Recensie Down The Rabbit Hole

Op zoek naar niets, en het dan toch vinden

Je gaat bijna geloven dat Henge echt een buitenaardse popgroep is. Beeld Koen Verheijden

Bezoekers verwachten het onverwachte, maar toch blijft dit festival elke keer een aangename verrassing.

Natuurlijk, net als op andere grote popfestivals draait het op Down The Rabbit Hole om de muziek. Bezoekers kijken uit naar Editors, Thom Yorke, Underworld of Rosalía. Minstens zo belangrijk is het gevoel om even drie dagen in een andere wereld te zijn.

Een leukere wereld, die je kunt ontdekken zoals je als kind ooit de echte wereld ontdekte. Eindeloos dwalen door het bosrijke terrein bij Beuningen, op zoek naar niets in het bijzonder en het dan toch vinden. Achteraf maak je jezelf wijs dat die-en-die artiest voor het hoogtepunt zorgde, maar stiekem was je het meest in je sas toen je met het puntje van je tong tussen je tanden een kleurrijke festivalhoed in elkaar knutselde, waar je gedurende het weekend zeker twintig welgemeende complimenten voor kreeg.

Vaste bezoekers weten inmiddels dat ze het onverwachte kunnen verwachten, maar ook voor hen is het elke keer een verrassing wie er achter de dertien vraagtekens op het blokkenschema schuilgaan. Sta je zomaar bij die gezellige Lucky Fonz III mee te zingen, of dans je een gat in de middag bij een dj-set van muzikale veelvraat Jameszoo.

Optreden op de trailer

Onderweg van de camping naar het terrein stap je opzij om een tractor te laten passeren en plots sta je oog in oog met Ronnie Flex, die een optreden geeft op de voortgetrokken trailer. En die tuin van Eden waar je in alle rust kunt ontspannen en mediteren, was die er vorig jaar nou ook al?

Grace Jones Beeld Koen Verheijden

Op het reguliere programma valt ook meer dan genoeg te (her)ontdekken. De absurdistische elektronica van Borokov Borokov uit Antwerpen bijvoorbeeld, dat je uitbundig doet dansen met gefronste wenkbrauwen. Nog maffer is Henge, dat zijn rol als buitenaardse popgroep zo volhardend speelt dat je het bijna gaat geloven. De doorgaans hallucinerende Turkse rock van Altin Gün klinkt in de vroege middag opvallend ontspannen en de jazzband van Kasami Washington slooft zich zo ontzettend uit dat je het concert het liefst nog eens zou meemaken om alle gemiste details in de herkansing alsnog tot je te kunnen nemen.

Voor de fluistercomposities van Ólafur Arnalds blijkt de grootste festivaltent niet ideaal; het geluid staat zo zacht dat het niet over de pratende bezoekers uitkomt. Ook Low lijkt even met dat probleem te kampen. Hun slowcore – zeg maar folkpop op een te laag toerental afgespeeld – vereist maximale aandacht. Op hun laatste plaat doken ze vorig jaar vol overgave in het experiment, wat zowaar resulteerde in hoge noteringen in de vele jaarlijstjes. Live duurt het even voor het kwartje valt. Ze ploegen dapper door en toveren de vrijdagmiddagborrel uiteindelijk om in een intense luisterervaring.

Een opmerkelijke boeking is de vrijwel onbekende Fulco. Hij draait weliswaar al jaren mee in de Vlaamse experimentele muziekscene, waar hij deel uitmaakte van uiteenlopende bands als De Beren Gieren, Stadt en BeraadGeslagen, maar als soloartiest zal zijn naam bij weinig bezoekers een belletje doen rinkelen. Niet zo gek: zijn debuutalbum moet nog verschijnen. Op basis van zijn optreden kunnen we een plaat verwachten vol knotsgekke liedjes die doen denken aan Toontje Lager en de jonge Boudewijn de Groot, maar dan in elektronisch 2019-jasje. 

Ontbreken van vuurwerk

Headliner van de eerste dag is Editors, de Britse rockband die nooit tegenvalt en nooit verrast. Ze spelen een degelijke, statige show die wegkijkt als een film die je al hebt vaker gezien. De vuurpijlen die op het einde de lucht in schieten benadrukken dat het vuurwerk tijdens de anderhalf uur durende show ontbrak.

Dat was er wel eerder op de avond bij De Staat. Misschien kwam het door het thuisvoordeel dat de band uit Nijmegen een van zijn sterkste shows ooit gaf. Vol overgave volgde het publiek de niet uitgesproken bevelen van Torre Florin op. Dans! Spring! Ren rond! Zelfs de meest introverte bezoekers gaan voor de bijl.

Underworld Beeld Koen Verheijden

Op dag twee staat hooligantechnoband Underworld op de afsluitende spot, maar wie zijn oor te luisteren legt en de T-shirts telt, weet dat Radiohead-zanger Thom Yorke de ware hoofdgast is. De tent die voor Arnalds te groot was is nu veel te klein. Bezoekers staan opeen als vee op transport, als forenzen in de vrijdagmiddagspits zelfs, maar de reis is oneindig veel aangenamer en de sfeer ondanks de drukte gemoedelijk. Tijdens het optreden komt alles samen wat dit festival maakt tot wat het is. Het is experimenteel, intens, visueel aantrekkelijk, uitdagend, overweldigend, oprecht, onnavolgbaar.

Niemand verwacht dat Underworld daar nog overheen komt. Dat gebeurt ook niet, maar het is wel een enerverend vervolg, dat harder, smeriger, rauwer en lomper is en zeker zo indringend. Opmerkelijk is dat Yorke solo geen enkele hit die in het collectieve geheugen gegrift staat en Underworld slechts eentje (‘Born slippy’) laat horen, maar dat ze samen toch tweeënhalf uur het festival in hun greep hebben. Menig bezoeker zal deze dubbel als eeuwige herinnering in het hart sluiten. Het is bijna net zo mooi als een zelf geknutselde festivalhoed.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden