Reizen Italië

Etruskische sporen en culinaire verrukkingen rond het meer van Bolsena

Het stadje Lazio aan het meer van Bolsena. Beeld Colourbox

Op een hete zomerdag hu­ren we in Capodimonte, pal aan het meer van Bolsena, een kleine motorboot. We slaan eten en drinken in, stappen bezweet met een volle koelbox de boot op en zetten koers naar een van de twee beboste eilanden. 

Die zijn particulier eigendom en daarom voor ons verboden terrein. Maar in hun beschutte baaien kunnen we wel voor anker gaan. De eerste plons in het koele, heldere water is goddelijk. De fles prosecco gaat open en na de lunch vallen we zacht wiegend onder de luifel van de boot in slaap. Het meer van Bolsena is een bij niet-Italianen vrij onbekende, maar heerlijke plek. 

Het ligt op de grens van Lazio, Toscane en Umbrië en is omzoomd met heuvels vol olijfbomen en paraplu-pijnbomen. De waterplas is honderd vierkante kilometer groot en tot wel 150 meter diep, ontstaan toen een groep vulkanen driehonderdduizend jaar geleden instortte en de ontstane caldera volliep. ’s Ochtends is het water vaak een spiegel – perfect voor de kano – en ’s middags, wanneer er een wind opsteekt, verschijnen er overal witte zeilen op het water. ’s Avonds dansen er lichtjes aan de oevers in de middeleeuwse stadjes Bolsena, Montefiascone, Marta en Capodimonte.

Het meer van Bolsena op de kaart. Beeld Trouw

Ten oosten van het meer ligt Civita di Bagnoregio. Het dorpje wankelt hoog boven op een smalle heuvel. De heuvel ­– van vulkanisch materiaal, klei en de zachte beige tufsteen die typisch voor deze streek is – is al eeuwen aan het eroderen. Harde regens slaan soms stukken heuvel weg. Vanaf het uitzichtspunt verderop zien we dat dit gehucht vroeg of laat verdwijnt. De Italianen noemen Civita di Bagnoregio daarom ‘het dorp dat sterft’.

Dat sterven levert een prachtig plaatje op, als een ansichtkaart; veel toeristen willen het zien. “Gemiddeld duizend per dag en in de zomermaanden tweeduizend”, weet de vrouw die de toegangskaartjes verkoopt. Samen met Japanners, Amerikanen en Israeliërs lopen we over de lange, steile voetgangersbrug naar boven – dit is de enige toegangsweg; auto’s kunnen het dorpje niet bereiken.

Resten van de Etruskische beschaving

Civita di Bagnoregio is onwerkelijk. In 1695 werd het door een zware aardbeving zo hard heen en weer geschud dat een deel ervan naar beneden is gestort en de meeste bewoners zijn gevlucht. Er wonen tegenwoordig nog maar tien mensen. En die moeten het doen zonder alles wat bij een echt Italiaans dorp hoort: een postkantoor, een kapper, een apotheek, een bakker. Er zijn hier alleen cafés voor toeristen. In feite is dit dorpje al gestorven.

Civita di Bagnoregio is gesticht door de Etrusken. Die leefden vanaf de tiende eeuw voor Christus in grote delen van Lazio, Toscane en Umbrië en zijn rond de eerste voor Christus in het Romeinse volk opgegaan. Er zijn rondom dit meer nog veel resten van de Etruskische beschaving te vinden. We rijden vanaf het strand tien minuten naar het westen, richting het charmante Grotte di Castro, naar een necropolis die de Etrusken er zevenentwintig eeuwen geleden bouwden. Een deel ervan is kort geleden uitgegraven.

Civita di Bagnoregio. Beeld Colourbox

In de grote tombes zien we de niet al te lange en smalle holtes waar de doden in werden gelegd; de Etrusken waren klein van stuk. Voorzichtig stappen we door de lage ruimtes en hier en daar moeten we flink bukken om een tombe te bereiken. Ze zijn allemaal grijs en leeg, dat valt een beetje tegen. Want in de Etruskische necropolis die we ooit dichter bij Rome bezochten, vonden we de kleurige schilderingen op de wanden van de tombes zo mooi. “Hier woonden geen rijke families of belangrijke mensen, maar boeren en soldaten”, is de verklaring van de suppoost.

De wonderlijkste schatten in de meest onbetekenende plaatsjes 

De Etrusken begroeven hun naasten met de gebruiksvoorwerpen die belangrijk voor de doden waren. Een deel van de spullen die hier zijn gevonden (veel moois is gestolen door grafplunderaars en doorverkocht) bekijken we in het museumpje van Grotte di Castro. In de vitrines staan van klei gebakken kommen, schalen en amforen met fraaie versieringen. Uit de graven van jagers komen de ijzeren speren en zwaarden, en bronzen pijlpunten. We zien dat de vrouwen hier zevenentwintighonderd jaar geleden ook al om hun uiterlijk gaven: ze gebruikten bronzen haarspelen, droegen armbanden en ringen, en ook kettingen met blauwwitte en groengele kralen.

Voor de zoveelste keer realiseren we ons wat een fantastisch land Italië is: in de meest onbetekenende plaatsjes vind je de wonderlijkste schatten.

’s Avonds eten we in een restaurant in Bolsena, aan de oever, met onze blote voeten in het nog warme zand. In Umbrië, Toscane en Lazio zijn ze erg van het vlees, maar rondom het meer gaan de koks gelukkig ook aan de slag met vis. De vette paling vinden we niet zo lekker, maar de coregone wel, al is de witte meervis door alle graten erin lastig eten.

Een Michelinster tussen de heuvels

We schenken onze glazen nog eens vol met een Grechetto uit het naburige stadje Acquapendente. Een eend glijdt voorbij, boven de golfjes kleurt de heldere hemel inmiddels donkerroze en beginnen er sterren te twinkelen.

Een ster vinden we de volgende dag ook ten noorden van het meer, even voorbij Acquapendente: hier zit tussen de heuvels een restaurant-met-Michelinster verscholen. Binnen bieden grote ramen uitzicht op de Monte Amiata, een Toscaanse berg waar we ’s winters wel eens skiën.

Hotel Domus Civita. Beeld Ethen Rera

We worden extreem verwend met de zaligste gerechten: gegrilde aubergine met verse kruiden, rauwe ham van een varkentje uit Siena, risotto met appelijs. Het hoofdgerecht van gerookte coregone is boterzacht en hier – zo fijn – graatloos. De puree erbij is gemaakt van aardappels uit Grotte di Castro, bekend om hun volle, aardse smaak. We drinken wijnen uit de buurt van Bolsena en sluiten af met traditionele gebakjes en minikoekjes uit de hele Italiaanse laars – Zuid-Tiroolse apfelstrudel, Toscaanse cantucci, Siciliaanse canoli. Voldaan zien we hoe de donkere avond de Monte Amiata langzaam opslokt.

Lees ook:

Van Zandvoort tot Italië, dat zalige strandgevoel is overal

Het strandseizoen is geopend. De band die redacteur Stijn Fens met het strand heeft, stamt van ver terug. Zijn Zandvoort-gevoel van vroeger werkt ook in Italiaanse badplaatsen. Hij hoeft alleen maar zijn blote voeten in het zand te zetten. ‘Wat we de hele dag gaan doen? Nou, gewoon.’ 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden