Libris Literatuurprijs 2020Boekrecensie

Wie wint de Libris Literatuur Prijs 2020?

Maandag 22 juni wordt de Libris Literatuurprijs 2020 uitgereikt. Rob Schouten las alle genomineerde boeken en kiest de winnaar

En waarom is ‘Otmars zonen’ van Peter Buwalda niet genomineerd, kun je je afvragen als je het zestal genomineerden voor de Libris Literatuur Prijs 2020 in ogenschouw neemt. En zelf zou ik bijvoorbeeld Wanda Reisels ‘Adam’ als dark horse genoemd hebben als ik in de jury zat, maar dat boek stond niet eens op de longlist. Er valt altijd wel iets tegen de shortlist van welke literaire prijs dan ook in te brengen, maar wat je moet vaststellen is dat het uitverkoren zestal dit jaar een heel aardig beeld geeft van wat de Nederlandstalige literatuur op dit moment te bieden heeft. En wat direct opvalt: drie vrouwen, drie mannen; dat laat zien dat er naar een soort evenwicht gestreefd is. De Vlamingen zullen wellicht vinden dat met Saskia De Coster als enige representant de Nederlandstalige literatuur beneden Roosendaal tekort wordt gedaan, maar mij dunkt dat het wel zo’n beetje klopt.

Er is dit jaar en de afgelopen jaren niet veel reuring in onze literatuur, wat niet betekent dat het maar voortkabbelt. De Nederlandse letteren hebben gemiddeld een hoog niveau, maar grote uitschieters en knallende vernieuwingen ontbreken. Ook romans die de maatschappij een ander aanzien geven worden er momenteel niet geschreven; al proef ik in het werk van Pfeijffer en Grunberg wel zulke ambities. Er is sprake van een modaal maar degelijk literair klimaat met introverte trekjes.

Geen jongeren

Wat wel op- en tegelijk tegenvalt, is dat op deze shortlist de jongeren ontbreken. Er valt de laatste jaren een enorme hausse aan talent te bespeuren, aan schrijvers van rond de dertig zoals de broertjes Heerma van Voss, een spraakmaker als Jamal Ouariachi, Nina Weijers en Maartje Wortel, misschien zelfs aan nog jongere schrijvers, millennials genoemd, maar geen van hen prijkt op het korte lijstje.

In dat opzicht is de jury behoudend geweest, mogelijk kijken ze de kat uit de boom, maar die is nog niet beneden gearriveerd. Met het werk van (vrouwen toch maar eerst, en het zijn ook de jongsten) Saskia De Coster (1976), Marijke Schermer (1975), Manon Uphoff (1962), Sander Kollaard (1961), Oek de Jong (1952) en Wessel te Gussinklo (1941) kiest de jury niet voor de jeugd, maar voor de rijpheid. Je zou dat een statement kunnen noemen. Ook afwezig: het literair experiment, maar dat is intussen al jaren zo, misschien is het wel dood. Dat gezegd hebbende moeten we vaststellen dat het niveau van de nominaties hoog is, er zit wat mij betreft geen wanklank tussen.

‘De hoogstapelaar’

Om maar met de oudste te beginnen, Wessel te Gussinklo met ‘De hoogstapelaar’, het vervolg of misschien wel de conclusie op zijn eerdere roman ‘De opdracht’ uit 1995, een hoogtepunt in de Nederlandse literatuur van de laatste decennia. ‘De hoogstapelaar’ is het verhaal van de grenzeloze streber Ewout Mester, inmiddels van puber jongvolwassen geworden. Maar nog altijd probeert hij macht over zijn omgeving uit te oefenen. Mensen moeten tegen hem opkijken. In zijn eindeloze poging om zich boven anderen te verheffen, vergt hij het uiterste van zichzelf. Geen wonder dat hij aan psychische inzinkingen ten prooi raakt en dat zijn vrienden hem verlaten. Alles voor de eigendunk!

Hij is natuurlijk een tragisch karakter, maar het heeft ook iets bitter-komisch om deze narcist met zichzelf te zien worstelen. Te Gussinklo, met zijn zuigende, drammende stijl, slaagt erin zijn lezers, mij althans, te begoochelen met dit portret van een psychische machtswellusteling, zoals je ze misschien vaak om je heen ziet zonder dat je het dreunende brein van ze in ogenschouw neemt. Maar wat het boek ook vooral doet is je terugsturen naar ‘De opdracht’ waar Ewout Mester nog een kind is en misschien nog door schade en schande had kunnen veranderen.

‘Zwarte schuur’

Door naar Oek de Jong (gek eigenlijk dat hij nog geen echt grote prijs heeft gehad met zo’n imposant oeuvre). De Jong schrijft bij voorkeur over gevoelige, kwetsbare, artistieke mannen die gekweld en begeesterd worden door herinneringen aan vroeger; het is hem door lezers die hardere karakters vragen ook wel nagedragen. In ‘Zwarte schuur’ wordt schilder Maris Coppoolse geplaagd door een jeugdtrauma. Is hij schuldig aan de dood van zijn eerste vriendinnetje Matty? Zijn omgeving vindt van wel, maar het gaat eigenlijk om wat het in zijn gemoed teweegbrengt. Het knappe aan De Jongs schildering is dat hij de geheimzinnige, ongerijmde onderstromen in een menselijk karakter zo mooi in beeld brengt. Maris’ driften en perverse kanten gaan organisch op in een tapijt van andere gewaarwordingen. Waar Te Gussinklo focust op die ene eigenschap, probeert Oek de Jong de hele ziel van zijn personage te ontraadselen of althans in beeld te brengen.

‘Uit het leven van een hond’

Vergeleken bij de gekwelde figuren uit eerstgenoemde romans is de protagonist van Sander Kollaards ‘Uit het leven van een hond’ een binnenwater van rust en eenvoud. Kollaard is in dit gezelschap beslist de verrassing. Elke jury wil graag een onderbelichte schrijver in het zonnetje zetten en dat is in dit geval Kollaard. Het had misschien ook een ander kunnen zijn ,maar zijn roman is het zeker waard.

Henk van Doorn, 56, is een onopvallende, lieve man. Een man van niks, zo je wilt, maar dan een die bij nader inzien allerlei prachtigs heeft, mooie oren, bezige handen en van binnen is hij een wonder van gevoelens en bespiegelingen, frustraties, schaamtes en ijdelheden. De mens in optima forma. Ewout Mester of Maris Coppoolse wil je om verschillende redenen niet zijn, maar Henk van Doorn is een soort volwassen versie van Kees de jongen. Hij is in het koor van verminkte zielen dat de Nederlandse literatuur bevolkt, de uitzondering.

‘Vallen is als vliegen’

Manon Uphoffs ‘Vallen is als vliegen’ blies mij finaal omver. Het gaat over een vader die zijn kinderen misbruikt. Heftig thema, maar natuurlijk al wel eerder in beeld gebracht. Tot halverwege het boek is het een fonkelend portret van diezelfde vader en een magische jeugd in het Utrechtse Lombok, maar langzaam kom je erachter wat er werkelijk gebeurd is. ‘Vallen is als vliegen’ is een weergaloos boek, geschreven in een meeslepende stijl, maar het meest bijzondere is toch wel dat het geen wraakneming is. Integendeel: de schoonheid, het avontuur van alles blijft overeind door Uphoffs tintelende manier van schrijven. Als er één boek is waarin de literatuur het leven zelf naar haar hand zet, dan dit wel. Zelfs de nare smaak van de herinnering wordt gerelativeerd: “Ach, maar waarom deze klacht over een zo met krachtige impressies bedeelde kindertijd? Denken wij mensendieren dat we zo bijzonder zijn? Altijd gaat het weer over de tijd dat we begonnen. Waar komt toch onze hele noodlottige gedachtegang vandaan dat onze eerste jaren op aarde van geluk, warmte, liefde en de tederste verzorging doortrokken zouden moeten zijn?”

‘Nachtouders’ 

Naast de explosie van Uphoffs valvlucht is het autobiografische ‘Nachtouders’ van Saskia De Coster eerder een epos. Een lesbisch stel bezoekt de biologische vader van hun zoontje in een Canadese hippiekolonie. Wat een fijn familiebezoek moet worden, ontaardt in ruzieachtig scènes vol jaloezie en verongelijktheid. De Coster neemt de tijd om de conflicten en conflictjes breed uit te meten en het resultaat is dat je meegesleept wordt in een mislukte idylle op de verkeerde plaats. Onderhuids proef je ook het drama van de niet-biologische moeder, die misschien toch net iets anders moeder is dan de biologische. Dat verschil in moederschap geeft het ook een wrange bijsmaak.

‘Liefde, als dat het is’

Marijke Schermers mooie roman ‘Liefde, als dat het is’, is een boek in de trant van ‘Scènes uit een huwelijk’. Haar personages, zo te zien aan de vooravond van een midlifecrisis, bevinden zich in verschillende stadia van een relatiecrisis: de een verlaat de ander, de ander voelt zich verlaten, weer een ander wil vrijheid en autonomie. De eerste romantische liefde van hun kinderen fungeert als een soort contrapunt dat je doet beseffen wat er allemaal verloren kan gaan. Het is allemaal verre van nieuw maar met een fijn pennetje en veel psychologisch inzicht opgeschreven, en vooral met prachtige, herkenbare dialogen waaraan je kunt zien dat Schermer een begaafd toneelschrijfster is.

Zes geslaagde boeken, maar ook zes boeken die in de eerste plaats vertellen. Dat is kennelijk wat de literatuur nu vraagt: goeie verhalen. En wat in deze zes romans bij alle verschillen qua thematiek, stijl en uitvoering opvalt: de mannen hebben het over mannen en hun sores, de vrouwen over relaties, familie en gezin. 

Maar als het om de literatuur gaat en niet om het mensbeeld, het morele standpunt of de fijnzinnige psychologie moet de prijs naar Manon Uphoff gaan, die van iets verwerpelijks in deze soms wel erg moralistische MeToo-tijden een subliem en spetterend vuurwerk heeft gemaakt. Echt heel erg goed.

Lees ook:

Shortlist Libris: veel sterke vrouwen, de hond is trendy

Kussen werd ontraden tijdens de persconferentie van de Libris Literatuurprijs in Amsterdam. Wie de genomineerden wilde gelukwensen, kon dat beter met een Indiase buiging of een kushand doen, zei stichtingsvoorzitter Alexander Rinnooy Kan.

Libris-genomineerde schrijver Marijke Schermer: ‘Succes zegt niets over mij als mens’

Vrijheid, onafhankelijkheid, grenzen aftasten. Het zijn thema’s waar schrijver Marijke Schermer (45) in haar werk en haar leven mee speelt. Haar laatste roman ‘Liefde, als dat het is’ is genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs en gaat over hoe autonoom je nog kunt zijn als je met iemand samen bent.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden