Krimml-waterval.

Outdoor

Fietsen tussen de dirndls en drieduizenders

Krimml-waterval.Beeld Jessica de Korte

De drieduizenders van de Hohe Tauern: op de Oostenrijkse Tauernradweg zie je ze wel, maar hoef je als fietser gelukkig weinig te klimmen. Sterker nog, je daalt vooral.

Van meters hoog stort het water de diepte in. Als de duik van een schoon-springer: krachtig, snel en toch met souplesse. In de verte staan de driedui-zenders van de Hohe Tauern, een bergmassief in de Oostenrijkse Alpen. Mijn plan was om deze ochtend hier, in Krimml, direct van start te gaan met de Tauernradweg. Maar het gebulder van de woeste waterval – de grootste van Europa – werkt als een hypnotiserend liedje waarvan ik me niet kan lostrekken.

Boven de vallei zweeft een regenboog, eentje die in het mos lijkt te ontspringen en eindigt in de rotsen. Het oogt bijna surrealistisch. Deze plek is goed voor de gezondheid, dat is zelfs wetenschappelijk bewezen. Door de botsing van het water tegen de rotsen ontstaat een mix van piepkleine waterdruppels en luchtmoleculen. Ben je hier twintig minuten, dan worden de luchtwegen al dubbel zo snel schoon, waardoor je vrijer en dieper kunt ademen.

Praktisch

Zowel Krimml als Salzburg is vanuit ­Nederland bereikbaar met de trein. Fiets mee? Dat kan. De Treinreiswinkel zoekt de mogelijkheden voor je uit. Zie ook: treinreiswinkel.nl, austria.info/nl en salzburgerland.com.

Vlogs van Jessica de Korte (37) over haar reis staan op haar ­(Engelstalige) YouTube-kanaal Fietsvlogger. Te vinden op: www.youtube.com/fietsvlogger

Jessica de Korte geeft op zaterdag 29 februari een lezing over de Tauernradweg, om 15.00 in zaal 4.

Het voelt inderdaad alsof ik via het slingerende wandelpad vrij eenvoudig boven kom, al is dat misschien verbeelding. Pas op de top, 380 meter hoger, merk ik dat het een uur later is geworden. Ik moet nog terug, voordat ik aan de zestig fietskilometers naar Kaprun kan beginnen. De Tauernradweg loopt van Krimml naar het Duitse Passau. Samen met mijn vriend volg ik hem de komende dagen tot aan Salzburg, een stad die 750 meter lager ligt dan Krimml. De kronkelende rivier Salzach en wegwijsbordjes dienen als gids.

Uitzichtpunt bij de gletsjer Kitzsteinhorn.Beeld Jessica de Korte

Na twee uur wandelen, is mijn ademhaling fantastisch, maar willen mijn verzuurde benen niet trappen. ­Gelukkig gaat de fietsroute bergafwaarts. Het eerste stukje is het zelfs in de remmen knijpen, over een bospaadje vol kiezelstenen, langs slaperige koeien met goudkleurige bellen om de nek. Al snel gaan de naaldbomen over in bergweiden, met de typische Oostenrijkse houten chalets. Luiken bij het raam, geraniums en viooltjes aan de balustrade, namen in sierlijke letters. Op een heuvel staat een wit kerkje, in de rivier zwiert een visser de lijn van zijn hengel door de lucht.

De contouren van een zandloper

De vallei wordt langzaam breder en zal later weer smaller worden, alsof we de contouren van een zandloper volgen. Rechts pronken de stoere reuzen van de Hohe Tauern. Wie daar woont, moet zich aanpassen. Gems en steenbok hebben klimschoenen met scherpe randen en zachte kussentjes, de rotskruiper – een vogel – klampt zich met zijn lange klauwen als een spin aan uitstulpingen vast.

De bergtoppen zijn puntig, begroeid of juist kaal, soms met een laag sneeuw bedekt. Hun schoonheid zit van binnen en buiten. Ze zijn beroemd door de prachtige edelstenen die over de hele wereld in juwelen zitten. Miljoenen jaren geleden gevormd onder hoge temperatuur en druk, toen door aardverschuivingen de Alpen ontstonden. De Kelten stonden hier al met pannetjes in de rivier, op zoek naar goud. In de hoogtijdagen daalden harde werkers overal in mijntunnels af voor zilver, kobalt en kristallen als amethist en citroenkwarts.

Beeld Jessica de Korte

De enige overgebleven mijn ligt net buiten het beschermde natuurgebied, in Mittersill, waar ik in Nationaal Park Centrum Hohe Tauern meer leer over de flora en fauna. Als ik net weer op de fiets wil stappen, breken de donkere wolken die de vallei zijn binnengeslopen. De regen stort net zo hard neer als de waterval in Krimml. In snelle vaart rijd ik naar het station, waar de fiets makkelijk mee kan in het boemeltreintje. Als ik opgelucht neerplof op een stoel, gaat de zon weer schijnen.

Dirndl-jurken

Die ruige natuur, het wisselende weer. Het is goed verklaarbaar waarom legendes het leven zien in berglandschappen. Tradities, ook die blijven in de Alpen hangen. Schnitzels, pullen bier, schnaps en gejodel. Jongedames in traditionele dirndl-jurken serveren die avond de maaltijden in Hotel Kaprunerhof. De taille ingesnoerd, een volle boezem. Alleen de sportschoenen verklappen dat de Oostenrijkers toch echt zijn meegegaan met de tijd.

Dirndl-jurken.Beeld Jessica de Korte

De volgende ochtend laat ik de fiets even staan en pak ik de bus naar de kabelbanen voor de gletsjer op de Kitzsteinhorn. Dat is zo mooi hier, voor het bereiken van bergtoppen hoef je geen steile hellingen te bedwingen. De Tauernradweg zelf is maar een enkele keer zwaar. Heel soms is het schakelen naar de lichtste versnelling, kiezen op elkaar en gáán. Daarna rijd je alweer snel heuveltje af, net als de skiërs die zich hier in de winter naar boven laten dragen.

Geestdodend is het ineens, al die selfiesticks op het uitzichtpunt, net boven de drieduizend kilometer. De tunnel die is gebouwd voor de constructie van de kabelbaan komt gelukkig uit op een rustigere stek. Wat een uitzicht! Het grijze steen, de witte gletsjer, bergkammen, glooiingen, spleten. De wind is guur, twee steenarenden vliegen over. Mijn ogen worden vast vochtig door de schoonheid, anders komt het door het lage zuurstofgehalte van de lucht. Het lijf krijgt een schok, zoals dat een dag later ook zal gebeuren in de ijsgrotten van Eisriesenwelt – vanaf Werfen bereikbaar met bus en kabelbaan.

Vallei bij Oberuntersberg.Beeld Jessica de Korte

De Salzach maakt een draai

Eenmaal weer op de fietsroute is de eenzaamheid terug. Lege wegen, groene velden, de lucht blauw, grijs, dan weer wit. In het traditionele Hotel Post Mayr Schwarzach moeten we onszelf op zondagochtend – een vrije dag voor het personeel – zelf uitchecken. Eerst het hok voor de fiets openen, daarna de sleutel op de balie achterlaten en de deur in het slot laten vallen. De Salzach maakt een draai en gaat niet langer naar het oosten, maar naar het noorden. Dan is het nog zeventig kilometer fietsen, langs plaatsjes met pastelkleurige gevels, bergweiden en kastelen. In de hitte, de regen, een dreigende onweersbui.

Wisselvallig is het in deze contreien vaker, ontdek ik in het modieuze Hotel Auersperg in Salzburg, waar bij de voordeur de paraplu’s voor de gasten klaarstaan. Langs winkels met dirndl-jurken en te dure horloges loop ik uiteindelijk naar het geboortehuis van Mozart, die net zo van reizen hield als ik. De componist maakte in zijn leven zeventien reizen, hij was 3720 dagen weg – bijna een derde van zijn leven. Het dreunen van een waterval, als die in Krimml, of een onweersbui, gebruikte hij in zijn muziek als er een ramp aankwam. Dat klonk zo heerlijk dreigend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden