null

BoekrecensieBiografie

Schierbeek werd nooit een Lucebert. De biografie van een innemend mens en een miskend dichter

Graa Boomsma belicht het veelkantige leven van Vijftiger Bert Schierbeek puur feitelijk.

Van de vijf ‘kern’-Vijftigers die met hun experimentele werk de Nederlandse poëzie in de jaren vijftig opschudden – Lucebert, Kouwenaar, Campert, Elburg en Schierbeek – is Bert Schierbeek (1918-1996) misschien wel degene met het minste publieke aanzien. Lucebert, Kouwenaar en Campert kregen de P.C. Hooftprijs, Schierbeek niet. Jan Elburg ook niet, maar die kwam tenminste nog ter sprake bij de juryberaadslagingen­­ in 1983, weet ik omdat ik daarbij was. In Redbad Fokkema’s studie Het komplot der Vijftigers wordt Schierbeek slechts mondjesmaat genoemd en in de tijd dat ik studeerde, eind jaren zeventig, stond hij bij velen min of meer te boek als een gefossiliseerd experimenteel.

Veelzeggende zin uit Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1945-2005: ‘Wanneer men de boeken van Schierbeek al niet ridiculiseerde, dan besprak men ze in de context van het surrealisme’; nogal wat lezers namen zijn werk niet serieus. Kop boven een recensie uit de jaren tachtig: ‘Schierbeek tóch leesbaar’.

Veel zichtbare invloed op latere generaties lijkt hij niet gehad te hebben, maar hij was een bijzonder innemende, sociale man, weet ik van ontmoetingen tijdens Poetry International in de jaren tachtig, waar hij een graag geziene gast was.

Was Schierbeek een reus uit de Nederlandse literatuur?

Niks van dit alles – status, invloed, duiding van ’s mans geestesgesteldheid – in Graa Boomsma’s biografie Niemand is waterdicht. Zelfs Boomsma’s persoonlijke verhouding tot de gebiografeerde en zijn werk blijft onbesproken. Dit is een biografie die de zuivere feiten geeft, geen subjectieve meningen, geen interpretaties. Je zou het een objectieve, en daarmee wetenschappelijke biografie kunnen noemen, zo heel anders dan bijvoorbeeld de sappige biografie die Onno Blom over zijn held Jan Wolkers schreef.

Was Bert Schierbeek een held of, zoals de uitgever het noemt, een reus uit de Nederlandse literatuur? Op die vraag geeft Boomsma geen antwoord, al memoreert hij zo ongeveer alles wat de man geschreven heeft, tot aan de producten van zijn broodschrijverij aan toe, en loopt hij alle kritieken op Schierbeek na. De lezer zelf moet maar concluderen hoe het zit met de plaats van Bert Schierbeek in de Nederlandse letteren.

Intussen spreken veel feiten voor zich. Zo was Schierbeek in sommige opzichten een echte voorloper, zij het eentje die bij mijn weten niet echt als zodanig herkend wordt. Hij was een van de eerste schrijvers van betekenis die aandacht had voor het zen-boeddhisme, in de jaren vijftig al, ver voordat dat een populaire stroming in de Nederlandse cultuur werd. Het boek ik uit 1951, wellicht zijn meest fameuze titel, al vraag ik me af wie het allemaal gelezen hebben, is een soort oer-voorbeeld van associatief schrijven in de Nederlandse literatuur en ook een afrekening met de wijdverbreide psychologische ‘ík’-literatuur van daarvoor: ‘Niet minder dan zeven Romeinse keizers, zes en twintig vruchteloze pausen, drie en veertig mikado’s, een klein miljoen mandarijnen en drie oceanen hebben zich in mij gewassen en schoongespiegeld’.

Ook vervaagden bij Schierbeek de grenzen tussen poëzie en proza zodanig (hij sprak wel van proëzie) dat je hem als een verre voorvader van veel huidige poëzie kunt zien. Maar de afrekening met het experimentele proza die ergens rond de jaren tachtig plaatsvond, maakte van Schierbeek een tamelijk schimmige figuur in onze letteren.

De Vijftigers,  vlnr. Remco Campert, Gerrit Kouwenaar, Bert Schierbeek, Jan Elburg en Lucebert, 1954. Beeld Paul Huf
De Vijftigers, vlnr. Remco Campert, Gerrit Kouwenaar, Bert Schierbeek, Jan Elburg en Lucebert, 1954.Beeld Paul Huf

Hij haalde Lucebert en Campert in huis. Letterlijk.

Boomsma wekt hem tot leven in een biografie waarin ‘Bert’ vooral naar voren komt als het middelpunt van de Vijftigers en hun verwanten, niet zozeer artistiek als wel sociaal. Als redacteur en bestuurslid van de Bezige Bij haalde hij alle mogelijke schrijvers binnen en probeerde hij het imago van de uitgeverij als broedplaats van experimentele literatuur zorgvuldig te bewaren. Ook was hij een van de oprichters van het Fonds voor de Letteren, dat schrijvers een zeker vast inkomen garandeerde.

Als privépersoon haalde hij letterlijk Lucebert en Campert in huis. Met zijn eerste vrouw Frieda Koch en Lucebert belandde hij zelfs in een ménage à trois. Als ‘ontdekker’ van de Spaanse eilanden Ibiza en Formentera baande hij de weg voor de latere kunstenaarskolonie aldaar. Met zijn meermalen gememoreerde bulderende lach, zijn talloze vriendschappen met schrijvers, beeldend kunstenaars en musici, zijn aimabele persoonlijkheid moet hij een soort bindmiddel in zijn kring zijn geweest.

Boomsma leidt ons rond in zijn gehele oeuvre, tot aan de meest onbeduidende op bestelling geschreven stukken aan toe, niet zonder kritiek zo nu en dan (nogal wat werken noemt hij mislukt, zwak of slordig), zodat je na afloop de illusie kunt hebben het oeuvre van Schierbeek min of meer te kennen. Wie terugkijkt, ontkomt niet aan de gedachte dat Schierbeek toch ook een soort ongeëerde profeet was, met zijn minimalistische, associatieve werk en zijn belangstelling voor exotische culturen, zoals die van de Dogon in Mali of de Azteken in Mexico. Het grappige was dan weer dat hij, als writer-in-residence in Amerika, in een grote Amerikaanse slee ging rijden. Hij ging gemakkelijk op in zijn omgevingen.

Ergens bleef hij een boerenzoon uit Beerta

In meerdere opzichten was Schierbeek een on-Nederlandse schrijver, al bespeur ik bij alle buitenissige belangstelling toch ook een soort Hollandse nuchterheid in zijn schrijven, zoals over de dood: ‘kijk/ ik weet het niet/ ik was nog nooit dood/ maar als je nou dood bent/ wat zie je dan/ wat zie jij nu wat ik niet zie/ want als de ogen zich sluiten/ en het zicht naar binnen keert/ waar ben ik dan/ en jij? En wij?’ Hij bleef ergens een boerenzoon uit Beerta.

Boomsma’s zakelijke, onpersoonlijke, wetenschappelijke aanpak bevalt me, juist vanwege Schierbeeks veelkantige en tamelijk bewogen leven: de driehoeksverhouding, de dood door een auto-ongeluk (dat hij zelf overleefde) van zijn vrouw Margreetje, zijn vele en verre reizen. Boomsma’s samenvattingen van werk en de kritieken erop geven een duidelijk beeld van wat Schierbeek produceerde en wat Jan en alleman ervan vond. Dat was lang niet altijd mals, je kunt Schierbeek een deels miskend schrijver noemen. Maar sommigen vertroetelden hem dan weer. Dat dubbelzinnige past wel bij iemand voor wie het eendimensionale ‘ik’ dubieus geworden was.

null Beeld

Graa Boomsma
Niemand is waterdicht. De biografie van Bert Schierbeek
De Bezige Bij; 671 blz. € 39,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden