ReizenMislukte vakantie

Mislukte vakantie? Gelukkig hebben we de voorpret nog

Beeld Merel Korduwener

Schrijver Gerwin van der Werf haalt herinneringen op aan een wonderlijk reisavontuur dat niet helemaal goed afliep. Kent u die grap van die motorrijders die naar Parijs gingen? 

Je hoort wel eens zeggen dat voorpret de leukste pret is. Voorpret heeft iets met je ergens op verheugen te maken, maar als het om vakantie gaat heet het ineens ‘voorpret’. Voorpret draait om verwachtingen waarvan je weet dat ze niet ingelost gaan worden. Alleen weet je nooit hóe dat niet-inlossen zal gebeuren. Ik had vroeger een motor, daar ging ik soms mee op vakantie, en daarom weet ik hier alles van.

De voorpret van een motorvakantie kent vele facetten, maar het mooiste is het inpakken en alle bagage op de motor bevestigen. Zondagochtend is het beste moment om dat te doen, alle buurmannen hebben dan tijd genoeg om het schouwspel te zien. Daarna gaan ze grasmaaien zodat niemand ze kan horen tandenknarsen van jaloezie. De motor-met-bepakking is een symbool voor van alles: vrijheid, roekeloosheid, avontuur, niet-grasmaaien, nu ja, je kunt het zelf wel verzinnen.

Waterdichte plunjezak

We zouden naar Parijs en daarna verder naar het zuiden, mijn twee motorvrienden en ik. Met een motor is een reis naar Katwijk aan Zee al spannend. Laat staan Frankrijk! De voorpret gierde al weken door me heen. Probeer het voor je te zien. De motor is felrood, de tank blinkt in de zon. De bagage is grijs en legergroen en ruikt naar een heel jaar op zolder liggen. De waterdichte plunjezak zit met dikke spanbanden vast op de buddyseat, de slaapzak en het matje zitten daar weer met twee spinnen op vastgehaakt. Een elastieken netje houdt de boel bij elkaar, daaronder zit nog een kleine jerrycan geklemd. Een schitterend gezicht nietwaar? De buren zien het ook allemaal. Ik ben een uur bezig geweest met dit kunstwerk, aanstellerig zwijgend en fronsend, gekleed in een te warme leren broek.

Het is zover. Ik trek de zware jas aan, kus mijn vrouw en zwaai naar de buren. Als ik de oordoppen in mijn oren duw en de helm over mijn hoofd trek, ben ik eigenlijk al weg. Voorpret wordt niet mooier dan dit. Een beklemmend gevoel drukt op de borst omdat ik mijn vrouw en kinderen zal missen de komende vijf dagen – maar het drukt niet hard genoeg om thuis te blijven.

handschoenen aan, zonnebril op

Ik heb met mijn vrienden afgesproken op een tankstation bij de grens. Ik zwaai een been over het zadel, tussen de tank en de plunjebaal. Dat kan erg misgaan, maar het gaat goed. Ik zit, trek de motor rechtop, handschoenen aan, zonnebril op. Met mijn hak duw ik de standaard naar achter. Het kletterende geluid hoort ook bij de voorpret. Er staat een buurjongetje van vier pal voor de motor, hij kijkt me gefascineerd aan. Ik snap zijn fascinatie, maar hij staat daar in de weg dus ik gebaar dat hij aan de kant moet gaan. Hij blijft staan. Ach, als ik de motor start en hij het gebrul van de twee cilinders hoort zal hij wel eieren voor zijn geld kiezen. Het gaat gebeuren, het moment dat de voorpret over gaat in de echte pret!

Ik druk op de startknop.

Er gebeurt niets.

Ik druk nog eens. Niets.

Ik check de dodemansknop, ik check de standaard, de versnellingspook bij mijn voet. Ik druk en ik druk. Er komt nog geen zuchtje uit de startmotor, geen schraperig kuchje, niets. Het jongetje staat nog steeds gefascineerd te kijken. De buurmannen ook. Er staan nu ook buurvrouwen bij. Ik denk: als ik die doppen in mijn oren houd, hoor ik in elk geval niet wat ze zeggen.

Als de Wegenwacht komt, moet ik alle bepakking van de motor halen. De wegenwachter verwisselt de bougies, demonteert de tank, spuit de carburateur door, hij is drie kwartier bezig. Ik bel mijn vrienden die allang bij het tankstation staan: gaan jullie maar, ik kom er wel achteraan, ik zie jullie vanavond in Parijs. Haha, dit is straks een leuke anekdote. Het is de spanningsregelaar, zegt de Wegenwachter. Ik knik. Ik heb nog nooit van een spanningsregelaar gehoord. Het goede nieuws is dat we het nu weten en ik het mijn motorvrienden en de buurmannen kan vertellen. Ook goed nieuws is dat zo’n spanningsdinges voor dit type motor gewoon besteld kan worden, dat kan maandag en dan is-ie er vast woensdag wel, hooguit donderdag. Eigenlijk is er geen slecht nieuws. Ik heb voorpret gehad, ik ben heelhuids weer thuisgekomen (ook het afstappen ging goed), mijn vrouw en kinderen zijn blij.

Die avond bel ik mijn vrienden. Ze hebben Parijs niet gehaald, het begon te gieten en ze zijn gestrand in Normandië (de ironie ontgaat ze), in een kneuterig hotel in een treurig plaatsje. Het is klein en bedompt en er komt een raar zoemend geluid uit de radiator. Ik ben zo jaloers dat ik er niet van kan slapen.

Gezoem

De volgende dag bel ik ze pas weer rond de middag. Er wordt opgenomen, wat vreemd is want ze zouden on the road moeten zitten om deze tijd. Het regent nog steeds daar, met bakken komt het uit de lucht, ze zitten nog steeds in dat hotel. Ze hebben ook heel slecht geslapen door dat gezoem, vanochtend kwam er een monteur naar kijken, die is een uur bezig geweest met de radiator maar kon niks vinden.

’s Avonds bel ik nog één keer. Ze zitten nu in een hotel aan zee, maar het is zo grijs dat de zee onzichtbaar is. In dit zeer deprimerende hotel kwam er een gezoem uit de muur, heel vreemd. De hoteleigenaar kwam er zelf naar kijken, hij ontdekte dat het zoemen niet uit de muur kwam, maar uit de plunjebaal. Ze vonden onder in de baal een scheerapparaat. Er zaten batterijen met een extra lange levensduur in.

O ja, ze hadden de hele middag in de regen gereden, het was geen minuut droog geweest. Ze hebben net heel vies gegeten, en veel te duur. De bediening is miserabel en er zitten alleen bejaarden in het hotel.

Ik had vier dagen lang de tijd lang na te denken over voorpret en verwachtingen die niet ingelost worden, en over de vraag voor wie de verwachtingen van deze motorvakantie het meest dramatisch niet ingelost waren, voor mijn vrienden of voor mij. Ik kwam er niet uit. Toen niet en nog steeds niet.

Het was die grap van de motorrijders die naar Parijs gingen. Dat heb ik altijd al een flauwe grap gevonden. 

Lees ook:

Relatiecrisis? Misschien moeten we even op reis

Schrijver Maartje Wortel haat vakanties. Vroeger moest ze altijd mee van haar ouders. Als haar relatie wat minder voorspoedig verloopt, hoopt ze toch dat een reis uitkomst biedt

Twaalf dagen moederziel alleen in een vakantiehuis

Het klinkt als de ideale werkvakantie: twaalf dagen alleen in een huis in Zeeuws-Vlaanderen om aan je boek te schrijven. Maar zodra schrijver Elke Geurts over de drempel stapt van het huis van Diny slaan de twijfels toe.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden