null Beeld
Beeld

ReceptCharlotte Kleyn

Brusselse broodjes met selderijsalade

Culinair historica Charlotte Kleyn onderzoekt de verhalen achter ons eten en werkt ze graag uit in haar keuken.

Met groentjes?’ is de standaardvraag in Belgische broodjeswinkels. Toen ik een tijd in Brussel studeerde kocht ik mijn lunch vaak in de kantine van de Koninklijke Bibliotheek en broodjeswinkels in de buurt. Je kiest aan de counter een stuk stokbrood of ander broodje, wijst beleg aan en kiest vervolgens of je er rauwkost, groentjes, op wil. Klassiek is de ‘toast kannibaal’ met préparé (filet américain), gekookt ei en augurkjes en een ‘broodje smos’ met mayonaise, kaas, ham, gekookt ei en groentjes. Maar ook ‘salades’ – zoals eier-, kip- en tonijnsalade – staan steevast in metalen bakken in de counter.

Zulke mayonaisesalades als broodbeleg zijn volgens mij een typisch Neder-Vlaams verschijnsel. Ik ben er stiekem dol op, maar vind de versies van de supermarkt vaak wel erg zoet, zuur en zacht, en bovendien leveren ze veel plastic op. Toen ik laatst nog een halve knolselderij had liggen, besloot ik dus zelf eens een poging te wagen tot selderijsalade, ook wel selleriesalade, van het Franse céleri. Iets dergelijks maakte men tweehonderd jaar geleden al: in kookboek Aaltje, de volmaakte en zuinige keukenmeid uit 1804 staat een recept voor salade van selderijwortel: ‘Zuiver en wasch de wortels van de selderij wel, snijd ze in schijfjes of reepjens, en richt ze met olij, azijn en zout naar genoegen aan; offschoon anderen er ook wel eene saus van gesmolten boter en azijn over verkiezen te eten’.

Het snijden van de knol kost even tijd, maar dan heb je ook wat: knapperig verse selderijsalade, helemaal naar keus op smaak te brengen. Mayonaise, citroen en mosterd erdoor is bijvoorbeeld heel lekker, maar crème fraîche, yoghurt en mierikswortel ook, net als een klassieke Franse vinaigrette van mosterd, azijn en olie. Ideaal voor de thuislunch, tot we weer eens de trein naar Brussel kunnen pakken voor een broodje eiersalade. Met groentjes.

Ingrediënten

• een kwart knolselderij (zo’n 400 gram)
• 4 eetlepels mayonaise
• 2 eetlepels witte wijnazijn
• 2 eetlepels mierikswortelpuree (of mosterd)
• handje dille, grofgehakt

Bereiding

Schil de knolselderij met een mes en snijd de knol in hele dunne reepjes, of gebruik een keukenmachine of spirelli. Raspen kan ook, dan krijgt u meer een brei dan individuele sliertjes, maar het scheelt natuurlijk wel tijd.

Gebruik de reepjes rauw of maak ze iets zachter door ze te blancheren: breng een pan gezouten water aan de kook, doe er de reepjes 1 minuut in en giet af in een vergiet. Spoel af met koud water en laat goed uitlekken.

Meng de overige ingrediënten met wat zout in de kom en schep er de knolselderij doorheen. Proef en pas de smaak eventueel aan (meer azijn/zout/mierik). Lekker op (geroosterd) brood. Of op een broodje natuurlijk, met groentjes.

Janine en Annemieke Jansen, Joke Boon, Charlotte Kleyn, Natasja Kilerciyan en lezers van Trouw vertellen in deze rubriek verhalen achter het eten, compleet met recept.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden