend. Als hij dan wellicht geen priester zou worden, dan toch tenminste eensoort ‘troubadour van God’, een soort zwerver als Benedictus Labre (een 18de-eeuwse Franse heilige, red.) die, in onbekommerd vertrouwen op hemelse zorg voor de mens, gelijk aan die voor de lelies in het veld en de vogels in de lucht, op die wijze toch exemplarisch door de wereld zou trekken.”

In die staat van onzekerheid over wat nu zijn werkelijke roeping is, ontstaat het idee voor een voetreis naar Rome. Van priesters krijgt hij geleidebrieven mee, die hem zouden helpen onderweg onderdak te vinden Aafjes sluit aan bij een eeuwenlange stoet van pelgrims die huis en haard achterlieten om op weg te gaan naar de graven van de apostelen Petrus en Paulus.

Alle wegen leiden naar Rome;
daar kan geen vergissing bestaan.
Om in die oude stad te komen,
houde men slechts de grote baan.

Aafjes zei over wie hij was in die tijd: “De jongeman die op reis ging was een erg katholieke jongeman, en een diep vrome, gehecht bovendien aan een vrome moeder, wiens oudste zoon hij was, en die hem diepbezorgd zag gaan. Maar ik beloofde haar iedere dag te zullen schrijven en dat heb ik ook gedaan.”

Beeld Daniel Roozendaal

Verkoopsucces

De voetreis naar Rome is nooit een pelgrimstocht in de traditionele zin van het woord geworden. Meer een bevrijdingstocht en impliciet een aanklacht tegen de toen heersende moraal. Aafjes ontdekt wijn en wat hijzelf noemt ‘het zoet vergif der vrouwen’. Hij dicht over een dienstmeisje met ogen ‘zwart als morellen’ dat ‘popelt naar de nacht en bed’. Onder haar dunne kleren wordt hij haar ‘bloeiende lichaam gewaar’.

Bij een bezoek aan een abdij in de Dolomieten stelt hij aan de abt die ene, allesomvattende vraag: “ik wil weten wat mijn taak op aarde is als mens.” Het antwoord komt al vrij snel: “gij moet geheel uw zijn verweven met de wereld: gij zijt poëet.”

‘Een Voetreis naar Rome’ verscheen in de zomer van 1946 en werd een groot succes. Binnen een jaar werden er 30.000 exemplaren van verkocht. In die tijd ook al een fenomenaal aantal. Een jaar eerder was al het gedicht ‘In het atrium der Vestalinnen’, dat later deel zou uitmaken van de ‘Voetreis’, verschenen. Zowel Martinus Nijhoff als Adriaan Roland Holst aarzelt niet het gedicht sterker te noemen dan de Mei van Gorter.

In katholieke kringen is de ontvangst minder joviaal. In het jezuïetentijdschrift de Linie maakt hoofdredacteur pater J.H.C. Creyghton de kachel aan met Aafjes en diens lange gedicht. Hij noemt de dichter een ‘propagandist van zonde en heidendom’. Volgens Creyghton bevordert Aafjes “minachting voor de elementaire wetten der kuisheid en der naastenliefde, die als een kanker vreet aan onze samenleving”. Erger nog: de dichter verloochende zijn geloof. De ‘Voetreis’ werd zo in de schandaalsfeer getrokken, hetgeen de verkoop alleen maar stimuleerde.

Van de lijst verdwenen

Zelf meende Aafjes een christelijk gedicht geschreven te hebben “in de zin dat het de weerslag is van de dualiteit die in het leven van de christen leeft: de spanning tussen het aardse en het hemelse.” Hij meende zelfs dat hij op een bepaalde wijze profetisch was geweest als het ging om de ontwikkelingen in de katholieke kerk die in de jaren zestig van de vorige eeuw hun beslag kregen.

Bijna 75 jaar na verschijning wordt ‘Een voetreis naar Rome’ nauwelijks meer gelezen. Ook van de verplichte leeslijsten voor middelbare scholieren is het gedicht vrijwel verdwenen. Wat toen een soort van literaire sensatie was, wordt nu soms weggezet als ‘vlot maatwerk’. Alleen bij antiquariaten – de kerkhoven van de literatuur – kom je het nog wel eens tegen. Voor een schappelijke prijs.

Toch is de ‘Voetreis’ niet helemaal weg. De titel is bijna een merk geworden, een inspiratiebron voor wandelaars die ook die lange tocht naar Rome willen volbrengen. Steeds vaker meer als een atletische prestatie, dan als bedevaart of ontdekkingstocht.

Maar wel helemaal te voet.

Bertus Aafjes
Een voetreis naar Rome
Antiquarisch verkrijgbaar

Lees ook:

Lees meer wandelverhalen in ons dossier van Te voet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden