ReizenBuitenlandse supermarkten

Een van de leukste uitjes bij een reis door het buitenland: de supermarkt bezoeken

De grootste supermarkt van Marrakesh, dicht bij de Medina. Beeld Photo News

Op reis een museum bezoeken, is vaak heel aangenaam. Maar een supermarkt induiken, en daar uren blijven hangen, is een belevenis op zich.

Als kind deed ik al graag de boodschappen als we met de tent in Zuid-Frankrijk bivakkeerden. De vakantie begon pas echt in zo’n enorme airco-frisse winkel als Auchan, Monoprix of Super U. Aan zo’n overvloed aan spullen waren we niet gewend. Vakantie was: grenadine limonade en ingevroren ijsblokjes halen, flesjes Tourtel, stokbrood en gekke soorten kaas. Oog in oog staan met de vissen bij de visafdeling, je neus op het glas gedrukt, terwijl de langoustines, pijl-inktvissen en pladijzen uitdrukkingsloos terugstaren. Samen met je broers lekker dramatisch doen tussen de rekken met speelgoed en met wat geluk een piepschuimen surfplank mogen meenemen.

Vakantie was niet: moeten sjokken door een museum of een donkere kathedraal.

Van elke reis die ik maakte – met mijn ouders, vrienden en mijn eigen gezin – staan vooral de supermarktherinneringen nog scherp op mijn netvlies. Terwijl er natuurlijk nooit spectaculaire dingen gebeuren in zo’n winkel. Maar je kar vullen zonder al te veel restricties qua ‘gezond’ en geld, dat alleen al is feest. Je verdiepen in alles wat er anders uitziet. Kijken naar wat de Fransen of Spanjaarden zelf in hun karretje laden. Je daarover verbazen.

Mensen kijken is in de supermarkt nog fijner dan op een terras. Want als ze hun boodschappen doen, zijn ze zichzelf, nemen ze geen air aan, zo verdiept zijn ze in hun eigen dagelijks leven. Je ziet er ouderen, arme mensen, gehaaste moeders, stoere boys en verliefde tieners. Een supermarkt is springlevend, niet verstild of gewichtig zoals een museum. Je geeft er ál je zintuigen de kost.

En je voelt je er geen bezoeker. Ook dat is een fijn gevoel. Je maakt heel even deel uit van de gemeenschap door met z’n allen te snuisteren tussen de voorgesneden broden en doekjes gedrenkt in allesreiniger. Al is dat wellicht een illusie en zien locals je overal als ‘toerist’.

Beeld Sammy Slabbinck

Door de mand val je sowieso, zeker als je je mond opendoet. Je moet maar eens kaas of ham proberen te bestellen in een Mercadona in pakweg Andalusië, Zuid-Spanje. De hele dag door knallen daar Amerikaanse zomerhits uit de boxen, en toch spreekt niemand er Engels, Frans of desnoods Duits. Als je dan, zoals ik, maar vijf woorden Spaans kent, kom je niet verder dan ‘Euh, this formaggio, por favor’, met een domme glimlach erbij.

Of neem New York. Daar heb je bijvoorbeeld de bodega’s: kleine, obsceen dure buurtsupermarktjes. Voor een potje keukenzout betaal je er al gauw een dollar of vier, vijf. De rekken staan zo dicht bij elkaar dat iedere tegenligger een tegenvaller is. Maar zo’n plek voelt meer als the real New York dan om het even welke toeristische hotspot. Heerlijk om er een half uur te blijven hangen, zeker in de ijskoude winter, om uiteindelijk alleen met een zakje nootjes en een drankje naar buiten te open.

In de Whole Foods begeef je je op het terrein van ultraslanke yogi’s en gehaaste veelverdieners. En loop je een supermarkt in Chinatown binnen, dan slaan je zintuigen helemaal op tilt. Bittermeloen? Vleugelkomkommer? Gedroogde reepjes vis als snack? En al eens een emmer vol levende kikkers gezien, te koop per ons?

Elders in The States heb je de enorme supers als Walmart en Target, met kilometers aan parkeerplekken. Vraag je je af waarom de ecologische voetafdruk daar zo problematisch is, vind je er meteen een deel van het antwoord. Alleen al het feit dat ze je boodschappen nog in plastic verpakken, vaak twee zakjes over elkaar zelfs om de boel te verstevigen... Je daarmee bemoeien, wordt niet in dank afgenomen. Want het inpakken is het terrein van medewerkers met een handicap of een verslavingsverleden.

Toch kom ik er graag. Om te kijken naar de chips in familieverpakkingen die op je lachspieren werken, naar alle soorten frisdrank die wij (gelukkig) niet hebben. Hier koop ik onze souvenirs: geen magneten of sneeuwbollen, maar M&M’s met pindakaas. En prachtig vormgegeven blikjes Campbell’s Soup, niets veranderd sinds de hoogtijdagen van Andy Warhol. Of kaas in een spuitbus – ‘Easy cheese’ heet dat, wat Amerikanen ermee doen is mij een raadsel. En waarmee je ook scoort bij de thuisblijvers: Unicorn Cereal van Kellogg’s, stijf van de suiker en in felle kleuren. 

Beeld Sammy Slabbinck

Favoriete buitenlandse supermarkten:

Thailand 7/11 is een begrip onder backpackers. Je vindt er alles wat je nodig hebt: reisstekkers en tosti’s, maar ook zonnecrème en shampoo. Op elke straathoek zit er een.

Frankrijk E. Leclerc. Favoriet is de visafdeling, zie het als een natuurmuseum.

IJsland Bonus. Omdat het de enige winkel is die daar nog een beetje betaalbaar is.

Engeland Tesco, en dan het liefst die grote in East London. Voor de mince pies. En er is ook een eindeloze gang met heerlijke dingen uit elk werelddeel.

VS Whole Foods. Ze hebben er melk gemaakt van erwten. En John Masters Organics shampoo en conditioner.

Duitsland De biosupermarkten met heerlijk brood, zoals LPG BioMarkt  in Berlijn. Dat is geen geitenwollensokkenwinkel, maar een gezellige supermarkt.

Spanje Eroski, vanwege de gedroogde hammen.

Slovenië Bij Mercador kun je verse melk en wijn van het vat tappen.

Mexico Oxxo is er een begrip. Op elke straathoek heb je er een en je vindt er echt alles, van treintickets en versgebakken brood tot tequila.

Zwitserland Bij Migros vind je geen alcohol. Meestal ligt er naast een Migros dan ook een Denner, een discounter, waar je je wijn kunt inslaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden