RecensieBoek

‘Poses’ van Desmond Morris blijft zich verbazen over de mogelijkheden van lichaamstaal in de kunst

L.O.V.E., Maurizio Cattelan, 2010, MilaanBeeld Getty Images

Zorgvuldig en levendig vertelt Desmond Morris over lichaamstaal in de kunst. Lees het boek alleen niet in één keer, adviseert Joke de Wolf.

Desmond Morris heeft een nieuw boek geschreven over lichaamstaal in de kunst. Ik moest fronsen. Dit kon toch niet dezelfde Desmond Morris zijn die in 1967, meer dan een halve eeuw geleden, De naakte aap schreef, die internationale bestseller over het dierlijke in de mens? En zo ja, een zoöloog die met beeldende kunst aan de haal gaat, is dat wel een goed idee? De fronsen konden weg: het is dezelfde Morris, hij is inmiddels 92 en heeft tientallen boeken gepubliceerd. Meerdere daarvan gaan over kunst. Sterker nog, naast schrijver en zoöloog is Morris ook zélf kunstenaar. Al voordat hij zich op de biologie concentreerde, een dierenprogramma presenteerde voor de BBC en wereldwijd doorbrak met The Naked Ape, gaf hij les op een kunstacademie. En had hij een solotentoonstelling én een tentoonstelling samen met de Spaanse kunstenaar Joan Miró, hij is naast zijn andere werk altijd blijven schilderen.

Mijn frons moest ik bijstellen naar een uitdrukking van verbazing. Ideeën over het lezen van bepaalde houdingen - over de cultureel bepaalde afstand tussen twee mensen, de betekenis van armen over elkaar - lijken klassieke kennis, maar zijn pas in 1977 gepubliceerd in Manwatching, geschreven door dezelfde Desmond Morris. Samen met de Nederlandse Nobelprijswinnaar en etholoog oftewel dierengedragswetenschapper Niko Tinbergen werkte Morris in de jaren zeventig in Oxford aan iets wat een encyclopedie van het menselijk gedrag moest worden, en kwam zo op het concept van lichaamstaal.

Soldaat van Marathon, Luc-Olivier Merson, 1869.Beeld Alamy Stock Photo

In dit nieuwe boek, Poses, past Morris die denkbeelden over lichaamstaal toe op een aantal bekende en minder bekende werken uit de kunstgeschiedenis. Kunst maken komt volgens Morris voort uit de diepliggende wens van de mens zijn of haar omgeving visueel aantrekkelijk te maken. En zo lang de mens dat doet, beeldt ‘ie al soortgenoten uit. Om die soortgenoten een boodschap mee te geven, een betekenis meer dan ‘kijk, een mens’, gebruikt de kunstenaar bewust of onbewust lichaamstaal: een Christus die spreekt maakt een vingergebaar, iemand die dreigt met een aanval een geheven vuist, iemand met twijfels met een frons.

Tot de komst van de snapshotfotografie was er geen betere manier die taal vast te leggen dan in een kunstwerk, en nog steeds herkennen menselijke ogen subtiele lichaamstaal beter dan welke computer ook, en kunnen ze die ook beter vastleggen, bijvoorbeeld in een kunstwerk. Houdingen en gebaren van honderden, zelfs duizenden jaar geleden zijn zo bewaard gebleven en terug te kijken. Daarom is het uitgebeelde lichaam ideaal studiemateriaal voor Morris: in elk tijdperk, elk werelddeel is het voorradig.

De geërgerde man, Franz Xaver Messerschmidt, 1771.Beeld The J. Paul Getty Museum

Grote emoties

Morris had de lichaamsdelen af kunnen lopen op wat ze kunnen uitdrukken, maar dat leek de schrijver iets te saai, schrijft hij met de hem zo eigen zorgvuldige én levendige vertelstem in de inleiding. Morris koos voor een meer emotionele aanpak: hij deelt zijn analyse op in negen grote emoties. Beginnend bij begroetingen - met bijvoorbeeld hoofdstukken over de buiging en de omhelzing - via beledigingen - opgeheven vuist, het dreigende gezicht - en thema’s als zelfbescherming en erotiek eindigt hij bij ‘rust’: met de benen over elkaar, hurken, leunen, geeuwen en uiteindelijk slapen.

Het boek bestaat uit zestig korte hoofdstukken, maximaal drie A4-tjes per keer, afgewisseld met veel kleurenillustraties. Zestig slimme mini-opstellen over veel meer dan enkel een gebaar. Ze gaan bijvoorbeeld over de heilsgroet, die later veranderde tot de olympische groet en tegelijk tot de sterk daarop lijkende Hitlergroet. En over het opmerkelijke beeld bij het Amsterdamse Olympisch Plein uit 1928, dat vorige maand werd verwijderd omdat de verwarring met de Hitlergroet te groot was.

Scars and Stripes, Wesley James Lock, 2014.Beeld Wesley James Lock

Het gaat over de geschiedenis van de handdruk - historisch beladen. ‘Relatief jong als vorm van sociale begroeting’, weet Morris, de handdruk is pas aan het begin van de negentiende eeuw geïntroduceerd, hij was namelijk te ‘egalitair’ voor de meeste eerdere machtsverhoudingen. Toch zien we ook een reliëf uit de negende eeuw voor Christus waarop een Assyrische koning een Babylonische heerser de handen schudt, deze twee machthebbers stonden hiermee bij uitzondering expliciet op gelijke voet. En passant legt Morris uit hoe je het gelijkheidsprincipe bij het handenschudden kunt ondermijnen: door als initiatiefnemer de handpalm naar beneden aan te bieden, is de ander verplicht zich ondergeschikt te maken.

Om te overpeinzen

Niet alle hoofdstukken beginnen in het verre verleden, zo is er één over de ‘Vulcaanse zegening’, een gebaar dat in de sciencefictionserie Star Wars gebruikt werd (en is overgenomen van een joods ritueel), en zoeft hij bij het hoofdstuk over het opsteken van de middelvinger van de hedendaagse kunstenaar Maurizio Cattelan, die voor een Milanees beursgebouw een elf meter hoog beeld van een hand met geheven middelvinger plaatste, naar de Slag bij Azincourt in 1415, waar voor het eerst een V-teken zou zijn gemaakt - niet die van Victory maar met de palm naar binnen een net zo vulgair gebaar als de middelvinger, ook handig om te weten. En natuurlijk kon ook de weggestopte hand van Napoleon niet ontbreken: geen gevolg van een maagaandoening maar een verwijzing naar de Griekse redenaars die meenden dat druk met handen gebaren tijdens het praten een teken van zwakte was, en je die handen dus beter weg kon stoppen.

Poses is geen boek om in één keer uit te lezen, daar is de informatie te compact voor. Het is jammer dat de introductie net zo compact is en vooral verwijst naar eerdere boeken, een iets bredere aanloop voor dit uitgestrekte veld was prettig geweest. De hoofdstukken zijn teksten om te overpeinzen. Lees er één, hooguit twee voor het slapen gaan, en de dagen erna zie je de net verworven tekens uit de lichaamstaal overal terugkomen. Op straat, in de politiek of in het museum. En natuurlijk thuis in de spiegel. Daarmee is dit boek niet alleen een ode aan de mogelijkheden van de kunst, Desmond Morris laat ook zien waarom hij zich zijn leven lang blijft verbazen over het wezen dat we allemaal zijn, de mens.

Desmond Morris
Poses. De betekenis van lichaamstaal in kunst
Vert. André Haacke en Ruud van der Helm
Meulenhoff; 320 blz. € 34,99

Lees ook:
Kan een aap kunst maken?

Olifanten kunnen olifanten schilderen. Mensapen maken abstract werk. Toch produceren dieren geen kunst, weet verzamelaar Ignace Schretlen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden