null Beeld
Beeld

PoëzieJanita Monna

Zelfs de zee snapt het niet

Janita Monna

Bij Pim Lammers gaat liefdevol hand in hand met stoer, en kinderlijke verwondering met gierende hormonen.

Over geen man zijn, maar ook geen vrouw, over gezinnen met twee vaders, over je seksuele geaardheid, over pesten (en sorry zeggen), over dood, schaamte, God, het zijn stevige onderwerpen waar ook kinderen mee worstelen. Maar niet bij Pim Lammers. Dat wil zeggen, hij schrijft er wel over, maar eigenlijk haast zonder dat je dat merkt.

Van Lammers, die voor eerder werk al eens een Zilveren Griffel kreeg, en een Boer Borispremie vanwege zijn inzet voor meer diversiteit en inclusiviteit in kinderboeken, verscheen onlangs een bundel poëzie voor kinderen, Ik denk dat ik ontvoerd ben. Tussen de door Sarah van Dongen fantasievol geïllustreerde gedichten staat bijvoorbeeld ‘Ruilen’, waarin het hebben van twee vaders, of twee moeders, net zo gewoon is als het hebben van een vader en een moeder. En ook ‘Tante Ben’ in haar blauwe jurk, die niet als ‘hij’ of ‘zij’ aangesproken wil worden, maar liever als ‘die’ of ‘hen’. ‘”Die?” vraag ik. “Hen?”// Die glimlacht./ “Zeg jij maar gewoon tante Ben.”’ Eén witregel, en wat een problematisch zou kunnen zijn, is meteen vanzelfsprekend. Wat vreemd kan zijn, of afwijkend, is in Lammers’ subtiel rijmende regels geaccepteerd – ‘Mijn broer is op een jongen uit zijn klas.’ En dat maakt het bijzondere uit van deze poëzie, die ook gaat over plakzoenen, bazige grote broers en zussen, een pukkel hebben of een huisdier willen. In veel van Lammers’ gedichten zit een minieme draai, een lichte verschuiving van het perspectief. Neem ‘Niet van hier’, waarin een kind gepest wordt vanwege zijn komaf: ‘Jij hoort hier niet’. Een kaal zinnetje, dat pijn doet. Maar in Lammers’ gedicht inspecteert dat kind vervolgens de auto. Komt het tot de conclusie: ‘Het is echt geen ruimteschip/ dat op onze oprit staat.’

Gluren naar de buurvrouw

Het oneindige en het dagelijkse brengt Lammers even terloops als geestig samen. Want als grote mensen naar zee gaan voor antwoorden op levensvragen, zou die dan niet ook kunnen helpen bij een toets? ‘Werkwoordspelling.// Zelfs de zee snapt het niet.’

Liefdevol en stoer gaan hand in hand en kinderlijke verwondering met gierende hormonen. Want ja, pubers denken nu eenmaal aan seks, en die gebruiken de verrekijker van papa niet om naar de Grote Beer of Saturnus te kijken, als er achter het raam van de buurvrouw spannender dingen gebeuren.

Ruilen

Op het plein kwam Ayla naar me toe met twee vragen:
1) of ik na school wilde spelen?
2) of ik van vader wilde ruilen?

Op de eerste vraag zei ik nee,
ik had straf en moest van mama helpen in de tuin.

Over de tweede dacht ik wat langer na.

Ayla’s vader is vaak op reis (niet zo leuk), heeft altijd cadeautjes bij zich als hij thuiskomt (heel erg leuk), neemt Ayla mee op verre vakanties (heel erg leuk), gaat nooit mee naar het zwembad (niet zo leuk).

Mijn vader gaat altijd mee naar het zwembad (heel erg leuk), geeft niet zo vaak straf als mama (heel erg leuk), bakt bananenbrood (heel erg lekker) en vergeet hoe laat ik naar bed moet (heel erg leuk).

Mijn antwoord was dus nee.

Maar, dacht ik toen, moeders
wat moet je daar dan mee?

Waarom doe ik niet net zoals Koen?
Die heeft niet één vader,
maar twee.

Ayla knikte,
vond het een superidee.

Pim Lammers

null Beeld
Beeld

Pim Lammers
Ik denk dat ik ontvoerd ben en andere gedichten
Met tekeningen van Sarah van Dongen
Querido; 112 blz. € 16,99

Janita Monna (1971) is journalist en recensent. Ze was redacteur bij Poetry International en nam het initiatief voor de jaarlijkse Gedichtendag. Voor Trouw schrijft ze over poëzie.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden