Reizen Zweden

Buitenluchtleven in Värmland: aan wildernis geen gebrek

Beeld Anne Grietje Franssen

In het Noord-Zweedse Värmland is de wildernis alomtegenwoordig en toegankelijk. Kamperen mag overal, mits je niet in andermans achtertuin staat. Tips voor een in-goede-banen-geleid avontuur.

Tegen de Noorse grens, in het noordwesten van Zweden, ligt Värmland. Hier, in deze dunbevolkte provincie, hebben elke 17 Zweden beschikking over 1 vierkante kilometer. Voor elke 30 inwoners is er een meer: 10.000 meren telt de provincie, en 15.000 vierkante kilometer bos. Värmland grenst bovendien aan Vänern, de grootste binnenzee van West-Europa.

Aan wildernis dus geen gebrek. Het gebied is dan ook een gewilde bestemming voor wandelaars en lange-afstandsfietsers, voor allerhande zoetwaterfanaten en bosnimfen, vogelaars en vliegvissers. Het Zweedse ‘allemansrecht’ staat eenieder toe buiten de gebaande paden een kamp op te slaan: kamperen mag overal, mits je niet in andermans achtertuin staat, mits je na een nacht (of twee) weer verder reist, en mits je al je sporen uitwist. ‘Laat het land schoner achter dan je het trof’, is de vuistregel.

Maar op de bonnefooi met een tentje en een rugzak vol vriesdroogmaaltijden het woud in is niet voor iedereen. Voor de vakantievierders die meer woestenij willen dan beschikbaar op de familiecamping, maar het planmatige graag (deels) uitbesteden: hier wat suggesties voor georganiseerd maar onvervalst Zweeds friluftsliv, buitenluchtleven.

1 Sobere boomhutluxe

Verscholen tussen de naaldbossen nabij Säffle, in het zuiden van de provincie, ligt Naturbyn, Zweeds voor natuurdorp. Hier heeft eigenaar Thomas Pettersson eigenhandig zes hutten gebouwd op een stuk bosgrond dat hij erfde van zijn vader. Drie van deze stugor staan op land; voor twee hutten moet je de bomen in; en de laatste drijft op het meer, zo’n honderd meter van de oever, alleen te bereiken per kano. Of zwemmend.

Ik overnacht op tien meter hoogte, in de hoogste van de twee boomhutten. Het in de wind wiegende huisje is ingenieus om de sparren heen gebouwd. Een glazen pui geeft uitzicht op het meer. Het hele bouwwerk, inclusief inrichting, is de creatie van Pettersson zelf. Je kunt het als Scandinavisch design bestempelen of gewoon als eenvoudig charmant.

Beeld Anne Grietje Franssen

Nagenoeg alles is opgetrokken uit hout: de wanden, het bed, de boomstamstoeltjes en het tafeltje. Pettersson heeft een prozaïsche kijk op zaken. Op de vraag of hij de meubels zelf heeft gemaakt, antwoordt hij: ‘Ik had geen zin om er een fortuin aan kwijt te zijn.’ De hut heeft geen elektriciteit, geen watervoorziening, geen wifi: wel een terras, met ecologisch linnen gedekte bedjes, een houtkachel, een paraffinelamp, een oneindigheid waxinelichtjes. En een brandblusser.

Plassen doe je in het bos, of op een van de twee composttoiletten. Baden: in het meer, na een bezoek aan de sauna.

2 Koken op open vuur

In datzelfde Naturbyn heeft Pettersson een overdekte buitenkeuken gebouwd. Alle benodigdheden liggen klaar: brandhout, lucifers en kookgerei. Water komt direct uit een bron. Het enige wat je zelf nog moet doen, is het vuurtje stoken en een potje koken. Na een paar dagen in het natuurdorp kan ik mezelf zonder meer tot vuurmeester dopen.

Beeld Anne Grietje Franssen

Voor elke kop koffie, voor elk bord havermout, voor elk saunabezoek: eerst dat vuur aankrijgen. Vanzelfsprekend zonder spiritus of aanmaakblokjes. Een fluitje van een cent als het droog is; minder fluitje van een cent na twee etmalen regen en zonder nog een droge snipper hout. Vol ontzag staar ik naar het stel dat de hut op het water bewoont: het lukt ze het vuur van hun buitenkeuken in de stromende regen brandende te houden.

3 Wildplukken

Weinig bevredigender dan niet alleen je eigen potje te koken, maar ook de ingrediënten zelf bij elkaar te foerageren. Nu is mijn overlevingskans gering als ik in het bos aan mijn lot word overgelaten, dus ik vraag friluftsliv-gids Max Monsler om me mee op wildplukjacht te nemen. Lang hoeven we niet te zoeken: een nazomer in een dennenbos staat garant voor eindeloze hoeveelheden paddestoelen. Tussen en onder het mos vinden we de gele koppen van cantharellen, genoeg om onze manden mee te vullen. Voor de afwisseling en de smaak plukken we ook wat eekhoorntjesbrood.

Hoewel augustus gewoonlijk bessenseizoen is, valt er nu geen bosbes of rode vossenbes te bekennen. Komt door de late vorst, zegt Monsler. In zijn biologische moestuin heeft mijn gids ook wat wortels, aardappels en uien gefoerageerd, om onze paddestoelenmaaltijd mee aan te vullen. Een beetje valsspelen is het wel, maar de supermarkt hebben we in elk geval niet van binnen gezien. Niet-vegetariërs kunnen er ook voor kiezen om, met een visvergunning van het toeristenbureau, de hengel in een van de tienduizend meren uit te gooien.

4 Vlotvaren

De Klarälven, de langste rivier in Zweden, meandert door de hele lengte van de provincie. De rivier werd van oudsher gebruikt om boomstammen van noord naar zuid te vervoeren, tot de komst van waterkrachtcentrales de waterweg onderbrak. Nu vervoert de Klarälven, op een stuk van zo’n honderd kilometer tussen twee centrales, enkel nog avonturiers. Weliswaar op diezelfde stammen: de organisatie Vildmärk i Värmland verschaft al bijna veertig jaar de benodigdheden en instructies om je eigen vlot te construeren. Met een snelheid van zo’n twee kilometer per uur drijf je vervolgens in een paar dagen de rivier af.

Beeld Anne Grietje Franssen

Klinkt eenvoudiger dan het is. De herfst heeft haar vroege intrede gedaan en de hemel komt naar beneden. Midden in een donderstorm worden mijn stoutmoedige reisgenoot en ik geacht een vlot op te trekken uit een dertigtal boomstammen en wat stukken touw. De zeemansknopen die de instructeurs ons proberen in te prenten, willen maar niet lukken. Gelukkig blijft er iemand van de organisatie bij om onze fouten te corrigeren. Uiteindelijk worden we met een zo-goed-als zeewaardig vaartuig op pad gestuurd.

Na de gespannen eerste uren klaart de lucht en ons gemoed. Daar drijven we: zittend op onze raft, onder een zeiltje, tussen de kisten met proviand en kampeergerei. De stilte. We zijn de enigen op de Klarälven. Niets dan de slingerende rivier voor ons, de zanderige oevers, de beboste heuvelruggen. De flarden mist boven het water. Aan het eind van een dag drijven kun je, als je wilt, aanmeren bij een van de campings en daar voor de nacht een stuga, zo’n typisch rood houten huisje, betrekken. Wij kiezen ervoor wild te kamperen, wat in Zweden immers overal mag.

We blijken onze tent niet eens nodig te hebben: we vinden vindskydd, openbare ‘schuilplaatsen’ die wandelaars beschermen tegen weer en wind, maar waarin je ’s avonds ook je matje en je slaapzak uit mag rollen. Sommige zijn zelfs uitgerust met brandhout. Dat vuur staat inmiddels binnen no-time te knapperen. Na al dat buitenluchtleven houden zelfs de beruchte muggen ons niet meer uit onze slaap.

Reisreportages vanuit bijzondere bestemmingen, boeiende steden en verre streken, met reistips. U vindt ze op trouw.nl/reizen of op deze kaart. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden