Boekrecensie De grote verkilling

Sociale zekerheid is net zo’n Europees kroonjuweel als Mozart, Bach of Parijs

Geert van Istendael Beeld Bart Lasuy

Geert van Istendael zijn zijn ‘ruwste bek’ op tegen kille markt en vóór sociale zekerheid. 

Wat hoort niet in het rijtje thuis? Michelangelo. Rembrandt. Picasso. Bach. Mozart. Chopin. Homerus. Dante. Cervantes. Parijs. Venetië. Praag. Sociale zekerheid. Het antwoord volgens de Belgische schrijver Geert van Istendael: alles hoort in het rijtje thuis. Hij ziet ze stuk voor stuk als kroonjuwelen van de Europese beschaving.

Nou vooruit, bij nader inzien is sociale zekerheid toch een buitenbeentje. Want waar schilders, componisten, schrijvers en steden als schatten worden gekoesterd, is het kunstig geconstrueerde systeem van onderlinge solidariteit de afgelopen decennia steeds verder verkwanseld, meent Van Istendael. ‘De grote verkilling’ is zijn manifest voor redding van de verzorgingsstaat en wederopstanding van de belangrijkste dragers daarvan in de politiek, de sociaal-democratie en de christen-democratie.

Die twee ooit dominante stromingen hebben electoraal veel terrein verloren. De Belg wijt het aan het kritiekloos overnemen van het neoliberale gedachtengoed. Structurele, georganiseerde solidariteit werd ingeruild voor marktwerking, verkilling. Politiek en economie staan niet meer in dienst van de samenleving, maar dienen de globale privébelangen van het grote geld. Dat tast het draagvlak onder de democratie aan. Het neoliberalisme gelooft immers dat de markt altijd zijn zegenrijke werk zal doen en dat belastingverlaging altijd heilzaam is.

Oude, blanke patriarch

Aan het begin van zijn boek verontschuldigt Van Istendael zich. In de ogen van identiteitspolitici is hij een verdacht soort schrijver: ‘een oude, blanke patriarch’. Hij beroept zich op links. Soms leidt dat tot te ver gevoerd zwart-witdenken, waarbij wat links doet bij voorbaat welgedaan is en rechts het kwaad vertegenwoordigt. Maar meestal geselt Van Istendael ook de progressieven met zijn woorden. Hij hekelt doorgeschoten identiteitsdenken met allerhande lieden die zich beroepen op een quasi-religieuze hypermoraal die geen enkel tegengeluid duldt. “Minuscule groepjes vermenigvuldigen zich tot in de mist van het oneindige, gestuurd door de algoritme ‘ik word zalig, dus jij bent verdoemd’.”

“De tijd dringt. De nood is hoog”, schrijft Van Istendael. “Daarom trek ik mijn ruwste bek open. Ik mag hopen, lezer, dat ik uw gemoedsrust verstoor.” Die bek stoort niet. Wie bijvoorbeeld Van Istendaels boeken over België en Nederland (‘Het Belgisch labyrint’, ‘Mijn Nederland’) kent, weet dat zijn scherpte geen kwestie van effectbejag is. Ze komt voort uit diepe betrokkenheid, uit een haat-liefdeverhouding met zijn onderwerpen.

Het verstoren van de gemoedsrust lukt in ‘De grote verkilling’ de ene keer beter dan de andere. In het eerste deel van het boek somt de auteur nog vrij braaf politieke ontwikkelingen van de afgelopen jaren in Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Italië en Groot-Brittannië op. De vertrouwde, messcherpe Van Istendael is pas later in het boek te vinden, alsof hij als een diesel op gang moet komen. Daar is hij genadeloos voor de neoliberale consensus, het wegkijken van links voor de echte problemen en het ontbreken van wezenlijk debat.

Van Istendael voorziet zichzelf ook nog van de steun van filosofen van uiteenlopende soort. De Franse denker De Tocqueville (1805-1859), geliefd bij conservatieven tot de dag van vandaag, waarschuwde voor de gevolgen voor het politieke bestel: “Als ik democratische instellingen zal zien ontstaan bij een volk waar grote ongelijkheid heerst in de levensomstandigheden, dan zal ik die instellingen beschouwen als een voorbijgaande toevalligheid.” Annie M.G. Schmidt formuleerde het bondiger: “Krijg de tering met je privatisering.”

Het is niet Van Istendaels verdienste (daarvoor is zijn boek nog te vers), maar de eerste tekenen van een kentering in de publieke opinie lijken waarneembaar. Het neoliberalisme komt ter discussie te staan. Bestaanszekerheid bieden is de grondgedachte van het onlangs verschenen boek van Lodewijk Asscher, ‘Opstaan in het Lloyd Hotel’. Al zullen veel potentiële PvdA-kiezers voorlopig nog even de kat uit de boom kijken, omdat ze voor hun gevoel te vaak teleurgesteld zijn door het verschil tussen woord en daad. Maar zelfs Mark Rutte lijkt zijn vertrouwen in de markt een beetje kwijt, getuige zijn dreigement onlangs op het VVD- Festival: als de werkgevers de lonen niet verhogen, kunnen ze het in het vooruitzicht gestelde, gunstigere fiscale klimaat vergeten.

Geert van Istendael

De grote verkilling

Atlas Contact; 270 blz. € 21,99

Lees ook:

Lodewijk Asscher werkte aan een nieuw verhaal voor zijn partij: ‘Ik heb veel geleerd van hoe het beter kan dan vroeger’.

Interview met de PvdA- fractievoorzitter over zijn boek ‘Opstaan in het Lloyd Hotel’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden