Auteur Johny Pitts besloot zelf een rondgang te maken langs grote Europese steden, dit beeld komt uit Londen.  Beeld Johny Pitts
Auteur Johny Pitts besloot zelf een rondgang te maken langs grote Europese steden, dit beeld komt uit Londen.Beeld Johny Pitts

BoekrecensieSamenleving

Toen Johny Pitts de term ‘Afropeaan’ hoorde, hoefde hij voor het eerst niet te kiezen tussen identiteiten

Johny Pitts gaat op zoek naar de realiteit van het leven van Afroeuropeanen.

Paul van der Steen

May Ayim (1960-1996) was het kind van een Duitse vader en een Ghanese moeder. Beiden waren student toen ze haar kregen. Ayim groeide op in een wit pleeggezin. Als volwassene werd ze, tot ze na aanhoudende depressieve klachten uit het leven stapte, docente, dichteres en ­activiste. Na de val van de Berlijnse Muur moesten er, vond ze, meer muren geslecht. Het land waar ze was geboren en ­getogen had niet één, maar meerdere identiteiten. Dat was de boodschap van haar gedicht Grenzeloos en onbeschaamd: een gedicht over de zogenaamde Duitse eenheid, dat begon met:

Ik zal Afrikaan zijn
ook als jij wilt dat ik Duitser ben
en ik zal Duitser zijn
ook als het jou niet past dat ik Zwart ben

Het zijn regels die laten zien hoe veelkantig identiteit kan zijn. Schrijver, fotograaf en televisiejournalist Johny Pitts (zoon van een witte Britse en een Afro-Amerikaan) kwam tot een soortgelijk inzicht toen hij voor het eerst de term Afropeaan hoorde. Hij hoefde zich dus niet minder te voelen. Voor het eerst voelde hij zich compleet en niet gedwongen te kiezen tussen identiteiten.

Geen eenzijdig beeld

Pitts heeft de term niet voor niets in de titel gezet van zijn boek Afropeaan. Notities uit zwart Europa. Hij waakt voor een eenzijdig, bijna glamoureus beeld, dat zou kunnen ontstaan door alleen te focussen op de wereld van muziek en mode, waar het woord als eerste opgang maakte. Het kwam uit de koker van de Belgisch-Congolese zangeres Marie Daulne, frontvrouw van Zap Mama en de Amerikaanse zanger David Byrne, bekend van de Talking Heads.

Hun hippe multicultiwereld krijgt wel enige aandacht, maar media fixeren zich doorgaans op de complexe kanten, op probleemwijken zonder uitzicht, op criminaliteit en het risico van radicalisering. Het lijkt óf het een óf het ander. ‘We zijn of niggas óf kings’, vatte de Amerikaanse rapper Mos Def het ooit samen.

Pitts ziet in Europa ook vaak maar twee smaken: ‘Zwarten worden afgeschilderd als overgestileerde retrohipsterdandy’s met dikgerande brilmonturen en gekleed in bontgekleurde stoffen of als gevaarlijke gettojeugd in hoody’s’, schrijft hij.

Pitts besloot zelf een rondgang te maken langs grote Europese steden: ‘En zo begaf ik me dus op weg, als het zeldzaamste schepsel dat bestond: de zwarte rugzaktoerist’.

De budgetreis van vijf maanden bracht de auteur bij de hierboven genoemde uitersten en evengoed bij de vele werelden en wijken daar tussenin.

Iets meer redenen voor optimisme

Hij trof een heel gevarieerd beeld aan. Parijs met zijn banlieues, Lissabon met het equivalent van de Braziliaanse favela’s en Moskou met zijn openlijk racistische geweld stemmen hem treurig. In Amsterdam, Berlijn en het toch als ruw en rauw bekend staande Marseille vond hij iets meer redenen voor optimisme.

De (neo-)koloniale geschiedenis van de afzonderlijke landen trekt overal zijn sporen. Soms gaat dat over grenzen heen, zoals blijkt bij de tocht langs villa’s van onder meer de Belgische koning Leopold II en de Congolese president Mobutu.

Pitts legt onderweg veelvuldig de vinger op de zere plek. Zelfs als het gaat om goedbedoelde steun voor de Afropeanen. Zo constateert hij dat subsidiegevers vooral zwarte ­evenementen willen faciliteren die het bestaande beeld bevestigen. Hij spreekt van de drie s’en: sari’s, samoosa’s en steel drums.

Pitts waardeert de Duitsers die demonstreren tegen racisme en neonazisme. Tegelijkertijd ziet hij deze witte menigte onder toezicht van de politie binnen bandbreedtes hun anarchistische ‘verzetje’ kunnen hebben. Zouden de autoriteiten evenveel zwarte actievoerders dezelfde vrijheid geven?

De herinnering gewit

Afropeaan opent de ogen voor een heleboel min of meer verborgen zwarte cultuur van het oude continent. Pitts schrijft over de deels Haïtiaanse roots van Alexandre Dumas père (1802-1870), de schrijver van onder meer De drie musketiers en De graaf van Monte Christo. Bij het verslag van het Russische deel van de reis van de Brit schrijft hij over de Afrikaanse achtergrond van de dichter Aleksandr Poesjkin (1799-1837).

Soms zijn herinneringen vroeger bewust gewit. Zo is er niet of nauwelijks aandacht besteed aan het flinke aandeel zwarte soldaten in de Franse bevrijdingstroepen tijdens de Tweede Wereldoorlog, waardoor die militairen een beperkte plaats in het collectieve geheugen hebben.

Afropeaan zal ongetwijfeld ook zijn blinde vlekken hebben, maar laat de lezer wel kennismaken met de zwarte cultuur die vaak blijft hangen in bepaalde stadsdelen of die door de fixatie op de Verenigde Staten en Groot-Brittannië niet altijd de verdiende aandacht krijgt. Muziekliefhebbers kunnen aan de hand van willekeurige pagina’s zelf op zoek gaan op het internet en terechtkomen bij de Duitstalige neo-soul van Joy Denalane of bij de van gospel en Zweedse pop doordrenkte klanken van Stephen Simmonds, een Stockholmse vriend van de auteur.

Veelkleurig

Pitts groeide zelf op in de arbeiderswijk Firth Park in Sheffield in het tijdperk-­Thatcher. Het is jammer dat steden als Sheffield, of steden die zelfs nog iets kleiner zijn in dit boek grotendeels buiten beschouwing blijven. De metropolen die aan bod komen hebben vaak omvangrijkere zwarte gemeenschappen en een ook binnen eigen kring gedifferentieerder maatschappelijk en cultureel aanbod. Waarschijnlijk is de Afropeaanse beleving daar anders dan daarbuiten.

Maar je kunt de auteur niet of nauwelijks verwijten dat hij dit heeft laten liggen. Tijd en financiën dwongen Pitts tot keuzes. En ook de beperkte reis die hij maakte, toont al hoe veelkleurig de Afropeanen zijn. ‘Ik wilde niet alleen straatfestivals en carnavals, ik wilde gewoon woon-werkverkeer en de banaliteit van het leven van alledag, dicht bij de realiteit staan van hoe zwarten in Europa leven; we doen meer dan alleen dansen, zingen en grijnzen’, schrijft hij.

In die opzet is Pitts met zijn boek aardig geslaagd.

null Beeld

Johny Pitts
Afropeaan. Notities uit zwart Europa
(Afropean. Notes from Black Europe)
Vert. Robert Dorsman
De Geus; 464 blz. € 22,50

Lees ook:

Johny Pitts beschrijft Europa door een zwarte bril: ‘Black Lives Matter heeft echt dingen veranderd’

De Britse Johny Pitts is Europeaan. Toch is het leven voor hem anders dan voor witte Europeanen. In zijn boek Afropeaan beschrijft Pitts het leven van zwarte Europeanen, vaak in verre buitenwijken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden