De Amerikaanse schrijver Hanya Yanagihara

BoekrecensieRoman

Op zoek naar samenhang in de nieuwe Yanagihara vol beangstigende levens

De Amerikaanse schrijver Hanya YanagiharaBeeld EPA

Na het succes van Een klein leven komt Yanagihara nu met een niet helemaal geslaagd experimenteel waagstuk: drie delen in drie periodes die samen geen geheel worden.

Annemarié van Niekerk

Soms verschijnt er een roman waarvan je je afvraagt of die gepubliceerd zou zijn als de auteur onbekend was, en zo ja, in die vorm. Zo’n roman is het mooi vertaalde Naar het paradijs, opvolger van de bestseller Een klein leven (2015), waarmee Hanya Yanagihara wereldwijde bekendheid verwierf. Zoals Een klein leven afweek van Yanagihara’s prachtige debuut Notities uit de jungle, zo wijkt ook haar nieuwe boek op een paar overeenkomsten na sterk af van de twee voorgaande.

Lezers van Een klein leven zullen in Naar het paradijs de daverende ambitie en de gigantische omvang herkennen. En ook de manier waarop ze uit hun vertrouwde wereld worden geblazen, om terecht te komen in de onbekende en vaak ook beangstigende levens en werelden van anderen. Weliswaar gebruikt Yanagihara hier niet dezelfde bruut-emotionele kracht als in Een klein leven, maar toch.

Zinnige vragen

De drie delen waaruit Naar het paradijs bestaat zijn gesitueerd in een grotendeels verzonnen New York. Hoofdrollen zijn ook nu toebedeeld aan homoseksuele mannen die verwikkeld zijn in ingewikkelde relaties, waarbij een van beide partners de kwetsbare en eenzame figuur is.

Steevast wordt er geworsteld met een bestaan dat wankelt tussen hoop en wanhoop. En dat niet alleen – zoals in Een klein leven – vanwege individuele problemen, sociale ­onlust speelt mee en Moeder Aarde die aan de rand van de afgrond staat. Zoals Een klein leven een beroep doet om de emoties, zo stelt Naar het paradijs zinnige en kritische vragen. Is het niet de hoogste tijd om te stoppen met wat we elkaar en de planeet aandoen?

Gewaagd experimenteel is de opzet van deze roman die uit drie ‘boeken’ bestaat, elk met een eigen plot, maar waarin dezelfde namen en thema’s terugkeren en het verhaal op dezelfde manier verloopt: veel informatie komt aan het licht in brieven.

Alle drie de delen spelen zich af op een historisch scharnierpunt, aan het einde van de negentiende, twintigste en eenentwintigste eeuw. Omdat ze als één geheel worden gepresenteerd, ga je op zoek naar verbanden. Wat smeedt ze aaneen tot een drieluik?

Liefde of geld

Boek I vertelt het coming-of-age verhaal van David Bingham. Nadat zijn ouders aan cholera zijn overleden, is hij bij zijn welgestelde grootvader gaan wonen. Zoals bijna iedereen in hun naaste omgeving zijn ze homoseksueel. Het fictieve New York waar ze wonen maakt deel uit van de Vrije Staten, waar het homohuwelijk de norm is, maar zwarte mensen niet welkom zijn.

Terwijl grootvader zijn kleinzoon probeert te koppelen aan de rijke weduwnaar Charles Griffiths, verschijnt de enigmatische, maar arme Hawaïaanse muziekleraar Edward Bishops op het toneel. Wie hij precies is en waar hij thuishoort, blijft onduidelijk. Zo ook of hij oprecht van David houdt of alleen maar uit is op zijn geld.

Hanya Yanagihara Beeld Merlijn Doomernik
Hanya YanagiharaBeeld Merlijn Doomernik

Geconfronteerd met de noodzaak om te kiezen voor Edward dan wel Charles, zet ­David tenslotte ‘een dappere stap ... op weg naar een nieuw leven, zijn eerste stap – naar het paradijs’. Maar wat voor paradijs? Een paradijs waar hij, net als Adam en Eva, met zijn eigen dwaasheden geconfronteerd zal worden, of een uiteindelijk bevrijdend bestaan?

Boek II speelt ten tijde van de grote aidsepidemie, veertig jaar geleden. Nu is ­David Bingham een jonge Hawaiaan. Hij krijgt een relatie met de advocaat Charles Griffiths, die hij ontmoet op het kantoor waar hij werkt als klerk. Opnieuw wordt de verhouding tussen de twee minnaars bepaald door maatschappelijke en raciale ongelijkheid, met David in de kwetsbare positie.

De pijnlijke kanten van zijn verleden worden onthuld in brieven die zijn zieke vader hem stuurt. Ze wisselen af met verhalen over Davids latere leven, als marginaal lid van een vriendenkring die wordt geteisterd door aids.

Maar wat bedoeld is om de lezer in een beklemmende wurggreep te nemen, verpietert in een saai relaas. Dit deel eindigt met een psychotische droomtoestand waarin Davids vader door een nachtelijke tuin op weg is naar een plek waar David al is: ‘het paradijs’, maar met een suggestie van de dood.

In Boek III ligt het perspectief bij een vrouw, Charlie. Het New York van 2090 waar zij woont, is een dystopische plek die wordt geteisterd door pandemieën, een totalitair overheidsregime en angstaanjagende klimaatrampen. Alles en iedereen staat hier in de overlevingsstand.

Onmenselijke praktijken

Charlie’s grootvader Charles, viroloog in staatsdienst, correspondeert met zijn oude vriend Peter, inwoner van het veel vrijere en veiliger Londen. Charles heeft bij het bestrijden van pandemieën de beste bedoelingen, toch loopt zijn handelen geleidelijk uit op onmenselijke praktijken.

In een laatste brief, kort voordat hij door rebellen wordt geëxecuteerd, schrijft hij over zijn hoop om als arend naar Peter terug te ­keren. ‘En dan zal ik koers zetten… naar mijn dierbaren, naar vrijheid, naar veiligheid, naar waardigheid – naar het paradijs’.

Als echo van het slot van de eerste twee boeken kun je dit einde alleen maar ervaren als dubbelzinnig.

Kwalijke afloop

Al puzzelend komt je tot het ontnuchterende besef dat alle overeenkomsten en parallellen tussen de drie delen – de namen, de pandemieën, de pijnlijke liefdesrelaties, de inperkingen van de persoonlijke vrijheid en elke keer hetzelfde ambigue slot – weinig bijdragen aan het vinden van een bevredigende betekenis van het geheel. Hoewel de personages naamgenoten zijn, hebben ze vrijwel niets met elkaar te maken. Ze zijn geen familie, ook geen reïncarnaties.

In feite gaat het om drie losse romans, geen van alle geslaagd, niet sterk genoeg om op eigen benen te staan. Samenhang zit hoogstens in het idee dat individuen, groepen en landen door de eeuwen heen keuzes hebben gemaakt op grond van hoopvolle verwachtingen en goede bedoelingen, maar dat kortzichtigheid, zelfzucht en onverschilligheid telkens tot een kwalijke afloop hebben geleid. Ook dat elke vooruitgang het risico loopt om te worden teruggedraaid en dat er, zoals Charles aan Peter schrijft, ‘in de wereld waar we nu leven… geen plaats is voor mensen die kwetsbaar of anders of beschadigd zijn’.

Het is het lot van vluchtelingen: ze proberen het paradijs te bereiken, maar als ze er aankomen blijkt het dikwijls een hel.

Ondanks prachtige zinnen en alinea’s (vooral aan het begin van Boek I), mooie bespiegelingen over de liefde, het leven en de dood, actuele en urgente thema’s, klemmende vragen en dringende waarschuwingen, is Yanagihara’s drieluik helaas weinig meer dan een onbevredigend experiment.

null Beeld

Hanya Yanagihara
Naar het paradijs
(To Paradise)
Vert. Inger Limburg en Lucie van Rooijen.
Nieuw Amsterdam; 775 blz. € 24, 99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden