null

RecensieWandelboeken

Wandelen lost misschien niets op, maar het zet wel wat in beweging

Beeld Getty Images

De Terloops-reeks van Van Oorschot groeit uit tot een niet te versmaden serie, die inspireert tot wandelen, zonder moraal.

Lost wandelen iets op? Maartje Wortel denkt erover na tijdens een ochtendwandeling door het Oosterpark in Amsterdam, het rondje dat ze iedere dag maakt met een vriendin. ‘Ik heb me lang afgevraagd of het wandelen tegen de onrust helpt. Ik heb er niet veel van gemerkt’, zo meldt ze in De groef. Wandelen gaat haar te langzaam (‘mijn vader noemt het niet voor niets in de benen hangen’). ‘Het is een beweging waarbij je kunt blijven denken’, schrijft ze. ‘Ik beweeg liever op zo’n manier dat ik alles vergeet. Inclusief mezelf.’

Ook Nelleke Noordervliet is geen denk- of therapie-wandelaar, zo schrijft ze in Wat er werkelijk is. Geen eureka’s of inzichten onderweg, meestal alleen wat ‘losse waarnemingen’, ‘vage visioenen’, ‘domme opsommingen van wat het oog ziet’ . Maar toch, bij de aanblik van de ‘grootse tastbare’ Caha Mountains in Ierland, lost wel Noordervliets ‘tobberige ik’ op. ‘Zo werkt het soms’, noteert ze. ‘Er is geen andere manier dan wandelen om vrede te hebben met jezelf en de aarde lief te hebben.’

Een lyrische ontboezeming van deze schrijfster in wat verder een prettig nuchtere, en toch zeer aanstekelijke wandelserie aan het worden is: de Terloops-reeks van uitgeverij Van Oorschot. Vorig jaar verschenen er al vier wandelboekjes – onder andere De grote ronde van Thomas Rosenboom, die in Amsterdam langs het IJ en de grachten wandelt, en het in deze krant lyrisch besproken Je keek te ver van Marjoleine de Vos, een nu al negen drukken tellende bestseller.

De boekjes van Maartje Wortel en Nelleke Noordervliet verschenen eerder dit jaar, en vandaag verschijnen weer twee nieuwe deeltjes: Gods wegen van Marijke Schermer en De Om van Willem Jan Otten.

Geen wandel-evangelisatie

Het gaat in deze reeks verder niet om wandel-evangelisatie, die drang van liefhebbers om het wandelen tot deugd te verheffen. Een drang die, zo schrijft Rebecca Solnit in haar standaardwerk Wanderlust, opkwam in de romantiek en die sindsdien een wandel­literatuur vol ‘beschaafde aansporingen’ opleverde.

Aan zulke beschaafde aansporingen doen deze schrijvers niet, wel bieden ze ‘terloopse’ wandelverslagen van zo’n 60/70 pagina’s waarin de een de blik meer naar binnen richt (Maartje Wortel) en de ander meer naar buiten (de rest). En nu we ons het afgelopen jaar helemaal het schompes hebben gewandeld, bieden deze boekjes zeker ook nieuwe inspiratie. Niet omdat ze wandelroutes leveren (al geven ze ook die deels) maar gewoon omdat herkenning van de drang tot wandelen bij anderen, en hun plezier erin, meestal aardig aanstekelijk werkt.

Kont op de grond

Die drijfveren zijn verschillend uiteraard, en hangen ook van de plek af. Zo betekent wandelen voor Nelleke Noordervliet ‘de geschiedenis voelen’. Noordervliet wandelt over de Noord-Ierse Beara Way in de buurt van het dorpje Tuosist waar ze sinds zeven jaar een huis heeft, en komt onderweg niemand tegen. De eeuwenoude grond ‘deint, slurpt, murmelt, leeft’ er, de wind blaast er vlagerig in je gezicht. Steencirkels leiden tot overpeinzingen hoe mensen hier sinds de steentijd ‘gelopen hebben, paden gemaakt, de route over de bergen gemarkeerd’. De Gleninchaquin beklimmen betekent ook een oefening in angst. Noordervliet – de ‘70 inmiddels ruim gepasseerd’ – heeft hoogtevrees en blijft liefst dicht bij de aarde, omhoog met handen en voeten, naar beneden met de kont op de grond. De dood, hoe die toe zal slaan, is iedere dag in haar gedachten maar het landschap biedt troost. ‘Dit landschap toont dat het leven sterker is.’

Doelgerichter is de wandeling van Marijke Schermer die in Gods wegen de Brabantse kloosterroute volgt. Schermer is benieuwd naar de drijfveren van de nonnen. Ze praat met zusters uit klooster Sint-Josephsberg in Megen, met gasten van het Emmausklooster in Velp, met mede-pelgrims onderweg. Ze denkt na over haar gebrek aan talent voor religiositeit en ‘van bovenaf opgelegde verveling’, over de verwantschap tussen schrijvers en religieuzen, beider ‘toewijding aan de fictie’. Met haar moeder Riet (aan wie het boekje ook opgedragen is) keert ze terug naar het meisjespensionaat Mariëngaarde in Aarle-Rixtel waar moeder als kind leed onder de terreur van de nonnen. Vriendschap was er verboden omdat het ‘zou maken dat je God vergat’.

Tinnitus, vergeten namen en spijt om nagelaten ambities

Willem Jan Otten doet in De Om verslag van zijn dagelijkse ronde langs de Sloterplas. De schrijver heeft vaste tegenliggers (‘de blonde rastarenner’) die hem tot ‘een taxonomie van paarlopers’ inspireren. ‘De Om is een vast tijdsverloop, een onveranderlijke oever waar je gedachten steeds opnieuw langs kunnen stromen.’ En die gedachten stromen dus ook, meanderen, van de woontorens aan het IJ naar de jachthaven van Van Eesteren. Ondertussen sluipen tinnitus, vergeten namen, spijt om nagelaten ambities onderweg het hoofd binnen. En er weer uit.

Wandelen lost misschien niets op, het zet wel wat in beweging, zo blijkt. Bewegen genoemde auteurs zo soepel heen en weer tussen buiten- en binnenwereld, het zal ook aan mijn eigen, vaak in mijzelf gekeerde wandelen liggen dat Maartje Wortels De groef van deze ‘lichting 2021’ mijn favoriet is. De groef is niet zozeer het verslag van een wandeling maar van een wisseling van humeur; een levendig en relativerend zelfportret, fris en subtiel verwoord.

Wandelaars kijken helemaal niet beter om zich heen

In bijna alle wandelboeken staat dat wie wandelt beter om zich heen leert kijken, maar volgens Maartje Wortel is dat helemaal niet zo: ‘Juist door het trage tempo raak je verzonken in gedachten’. Het wandelen van haar vaste ronde in het park versterkt ‘het idee dat je je ingraaft in iets waar je niet meer onderuit komt’. Diep verdrietig om een uit geraakte verkering en een vriendin die gaat verhuizen wil Wortel dat Oosterpark ook helemaal niet meer uit, en juist dat is het probleem. ‘Je zou de ronde ook een tunnel kunnen noemen of een put.’ Er is geen vooruitgang in haar leven, constateert ze. ‘Alles herhaalde zich gekmakend. Eenzelfde soort geluk, eenzelfde soort verdriet, eenzelfde soort problemen.’

Erg op dreef in haar gepieker lokt de schrijfster je ondertussen toch wel naar dat Oosterpark waar de grafsteen ligt van de tragisch in een zakdoek gestikte politiehond Albert Park. Er is een brug die de Klaartje de Zwarte Walvischbrug heet, er staan groene banken waar een verhaal achter zit. En het loopt goed af gelukkig, al ligt dat niet per se aan de wandeling.

null Beeld
Beeld

Nelleke Noordervliet
Wat er werkelijk is
Van Oorschot; 61 blz. € 12,50

null Beeld
Beeld

Willem Jan Otten
De om
Van Oorschot; 75 blz. € 12,50

null Beeld
Beeld

Marijke Schermer
Gods wegen
Van Oorschot; 63 blz. € 12,50

null Beeld

Maartje Wortel
De groef
Van Oorschot; 70 blz. € 12,50

Lees ook:

Wandelen maakt de mens, zegt deze neurowetenschapper

Het vermogen om op twee voeten te lopen maakt ons mensen tot wie we zijn, zegt de Ierse neurowetenschapper Shane O’Mara. Lopen bevrijdt onze geest, en sterkt ons geheugen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden