Barack Obama tijdens een campagnebijeenkomst van Joe Biden in Miami, een dag voor de presidentsverkiezingen eerder deze maand. Beeld AFP
Barack Obama tijdens een campagnebijeenkomst van Joe Biden in Miami, een dag voor de presidentsverkiezingen eerder deze maand.Beeld AFP

RecensieBoek

Uitleggen werkt niet altijd, ontdekte Obama

De voormalige Amerikaanse president neemt de ruimte in het eerste deel van zijn autobiografie. Het overeind houden van je idealen blijkt in het Witte Huis geen sinecure.

Hij mocht acht jaar lang de machtigste man ter wereld zijn. De codes voor Amerika’s kernraketten had hij altijd binnen handbereik. Eén woord en marinecommando’s vielen een bevriende natie binnen om een daar ondergedoken terroristenleider te doden.

Maar diezelfde commando’s maakten het hem moeilijk om vakantie te vieren, want in Hawaï zwommen ze in de oceaan aan zijn zijde. En dat hij het basketbalteam van zijn dochter coachte, gaf zoveel jaloezie dat hij er de brui aan moest geven, hoe gelukkig het hem ook maakte.

In Een beloofd land vertelt Barack Obama over zijn weg naar het Witte Huis en wat hij daar deed, tot en met die inval in Pakistan en de dood van Osama bin Laden. Hij had zo veel te vertellen, dat het niet in één boek paste.

Dat komt onder andere doordat Obama graag de achtergronden uitlegt van zijn pres­taties en zijn problemen. Saai is dat allerminst, als je een beetje geïnteresseerd bent in Ame­rikaanse politiek – en als je er voldoende van afweet om de regelmatig vreemde en soms ­ronduit verkeerde vertaling te omzeilen (nee, Obama noemt in het Engels zijn politieke kwelgeest Mitch McConnell niet ‘wijs’, Joe Biden was onder hem nergens ‘directeur’ van, en een ‘committee chair’ is een persoon, geen stoel).

Neem de strijd om het zorgstelsel te her­vormen, wat uitmondde in Obamacare. Daar was de Senaat een potentieel struikelblok. Op een persoonlijk drama – de dood van senator Ted Kennedy, die juist zo voor die zorgher­vorming had gestreden – volgde een politieke donderslag: het verlies van zijn zetel aan een Republikein. Daardoor hadden de Democraten geen 60-40 meerderheid meer in de Senaat, en dat gaf de Republikeinen een blokkerend ­procedurewapen – de filibuster – in handen. Dankzij een lepe manoeuvre van de voorzitter van het Huis van Af­gevaardigden, Nancy Pelosi, kwam het op het nippertje goed.

‘Ik denk het niet, meneer de president’

Als lezer krijg je goed de spanning mee, en de mores van Washington. Als Obama aan een mogelijke Republikeinse voorstemmer, Chuck Grassley, vergeefs de ene concessie na de andere doet, begint hij te vermoeden dat die de zaak alleen maar aan het vertragen is. Waren er, vroeg hij Grassley, eigenlijk wel veranderingen waardoor hij verzekerd kon zijn van zijn stem? “Er viel een merkwaardige stilte, waarna Grassley opkeek en onze blikken elkaar kruisten. ‘Ik denk het niet, meneer de president.’”

Zo word je als lezer rondgeleid, nu eens in de wereld waarin de president zijn werk doet, dan weer in zijn innerlijke wereld, waarin hij zich afvraagt of hij het wel goed doet, of hij zijn idealen niet aan het vergeten is en of zijn kinderen, zijn vrouw en zijn huwelijk dat allemaal ongeschonden zullen doorstaan.

Terwijl Obama’s uitleggerigheid in een boek goed werkt, heb je daar als politicus juist last van, merkte hij toen hij de eerste stappen in dat vak deed, als senator in de staat Illinois. Tijdens campagne-bijeenkomsten gingen mensen glazig kijken. Na een goed beargumenteerd pleidooi in de Senaat tegen een belastingwet kwam de voorzitter naar hem toe en complimenteerde hem. “Je had een aantal goede punten. Misschien heb je zelfs veel mensen van gedachten doen veranderen. Maar de stemmen zijn onveranderd gebleven.”

Barack Obama in gesprek met de Duitse bondskanselier Angela Merkel tijdens een G7-conferentie Duitsland in juni 2015. Beeld DPA
Barack Obama in gesprek met de Duitse bondskanselier Angela Merkel tijdens een G7-conferentie Duitsland in juni 2015.Beeld DPA

Obama idealiseert het Amerikaanse politieke systeem niet. Evenmin doet hij dat met de positie van zijn land in de wereld. Wanneer hij vertelt over het akkoord met Iran dat moest voorkomen dat het land kernwapens zou kunnen fabriceren, begint hij het verhaal bij het onderuithalen van een ­democratisch gekozen regering en het installeren van de sjah als alleenheerser door de CIA in 1953.

Dat kan hij zich in zijn boek veroorloven, als president eigenlijk niet: “Politieke commentatoren begonnen mijn interacties met andere leiders en burgers uit andere landen te bestempelen als ‘Obama’s spijtbetuigingstournee’, hoewel ze nooit enige echte spijtbetuiging konden aantonen”, schrijft hij verontwaardigd. En hij stelt vast dat het medialandschap zo versplinterd is, en de partijen zo sterk verdeeld, dat zelfs de traditionele Amerikaanse eensgezindheid tegenover het buitenland verloren is gegaan.

Voortdurend liep Obama aan tegen haat tegen zijn persoon in de VS en haat tegen de VS in de wereld. Nadat hij vertelt hoe marinecommando’s voor de kust van Somalië de gegijzelde Amerikaanse kapitein van een vrachtschip hadden bevrijd, denkt hij aan de gedode gijzelnemers en hun leeftijdsgenoten. “Het liefst zou ik hen op een of andere manier willen redden – hen naar school sturen, een vak laten leren, de haat die hun hoofden opvulde wegnemen. Maar in plaats daarvan, door de wereld waarin ze leefden en het apparaat dat ik aanvoerde, was het vaker zo dat ik ze doodde.”

Politieke doodskus

En in eigen land was een waarderend gebaar van de president een politieke doodskus voor de Republikeinse gouverneur van Florida. Charlie Crist had het gewaagd zich uit te spreken voor Obama’s stimuleringspakket na de economische crisis van 2008. “Nog geen paar dagen later begonnen er beelden van ‘de omhelzing’ te verschijnen in de rechtse media, gepaard gaand met oproepen om zijn aftreden. Binnen een paar maanden veranderde Crist van een Republikeinse ster in een paria.”

Zie in die omstandigheden maar eens je idealen overeind te houden. Op zijn buitenlandse reizen zet Obama als het enigszins kan zijn pelgrimshoed op. Hij bezoekt de vroegere gevangenis van Nelson Mandela in Zuid-Afrika, en het huis van Mahatma Gandhi in India. En hij spreekt de voormalige president van Tsjechië, Vaclav Havel.

Die waarschuwt hem dat autoritaire leiders altijd op de loer liggen: “Ze stellen zich verkiesbaar terwijl ze ondertussen stilletjes de instituties ondermijnen die de democratie mogelijk maken”.

Dat is natuurlijk geschreven met Donald Trump in het achterhoofd. En vanaf het begin lees je Obama’s boek in de wetenschap dat hij werd opgevolgd door iemand die niet ‘verbinden’ als ideaal had.

Toen hij nog een bescheiden opbouwwerker was, zag Obama het in feite allemaal al gebeuren, in Chicago, waar in 1983 voor het eerst een Afro-Amerikaan, Harold Washington, burgemeester was geworden. “Ik zag hoe een politieke campagne die gebaseerd was op het herstellen van rassenongelijkheid, hoe redelijk ook, angst en verzet opriep en uiteindelijk de vooruitgang beperkte. En in de bliksemsnelle ineenstorting van Harolds coalitie na zijn dood, zag ik hoe gevaarlijk het was te vertrouwen op een enkele charismatische leider om veranderingen door te voeren.”

null Beeld
Beeld

Barack Obama
Een beloofd land
Vert. Rebekka Bremmer, Bep Fontijn, Edzard Krol en Frans Reusink
Hollands Diep; 928 blz. € 45

Lees ook:

Michelle Obama: pionier op gebaande paden

Als de autobiografie van Michelle Obama iets duidelijk maakt, is het wel dat zij nooit president wil worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden