null

BoekrecensieSport

Rolf Bos beschrijft in ‘Een Duitse zomer’ hoe de Spelen van 1972 zo gruwelijk mis konden lopen

Beeld ANP / Everett Collection, Inc.
Rob Hartmans

Het begrip ‘Duitse herfst’ verwijst naar het najaar van 1977, toen de terreur van de Rote Armee Fraktion (Raf) en de draconische veiligheidsmaatregelen van de overheid als een loodzware schaduw over de Bondsrepubliek hingen. En dat terwijl het vijf jaar daarvoor nog zomer had geleken. De belangrijkste extreemlinkse terroristen waren toen opgepakt en het land maakte zich op voor de Olympische Spelen in München. Zevenentwintig jaar na de oorlog zou (West-)Duitsland definitief laten zien dat het een vreedzaam, democratisch, modern en vooral relaxed land was. Hoe men dat aanpakte, en hoe gruwelijk mis dit liep, beschrijft voormalig Volkskrant-journalist Rolf Bos in zijn boek Een Duitse zomer.

Dit moesten de Vrolijke Spelen worden, die het absolute tegendeel zouden vormen van die vermaledijde Olympische Spelen van 1936 in Berlijn. Dus geen extreme veiligheidsmaatregelen, geen gewapende militairen, hoge prikkeldraadhekken en alomtegenwoordige camera’s. Wanneer de voorzitter van het Duitse Olympisch Comité er door de verantwoordelijke functionaris op wordt gewezen dat er toch wel heel grote veiligheidsrisico’s zijn, werkt hij de man de deur uit met de woorden: ‘We zitten hier toch niet in een concentratiekamp’. En inderdaad, geconfronteerd met het Olympische Dorp merkte een Amerikaanse journalist op dat de ontspannen sfeer er meer deed denken aan ‘Hans en Grietje dan [aan] Hitler en Göring’, terwijl een ander fijntjes constateert dat hij nergens ‘een zwarte laars’ had gezien.

Het kost acht leden van de Palestijnse terreurorganisatie Zwarte September dan ook geen enkele moeite om in de vroege ochtend van 5 september 1972 het Olympisch Dorp binnen te dringen om de daar aanwezige ­Israëlische sporters en coaches te gijzelen. Doordat de actie niet vlekkeloos is voorbereid weten enkele atleten te ontsnappen. Twee mannen verzetten zich en worden door de Palestijnen vermoord, waarna een van de slachtoffers zelfs nog gecastreerd wordt. De overige negen Israëliërs worden aan bedden vastgeklonken. De terroristen eisen dat de Israëlische regering 232 Palestijnse gevangenen vrijlaat, terwijl de Duitsers de Raf-kopstukken Andreas Baader en Ulrike Meinhof moeten laten gaan.

Amateurisme

Op slag zijn de Vrolijke Spelen veranderd in een nachtmerrie. De terroristen mogen dan bij de uitvoering van hun plan fouten hebben gemaakt, het amateurisme van de Duitse autoriteiten is vele malen groter. Op alle niveaus gaat het mis en tegenwoordig geldt ‘München 1972’ als schoolvoorbeeld van de manier waarop je zo’n crisis niet moet aanpakken. Duitsland beschikt op dat moment niet over een militaire antiterreureenheid en wanneer politieagenten het appartementencomplex benaderen kunnen de terroristen dat live op tv zien.

Terwijl bondskanselier Willy Brandt bereid is de eisen in te willigen en minister van buitenlandse zaken Hans-Dietrich Genscher aanbiedt de plek van de gegijzelden in te nemen, weigert de Israëlische premier Golda Meïr te zwichten voor de terroristische chantage. Haar aanbod om een speciale antiterreureenheid te sturen wordt door de Duitsers afgewezen. Het plan dat wordt opgesteld om de gijzelaars te bevrijden als ze naar een vliegtuig worden gebracht dat hen zogenaamd naar Egypte zal brengen, is stuitend knullig en bewijst dat de Duitse politie op dat moment totaal niet berekend is op zo’n taak.

Er zijn veel te weinig scherpschutters die bovendien deels in elkaars schootsveld liggen en onderling niet kunnen communiceren, er blijken ineens meer terroristen dan vermoed en het militaire vliegveld is in duisternis gehuld. Bij de politie heerst totale verwarring en in de schietpartij die losbarst worden niet alleen vijf van de acht terroristen gedood, maar komen ook alle negen gegijzelden om.

Fascinerende portretten

In zijn dikke boek over ‘München 1972’ beschrijft Bos niet alleen uitvoerig dit drama, maar schildert hij tevens een weids panorama van deze Olympische Spelen, waar bijvoorbeeld de Joods-Amerikaanse zwemmer Mark Spitz met zeven wereldrecords zeven gouden medailles won. Ook gaat hij uitgebreid in op de beladen voorgeschiedenis ervan. Bos komt met een enorme hoeveelheid details en portretteert door het hele boek heen een aantal personages, waarbij hij soms zelfs beschrijft wat zij op een bepaald moment dachten. Historici­­­ deinzen daar vaak terecht voor terug­­­, maar hier werkt het wel en bovendien heeft hij zoveel materiaal geraadpleegd, dat je hem vertrouwt.

Fascinerend zijn de portretten die hij schetst van IOC-baas Avery Brundage – een racistische, antisemitische miljonair die in 1936 had weten te verhinderen dat Amerika de Spelen van Hitler zou boycotten – en de Israëlische snelwandelaar Shaul Ladany, die als jongetje concentratiekamp Bergen-Belsen overleefde en permanent overhoop ligt met de Israëlische sportbobo’s, die hem onder meer dwingen mee te gaan op een excursie naar het nabijgelegen­­­ Dachau. Ook volgen we de Nederlandse­­­ atleet Jos Hermens, die na het drama weigert de 5000 meter te lopen, en de zestigjarige Duitse dressuurruiter Josef ­Neckermann, een zakenman die rijk was geworden­­­ door eind jaren dertig voor een appel­­­ en een ei allerlei Joodse bedrijven op te kopen, waaronder het postorderbedrijf van de grootvader van popster Billy Joel.

Egocentrische bubbel

Soms lijkt Bos’ hang naar details wat erg ver te gaan, bijvoorbeeld als hij een hoofdstuk wijdt aan de in 1948 gesneuvelde vader van Ali Hassan Salameh, het brein achter de Palestijnse terreurdaad. Maar als je dan leest dat Salameh senior tijdens de Tweede Wereldoorlog voor de nazi’s werkte en een opleiding kreeg in de spionnenschool in het Haagse Catshuis, krijgen de acties van zijn zoon toch wel een extra dimensie.

Wat Bos ook zeer overtuigend schetst, is de egocentrische bubbel waarin sporters en sportofficials zich dikwijls bevinden. Berucht zijn natuurlijk de woorden van Brundage op de dag na het drama (‘The Games must go on’) maar ook de Nederlandse hockeyer Nico Spits kon er wat van: “Mij persoonlijk raakt het niet. Ik vind dat de Spelen gewoon moeten doorgaan. Zo niet, dan zou dat erg vervelend zijn. We hebben per slot nog kans op een plak; hier hebben we jaren voor gewerkt.”

Atleet Jos Hermens verbaasde zich over een Amerikaanse 5000-meterloper die zich beklaagde dat de Spelen een dag werden stilgelegd, wat in het voordeel was van de atleten die ook de 10 kilometer hadden gelopen en nu een extra dag hadden voor herstel.

Hermens snapte niet dat vrijwel iedereen doorging: ‘‘Als je een feestje geeft, en er komt een schutter binnen die tien gasten vermoordt, dan sla je geen nieuw biervat open om door te gaan met het feest. Dan ga je naar huis.”

null Beeld

Rolf Bos
Een Duitse zomer. De Olympische Spelen van 1972
Alfabet; 448 blz. €29,90

Lees ook:
Joodse Gretel Bergmann kon Olympisch goud winnen, dat strookte niet met de plannen van Hitler

Ze noemde zichzelf ‘de grote Joodse hoop’. In haar ambitie om voor het oog van de wereld te tonen hoe goed Joden kunnen zijn, werd ze een politieke speelbal van de nazi’s. Het vervalste bewijs dat Joden gelijk werden behandeld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden