Reizen Denemarken

In het Deense Jutland lijkt de klok net wat langzamer te tikken

Beeld Jessica de Korte

Rondom het Deense Limfjord vinden veel kunstenaars inspiratie. De subtiele schoonheid en kale kliffen zijn al op heel wat schilderijen vastgelegd. De klok, die lijkt er net wat langzamer te tikken.

Zijn haren zijn spierwit, zijn baard is rossig. Met brede passen komt de kapitein aangelopen. Hij stelt zich voor als Bjarne Tingkær Sørensen. “Dit oudje wordt nog wel eens gebruikt als de ferry stuk is,” vertelt hij, terwijl hij naar de houten boot knikt. In de havenloods zitten mijn fietsmaatje en ik aan de koffie, die je hier zelf kunt zetten. De vergoeding is variabel. De een stopt vijf Deense kronen in het spaarpotje, de ander twintig: dat mag de bezoeker zelf bepalen. “De deur staat altijd open,” zegt Bjarne. “Het is een komen en gaan van mensen. Daar houd ik van.”

In witte letters staat ‘Venøsund’ op de zwarte flank van de boot, die vijfentwintig jaar lang de oversteek verzorgde bij Fur, een eiland verderop met witte kliffen en fossielen. In 1956 namen de bewoners van Venø – het eiland waar we nu staan – hem over voor dertigduizend Deense kronen, zo’n vierduizend euro. Daarna was het nog één keer flink in de buidel tasten voor de renovatie, maar konden er voortaan maar liefst drie auto’s mee aan boord.

Eilandcultuur

Bjarne toont de stuurhut en machinekamer. Met een brede grijs vertelt hij over die ene keer dat er een auto zonder werkende remmen de boot opreed. Hij belandde zo in het water. Bjarne spreekt met een vrolijke tongval, zoals je die hier in de regio Midden-Jutland overal hoort. Hij lacht na iedere paar zinnen. Ik vraag me af hoe hij klinkt na een paar borrels in de lokale kroeg – en hoe sterk de verhalen dán worden.

Beeld Jessica de Korte

Door de nieuwe veerpont die iedere twintig minuten naar havenstad Struer gaat, kunnen de eilandbewoners op het vasteland werken. Op de akkers groeien aardappels, in het gras lopen schapen en in de zee worden Venø-oesters gekweekt, maar dat brengt niet genoeg geld op om met tweehonderd man van te leven. Na de overtocht van amper twee minuten staan er aan wal gratis blauwe fietsen klaar, waarmee je het eiland met een lengte van 6,5 kilometer zo over bent. Ze staan niet op slot.

Iedere keer fascineert me dat weer als ik op een eiland ben, hoe ontzettend veilig de bewoners zich wanen. Alsof de zee hen beschermt, als een oude stadsmuur om een binnenstad. Zou ik hier, net als in mijn geboorteplaats Den Haag, mijn fiets met twee kettingsloten aan een lantaarnpaal vastklinken, dan zou ik hard worden uitgelachen. Vooral door iemand als Bjarne, bedenk ik me, bij wie het niet eens opkomt dat zijn koffiezetapparaat zou kunnen ver-dwijnen.

Auto’s zijn hier een stuk zeldzamer dan vogels, die in het noorden een eigen reservaat hebben. Boven de golvende akkers stijgen veldleeuweriken al zingend naar grote hoogte, waar ze een tijdje rondvliegen, om daarna in stilte te dalen, alsof ze zich achter de coulissen terugtrekken. Fazanten struinen rond op zoek naar granen en bessen, een kiekendief gaat voor een ander maaltje.

Ik denk terug aan mijn laatste keer in Denemarken. Een jaar of tien moet ik zijn geweest. Ik herinner me vooral de momenten aan zee en mijn vriendinnetjes, die net zo vrolijk als kapitein Bjarne klonken. We rolden deeg om de lange takken die we onder de bomen vonden en bakten onze broodjes boven het kampvuur. Heel voorzichtig, want je wilde niet dat ze vlam vatten. Al zat de zee vol kwallen, ik sprong er gewoon in, zonder enige angst. Met een rood been zat ik uiteindelijk op het zand, huilend van de pijn.

Kunstenaars

“Door de eeuwen heen trok dit stukje land heel wat kunstenaars,” vertelt galeriehouder Lis Møller Jensen in de Venø Galleri. “Trouwens, hebben jullie de kerk al gezien? De kleinste van Denemarken.” Grappig, zeg ik, het eiland breekt een hoop records. Venøsund is de oudste autoveerpont van het land, en je maakt hier de allerkortste oversteek. Lis lacht nerveus, wacht even om te kijken of er meer vragen komen en duikt dan haar krappe atelier in, waar de tafel bezaaid ligt met verftubetjes.

Eind 19de eeuw was Elise Konstantin-Hansen een graag geziene gast op Venø. Ze schilderde meeuwen op het strand, een kerkje of een vliegende zwaan, altijd met dezelfde subtiele schoonheid. Schilder Niels Bjerre struinde er in die periode ook rond, maar raakte vooral geïnspireerd door de mensen en het landschap ten westen van Lemvig, een havenstad twintig kilometer verderop, waar we onze korte fietsreis twee dagen eerder begonnen.

Lemvig ligt net als Struer aan de zuidelijke oever van het Limfjord, een fjord even groot als de provincie Utrecht. Hier loopt een van de zestien Panorama-routes van Jutland, fietsrondjes die vanaf de zee het binnenland intrekken, verstopte plekken aantikken en dan weer terugkomen bij de kust. De weg kronkelt door glooiende weilanden, waarin kerktorens als witte dominostenen staan. Met het thema ‘Lucht, zee en kunst’ ontdek ik de plaatsen waar kun-stenaars op hun ideeën voor schilderijen of verhalen kwamen.

De lieflijke velden, daar kon Elise Konstantin-Hansen helemaal in het schilderen opgaan. Niels Bjerre viel voor de kliffen aan de Noordzee. Zo ook sprookjesverteller Hans Christian Andersen, die in 1859 naast het kerkje aan de kust stond. In een van zijn verhalen vergelijkt hij de zee met grote tanden die happen in smørrebrød, roggebrood met dik beleg. Met een beetje fantasie zie je Andersens voetafdrukken nog in het zand staan.

Ik trap verder over het fietspad langs de kust. Het zijn vast de weidsheid, de stilte en het licht die de artistieke geest prikkelen. Als ik na een bezoek aan de galerie in vuurtoren Bovbjerg en het Hygum Kunstmuseum een onverhard pad inrijd, voel ik het zelf. Door het hoge gras is het zwaar fietsen, maar soms moet je hard werken om echte schoonheid te zien. Er is hier verder niemand, alleen een hert dat wegrent, wat vogels en een eenzaam, rood huis. Op de dijk kijk ik uit over de Noordzee, die zijn aantrekkingskracht nog altijd niet heeft verloren.

Fietsroutes

Jutland heeft veel fietsroutes. De Limfjordroute (route 12) is 610 kilometer lang en kun je op meerdere plekken inkorten door een brug of boot te nemen. Ook kun je er de Noordzeeroute (EuroVelo 12) oppikken, of kiezen voor een van de Panoramaroutes.
Kaarten met de routes zijn te downloaden via
enjoy-limfjorden.com
northseacycleroute.dk
visitdenmark.nl
Boot naar Venø
venoefaergefart.dk

Meer reisverhalen van Trouw lezen? Bekijk onderstaande kaart. 

Lees ook:

Deens eiland snakt naar Nederlanders

Geen files, geen stoplichten, je huis en je fiets hoeven niet op slot. Het Deense eiland Fur is een “haalbaar stukje paradijs op aarde”, zegt Susan Weimer (36), die ruim een half jaar geleden naar Fur verhuisde, samen met haar man Edwin (43) en hun dochter Sam (7).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden