Recensie Boeken

Robert Harris begeeft zich in de middeleeuwse toekomst

Robert Harris. Beeld Hollandse Hoogte / Camera Press Ltd

In de nieuwe ‘Harris’, een dystopie, is onze beschaving vernietigd en een middeleeuwse kerk herrezen.

Met een goed gevoel voor timing lanceert de Britse bestsellerauteur Robert Harris, schrijver van historische thrillers als ‘De officier’, ‘Pompei’ en ‘Conclaaf’, deze herfst zijn nieuwste roman: ‘De Tweede Slaap’, over een postapocalyptisch Engeland. Als één boodschap het afgelopen jaar in beeld, woord en geluid overheerste dan wel dat we aan de vooravond van rampzalige tijden staan, of erger: een zondvloed, een armageddon. Brandhaarden, brexit, het klimaat: jonge activisten spijbelen, liggen op trambanen, steken woedend per zeilboot de oceaan over om regeringsleiders verantwoordelijk te stellen voor de onvermijdelijke catastrofes waar we op afkoersen.

Wat dus áls de fundamenten van onze door wetenschap en techniek beheerste samenleving worden weggeslagen door een of andere ramp? Wat als alle kennis is verdwenen en vernietigd? Keren we dan terug naar duistere Middeleeuwen? Met nare ziektes, doodgeboren baby’s en een vroege avondklok? Met zompig kaarslicht en de Bijbel als belangrijkste boek? Waar een dogmatisch pre-Verlichtingsgeloof heerst en de mensen klein worden gehouden met angst voor ketterij, boze geesten en de duivel? Waar schapehart op het menu staat?

1468

Ja, is volgens Harris het antwoord op al deze vragen, tenminste: als we zijn scenario volgen voor ‘De Tweede slaap’, waar een dystopie à la Gilead in ‘The Handmaid’s Tale’ wordt opgebouwd. Mooi is de verwarring die Harris tot pagina 35 in stand houdt, als een jonge monnik op een oud paard over modderige wegen moeizaam onderweg is naar het dorpje Addicott St George in Wessex, “in het jaar Onzes Herrezen Heren 1468’’. Pas tijdens zijn inspectie van de studeerkamer van de dode priester die hij in Addicott moet begraven snapt de lezer: dit is geen historische, maar een futuristische vertelling. De godvrezende jonge monnik, Christopher Fairfax, ontdekt verboden boeken en een vitrine met spullen ‘uit de elizabethaanse tijd’: plastic rietjes, plastic bankbiljetten, gele en rode plastic baksteentjes die keurig op elkaar zijn gezet. Het bijzonderste voorwerp is zwart glad en glanzend, het is van glas en plastic en voelt in zijn handpalm ‘prettig zwaar en stevig’ aan. “Op de achterkant stond het ultieme symbool van de hoogmoed en godslastering van de Ouden: een appel met een hap eruit.”

‘De Ouden’, dat zijn wij. In 2025 is inderdaad door een onduidelijke ramp onze beschaving vernietigd. Geen elektriciteit meer, geen brandstof, medicijnen, computers, internet, helemaal niets. Moderne gebouwen stortten in, alleen kerken bezweken niet, en niet geheel toevallig is de kerk ook het instituut dat door het totalitaire regime is opgetuigd om alle kennis weg te houden. De jaartelling is opnieuw begonnen met het jaar 666, het getal van het beest, en zo kunnen we uitrekenen dat de Apocalyps op het moment dat monnik Fairfax in het dorp van pastoor Lacy arriveert een jaar of 800 geleden is.

Aanvankelijk is Fairfax in shock over de vondsten in de studeerkamer: hij zal deze ketterse voorwerpen moeten rapporteren aan bisschop Pole die hem hierheen stuurde. Maar al snel slaat de shock om in fascinatie: wat bewoog Lacy, wat had hij ontdekt, hoe kwam hij aan zijn archeologische vondsten en vooral: stierf hij door een ongeluk of werd hij vermoord vanwege zaken die hij op het spoor was?

Knappe weduwe

Al snel maakt Fairfax kennis met dorpsgenoten die hem willen helpen bij zijn zoektocht. Kapitein Hancock, de robuuste eigenaar van een weverij, en de stoere, knappe weduwe Durston, want ja: Harris ruimt ook pagina’s in voor een romantische lijn die de vertelling voortstuwt. De jonge monnik valt best snel van zijn geloof en in de armen van de weduwe. Het maakt Fairfax tot de ideale protagonist: hij weet net zo weinig als wij, de onwetende lezers, maar we gunnen hem en dus onszelf de verlichting. Ik ga hier uiteraard niet verklappen of die verlichting er ook komt.

Voormalig BBC-journalist Harris schreef veel historische thrillers waarvan de afloop min of meer vaststond, zoals ‘Pompei’ (inderdaad, met een vernietigende vulkaanuitbarsting) en ‘München 1938’ (over een verdrag dat geen vrede bracht). In ‘De Tweede Slaap’ weten we, zoals The Guardian al vaststelde, juist het begin niet. En inderdaad is het de vraag hoe voorstelbaar het grimmige toekomstbeeld is dat Harris schetst, met zo een dominante rol voor een op dit moment in onze contreien tamelijk uitgeblust christelijk geloof. Zou het kunnen? Dat we alles kwijtraken, vrijheden, emancipatie, kennis, techniek, dat we zelfs weer in archaïsche taal gaan spreken? Soms neigt de vertelling daarin naar het potsierlijke.

En toch. Naast de als altijd spannende verhaallijn zet Harris je wel aan het denken over de kwetsbaarheid van al die duur bevochten verworvenheden, of we wel behoedzaam genoeg zijn, wakker genoeg, zoals de mensen in het boek, die na een paar uur slaap ’s nachts even opstaan en wat gaan ronddolen, voordat ze aan die duistere ‘tweede slaap’ beginnen. 

Robert Harris
De tweede slaap
Vert. Rogier van Kappel. Cargo; 368 blz. € 20,99

Wie is Robert Harris?

Journalist Robert Harris (59) werkte voor gerenommeerde BBC-nieuwsprogramma’s als ‘Newsnight’ en ‘Panorama’. Later werd hij schrijvend journalist voor onder meer The Observer. In 1992 verscheen zijn eerste literaire thriller ‘Vaderland’, die zich afspeelt in een fictief Duitsland waar Hitler de oorlog gewonnen heeft. Het was de eerste in een reeks succesvolle historische misdaadromans. Harris heeft een voorkeur voor de Romeinse tijd. Hij schreef een thriller over de uitbarsting van de Vesuvius in 79 na Christus en een trilogie rond de Romeinse staatsman Cicero. In 2013 verscheen ‘De officier’, over de beruchte Dreyfuss-affaire, die aan het begin van de vorige eeuw heel Frankrijk in de ban hield. Die roman werd onlangs verfilmd door Roman Polanski. Na ‘De officier’ verschenen ook nog ‘Het Conclaaf’ en ‘München, 1938’.

Lees ook:

Huiveren over een verdrag met Hitler

Harris reconstrueert de dagen rondom het Verdrag van München (1938) als een intens hier en nu.

Het Vaticaan als broeinest van ambitie en bedrog

Stijn Fens interviewt  Robert Harris over zijn boek dat zich afspeelt binnen de muren van het Vaticaan. Kardinalen zijn uiterst aantrekkelijke romanfiguren, ondervond hij. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden