null Beeld
Beeld

BoekrecensieGeschiedenis

Taalkundige en cabaretier Wim Daniëls doet je afvragen waarom je toch zo aan vakantie toe kunt zijn

Hoezo vakantie? Nog niet zo lang geleden mocht je blij zijn met één vrije week per jaar.

Toerisme is niet nieuw, al dook de ‘toerist’ pas in de negentiende eeuw op in de Nederlandse taal. Al rond het begin van de jaartelling gingen welgestelde inwoners van Rome naar badplaats Napels, naar Athene om het Parthenon te zien, of naar Egypte, naar de destijds ook al beroemde piramides. Jongeren uit de Europese elite vertrokken sinds de zestiende eeuw voor lange culturele vakantiereizen, de zogeheten Grand Tours. Maar er in de zomer massaal op uit trekken werd pas in de loop van de twintigste eeuw gebruikelijk.

Wim Daniëls verzamelt in een pas verschenen boek, Op vakantie!, allerlei wetenswaardigheden. Bijvoorbeeld over de verdeling van het land in Noord, Midden en Zuid, en daarmee de jaarlijks terugkerende vraag of de schoolvakantie in jouw regio vroeg of laat valt. De wortels daarvan liggen in de oorlogsjaren, omdat er te weinig vervoersmogelijkheden waren voor alle vakantiegangers tegelijk, weet Daniëls. Zo hadden de nazi’s een deel van de treincapaciteit nodig om Joden naar Westerbork te brengen.

Het binnenhalen van de oogst

Het onderwijs was altijd al een geval apart. Ten tijde van de invoering van de Leerplichtwet, in 1901, gingen de meeste scholen in de zomer drie tot vijf weken dicht – ook handig om de kinderen te kunnen inschakelen bij het binnenhalen van de oogst. Verspreid door het jaar waren er al diverse andere, kortere schoolvakanties.

Nee, dan Daniëls’ vader. Die ging in 1927 als veertienjarige aan het werk in een metaal­fabriek. Hij moest het doen met een paar vakantiedagen per jaar, aaneengesloten of in de vorm van snipperdagen. En dat met een zesdaagse werkweek, zoals die in Nederland tot 1960 gebruikelijk was. De Metaalbond wilde in de jaren twintig al een heuse vakantieweek, liefst in de vorm van een wettelijke regeling.

Bouwvakkers kregen in 1929 recht op drie vakantiedagen per jaar, een halve werkweek dus in die jaren. De bonden zouden nog lang moeten strijden voor een hele week: die werd in de jaren vijftig echt gangbaar. In 1966 kwam er een wettelijke regeling voor twee weken. Inmiddels hebben werknemers recht op viermaal het aantal uren dat ze per week werken – 36-urige werkweek? 144 uur vakantie per jaar – met daarbovenop vaak nog bovenwettelijke vakantiedagen.

Grondrecht

Daniëls’ boek doet je afvragen waarom je toch zo aan vakantie toe kunt zijn. Hoe je ouders, en zeker de ouders van je ouders, het dan volhielden. En waarom we in het verloop van slechts enkele decennia zo ongeveer als een grondrecht zijn gaan beschouwen dat we onze vakantie ver weg mogen vieren. Pas rond 1970 gingen meer mensen wel dan niet op vakantie, en dan nog voornamelijk in eigen land. In 2019, vlak voor de pandemie, ging 85 procent van de Nederlanders op vakantie, waarvan driekwart over de grens.

Altijd goed op zijn tijd, een beetje relativering, zeker in deze pandemie. Maar Daniëls’ boek is vooral ook doordesemd van nostalgie, voor lifters en tienertoerders, voor de mensen die met touringcar of vliegtuig naar de zon vertrokken, of met caravan of camper naar onbekende bestemmingen.

Het waren de jaren van het gehannes met muntjes bij de telefooncel, en het dagelijkse, altijd weer spannende blokje van de ANWB-alarmcentrale bij de Wereldomroep: ‘De familie Hendriksen, rijdend in een gele Nissan met het kenteken…, zich vermoedelijk bevindend in de buurt van Napels, wordt verzocht contact op te nemen met…’

null Beeld

Wim Daniëls
Op vakantie!
Alfabet uitgevers; 272 blz. € 19,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden