‘Betaalbare romantiek’ bij Henkie’s Hoekie bij Den Haag CS.

WandelenDen Haag

Den Haag is een paradijs voor wie van straatkiosken houdt

‘Betaalbare romantiek’ bij Henkie’s Hoekie bij Den Haag CS.Beeld Werry Crone

Je moet er misschien even op gewezen worden maar dan zie je ze opeens overal in de stad: kiosken, voor koffie, voor bloemen, voor vis of friet. Soms heel mooie bouwwerkjes, soms simpele keten, maar ze zorgen hoe dan ook voor levendigheid op straat.

Pieter Hoexum

Met een vriend wandelde ik door het Haagse Bos in Den Haag, het werd een uur of twaalf, we begonnen trek te krijgen… en ja hoor, daar stond zo’n typisch Haags koffiehuis. Ze bleken er heerlijke soep met brood te hebben. Bij een wandeling langs de Trekvliet was ik toe aan een kop koffie en daar stond een keetje voor een ‘bakkie pleur’.

Overal in Den Haag kun je tegen zo’n kiosk aanlopen. In andere steden hebben ze die ook wel, maar Den Haag kun je toch wel een kioskenwalhalla noemen, zoals in Kiosk in de stad van Jacques Beljaars en Thomas Rouw, wordt gedaan.

In het boek wordt een kiosk opgevat als ‘een klein vrijstaand verkooppunt in de stedelijke openbare ruimte’. Het woord kiosk is een leenwoord uit het Turks; de Ottomaanse cultuur had het op zijn beurt overgenomen uit het Perzisch: ‘kusk’ is een paviljoen of tuinhuis, maar ook een winkeltje. In Turkije werd een kiosk een aanzienlijk onderkomen voor de sultan: een paviljoen in de weelderige tuin, waar hij zich kon ontspannen en bezinnen, én genieten van het uitzicht over zijn stad. Die bouwwerkjes inspireerden later de Engelse tuinarchitecten tot het paviljoen als tuinornament. In Nederland valt te denken aan theekoepeltjes. Vanaf ongeveer 1850 verhuisde de kiosk van de privétuin naar het openbare park, en vervolgens naar de straat. Nu de kiosk weer een ‘tentje’ is, is het verhaal eigenlijk weer rond.

Stippen verspreid over de kaart

Mooi is dat de kiosken in Den Haag over de hele stad verspreid zijn. Op een plattegrond in het boek is met rode stippen keurig aangeduid waar zich kiosken bevinden; bij de ­andere onderzochte steden, Rotterdam en Amsterdam, staan die toch vooral in het centrum, maar bij Den Haag zijn de rode stippen keurig over de hele kaart verspreid.

De beste manier om de ­kiosken van Den Haag te ontdekken is misschien gewoon door de stad te dwalen en maar te zien welke kiosk je tegenkomt, en daar dan even neer te strijken. Maar je kunt ook in het centrum beginnen, op het Buitenhof. Daar staat de misschien wel mooiste kiosk van de stad, de zogenaamde Berlage Kiosk, uit 1924. Het is een ontwerp van Berlage, in samenwerking met Piet Zwart (van de Bruynzeelkeuken). Het is een van de zeldzame kiosken die is opgenomen in de rijksmonumentenlijst, vanwege ‘de architectonische en cultuurhistorische waarde’.

Kiosk Berlage op het Buitenhof, uit 1924. Beeld Werry Crone
Kiosk Berlage op het Buitenhof, uit 1924.Beeld Werry Crone

Als je op het terras van zo’n kiosk het boek ter hand neemt, kun je je verbazen over de wonderbaarlijke geschiedenis van het begrip kiosk. Het boek doet die geschiedenis uitgebreid uit de doeken. Het is niet alleen een mooi boek, maar ook een diepgravende studie. Bepaald geen koffietafelboek.

Op een Haags pleintje vlak bij het Buitenhof, de Plaats, staat nog een interessante kiosk, ­Vienna geheten. Deze kiosk uit begin jaren negentig was bedoeld als proto­type. De gemeente had een prijsvraag uitgeschreven voor het ontwerp van een uniforme stijl voor de Haagse kiosken. Het prototype is er wel gekomen, maar een standaard is het nooit geworden. En dat is eigenlijk maar goed ook. Juist de veelheid in vormen van de Haagse kiosken is een deel van de charme. Het gaat van haring- tot bloemenstalletjes en koffie­keetjes.

Piratenvlag op een veel te grote modderschuit

Goede van het boek is dat het ook veel aandacht heeft voor de minder aanzienlijke kiosken. De architectonische en cultuurhistorische waarden waar de rijksmonumentenlijst over spreekt, hoeven niet altijd gelijk op te gaan. Het hoeft niet eens echte bouwkunst te zijn, opvallend genoeg kan ‘broddelwerk’ ook een succesvolle én interessante kiosk opleveren. Mijn ­lieveling tot nu toe is Henkie’s ­Hoekie, bij centraal station Den Haag. Deze bloemenkraam is ­sowieso een publiekslieveling, niet in het minst vanwege zijn ijzersterke, ontwapenende ­slogan: ‘Betaalbare romantiek’.

Op het eerste gezicht staat deze bloemenkraam er, zo ­tussen de hoge kantoorkolossen rond het Haags centraal station, wat verloren bij. Vanuit die kantoren, zeker vanuit het verderop gelegen stadhuis (het ‘ijspaleis’), ziet Henkie’s Hoekie er vast uit als een smet op een schitterend blazoen. Maar vanaf de straat, voor een voorbijganger, ziet hij er eerder uit als een piratenvlag op een veel te grote modderschuit. De reusachtige gebouwen rond het station deden mij in elk geval opeens denken aan die kolossale cruiseschepen die rücksichtslos aanleggen bij de kwetsbare binnenstad van Venetië.

Kiosk Vienna op de Plaats. Beeld Werry Crone
Kiosk Vienna op de Plaats.Beeld Werry Crone

Hoge torens worden door ­velen gezien als tekens van stedelijkheid, alleen de aanblik van die kolossen roept een gevoel van grootstedelijkheid op (Rotterdam als ‘Manhattan aan de Maas’). Van verre gezien is dat misschien zo, maar vanaf straatniveau wordt toch duidelijk dat stedelijkheid precies daar, op straat, te vinden is. Daar wordt duidelijk dat stedelijkheid niet iets hoogs en verhevens is, maar juist iets laag-bij-de-gronds.

Het zou overdreven zijn de ­kiosken aan te wijzen als veroorzaker van stedelijkheid, maar ze zijn wel een goede indicatie voor voldoende bedompte-en-toch-

verfrissende stadslucht – de ­kiosk als kanarie in de mijn. Het zijn immers, onder andere, die kiosken die zorgen voor levendigheid, voor straatleven: dat onkruid dat nooit vergaat, ­misschien niet altijd even fraai is, maar tussen de tegels steeds weer opsteekt, op de meest openbare plekken. En dan ­kunnen de straten en pleinen een werkelijk openbare ruimte worden, waar het publieke leven zich af kan spelen.

Als de kiosken straks weer open zijn, vormen ze altijd weer een goede reden voor een ­wandeling. Want zoals Wim Kan al opmerkte is ­iedere wandeling een omweg naar een kopje ­koffie.

null Beeld

Jacques Beljaars en Thomas Rouw
Kiosk in de stad
trancityxvaliz; 352 blz. € 26,50

Lees ook:

Een stadswandeling als ruggensteun voor de horeca: ‘Eten en wandelen is wat je voornamelijk doet in coronatijd’

Door georganiseerde stadswandelingen trekken horecaondernemingen toch nog wat gasten. Coronaproof kroegentochten zijn er in steeds meer steden. Ook in Haarlem.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden