null Beeld Tjarko van der Pol
Beeld Tjarko van der Pol

BoekrecensieRoman

Wytske Versteeg schrijft over migratiecrisis met inzicht en nuance die in asieldebat ontbreken

In Het gouden uur onderzoekt Wytske Versteeg met nuance en inzicht de weerslag van de migratiecrisis via drie betrokkenen: een hulpverlener, een asielzoeker en een oud-soldaat.

Femke Essink

Geen idee of ze een lezer is, de burgemeester van Tubbergen. In de gemeente braken onlangs protesten uit toen het Coa er een hotel kocht om asielzoekers op te vangen. Ik zou haar bij dezen graag Het gouden uur aanraden, de nieuwe roman van Wytske Versteeg (1983). In dit boek laat Versteeg zien welk effect de migratiecrisis heeft op een Nederlandse vrouw, een getraumatiseerde oud-soldaat en een jonge vluchteling. Dat doet ze met een inzicht en nuance die ons nationale debat over asielopvang de nodige menselijkheid zouden geven.

Na vier geprezen romans verscheen van Versteeg in 2020 het zorgvuldig tastende non-fictiewerk Verdwijnpunt, over seksueel geweld en de traumatische doorwerking daarvan, waarover de schrijfster in deze krant ook een essay publiceerde. Ze onderzocht ­dader- en slachtofferschap, de invloed van geweld op lichaam en geest, de rol van herinneringen. In deze vijfde roman toetst de auteur diezelfde thema’s, en meer, maar nu in fictie.

Onverwacht vertrek

In Het gouden uur ontrolt zich een drama van formaat dat toch zonder effectbejag wordt verteld. Mari, de eerste van drie vertellers, is afgereisd naar Sarakina, een fictief dorpje in een grensstreek in wat het Midden-Oosten lijkt te zijn, in de hoop Ahmad te vinden. In de maanden dat hij als asielzoeker bij haar in huis woonde, ontwikkelde zich een steeds ongemakkelijker relatie tussen hen, maar voorbij de veertig en klemgezet door het leven voelt het voor Mari alsof ze met zijn onverwachte vertrek alles is verloren. Het enige wat hij haar heeft nagelaten is een tas met volgekrabbelde papieren in een taal die ze niet kan lezen.

In Sarakina wordt Mari rondgereden door Tarik, een man van middelbare leeftijd die vroeger een soort legerkampbeul is geweest en zich in het stille dorpje heeft teruggetrokken om zijn demonen in bedwang te houden: ‘De herinnering aan wat hij in Kamp 33 had gedaan had hij begraven zoals een hond zijn uitwerpselen, die zone was verboden te betreden, die tijd was oorverdovend stil in zijn geheugen’. Uit schuldgevoel ruimt hij in de grensstreek de doden op, vluchtelingen die de oversteek van de rivier niet hebben overleefd. Slimme zet van Versteeg om het verhaal van Tarik in de derde persoon te vertellen; hij zal later zijn stem aan Ahmad lenen, als hij diens brieven aan Mari voorleest.

Snoeiharde ontmaskering

Mari en Tarik roepen schurende vragen op – over het grijze gebied tussen dader en slachtoffer, over de machtsrelatie tussen slachtoffer en hulpverlener – maar echt pijnlijk wordt het zodra Ahmad het woord krijgt: dan dendert de haat de roman binnen. Het maakt Ahmad razend dat hij jarenlang enkel als vluchteling is gezien, dat de bureaucratische asielprocedure hem strategisch ontmenselijkt: ‘Hoe volmaakt is dit systeem, dat ons niets geeft en beesten van ons maakt en daarna die beestachtigheid tegen ons gebruikt’. En nog steeds wordt er vooral dankbaarheid van hem verwacht. Met plaatsvervangend schaamrood lees je zijn snoeiharde ontmaskering van de motieven van Mari, want hij ziet het goed – dat zag zij zelf ook al lang: ‘Iedereen dacht altijd dat jij iets van mij wilde, me gebruikte om wat ik aan jou zou kunnen geven: het recht om hier te zijn, of anders gewoon geld. Ze hadden ongelijk. Jij had iets waarnaar ik hongerde, iets wat ik zelf niet eens kon definiëren.’

Apothekersprecisie

Versteeg toont met Het gouden uur dat een actuele roman over de wereldwijde omgang met vluchtelingen tijdloos kan aanvoelen. Door de apothekersprecisie waarmee ze doseert, wordt schrijnend duidelijk dat haar personages er nooit in slagen zich aan elkaar kenbaar te maken, dat ze hun grenzen vaak te laat opmerken en dan maar meebewegen – hun complexiteit getuigt van mensenkennis en inlevingsvermogen. Dat weerspiegelt zich in het proza van Versteeg, dat bedachtzaam is, de observaties sensitief en treffend, de zinnen gepolijst tot ze ritmisch zijn.

In alle ernst mist de roman soms wat lucht, zodanig dat je hoopt dat iemand opstaat om desnoods een mop te vertellen, zoals een welgemikte grap ook een begrafenis draaglijk kan maken. Versteeg laat uiteindelijk via de hoop dat beetje lucht binnen. ‘Hoop is een tweesnijdend zwaard’, zegt Tarik: het kan je maken, het kan je breken. En toch. Bijna een roman lang zitten de personages hopeloos vast, in hun leven, hun herinneringen. Juist dankzij anderen lijken ze daaruit los te breken. Zo biedt Het gouden uur ook de lezer hoop, die denkt aan Moria en Ter Apel en probeert het cynisme op afstand te houden: mensen kunnen elkaar misschien nooit helemaal begrijpen of echt helpen, ze kunnen elkaar wel in beweging brengen.

null Beeld
Beeld

Wytske Versteeg
Het gouden uur
Querido; 232 blz. € 22,99

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden