RecensieIndia

Op zoek naar de verloren kinderen

Indiaas-Britse auteur debuteert met roman over kinderhandel en massahysterie in India

Op Netflix is de docuserie ‘The Disappearance of Madeleine McCann’, over de roemruchte verdwijning van een driejarig Brits meisje uit een Portugees vakantie-appartement, al enige tijd een flinke hit. In een van de afleveringen komt een vergelijkbare zaak aan bod, die van de al vele jaren verdwenen Pedro. Alleen is die zaak niet zo vergelijkbaar: Pedro heeft geen fractie gekregen van de aandacht en het onderzoeksbudget dat Madeleine toeviel. En zo zijn er in Portugal tientallen, honderden kinderen die op een dag weg zijn, en wier magere dossier ergens in een la belandt.

In India zijn het er nog veel meer. Dat leerde schrijfster Deepa Anappara als verslaggever voor diverse Indiase media. Naar schatting raken elke dag opnieuw zo’n 180 kinderen zoek, schrijft ze in de verantwoording bij haar debuut­roman ‘Djinn patrouille op de Paarse Lijn’. Deze jongens en meisjes komen terecht in de mensenhandel, in bordelen, worden huisslaaf of van hun nieren beroofd – zo schat men in, want van de meeste wordt nooit meer een spoor gevonden. In haar boek beschrijft ze hoe mensen leven met deze dagelijkse werkelijkheid.

Hoofdpersoon is de negenjarige Jai, die in een sloppenwijk woont, iets te weinig aandacht besteedt aan school, en iets te veel aan televisie. Een doodgewoon kind, eigenlijk. Zijn wereld verandert als de stoel van zijn klasgenoot Bahadur plotseling leeg blijft. Is de jongen weggelopen vanwege zijn altijd dronken vader? Of is hij door iemand meegenomen? Jai neemt zich voor de zaak te gaan onderzoeken zoals ze dat doen in zijn lievelingsprogramma ‘Police Patrol’. Hij moet ook wel, want de échte politie doet niets.

Deepa AnapparaBeeld Liz Seabrook

Aan ‘Djinn patrouille op de Paarse Lijn’ is goed te merken dat de inmiddels in Engeland wonende Anappara gedurende haar journalistieke loopbaan veel met kinderen heeft gesproken. Ze weet hun kant van het verhaal goed naar voren te brengen, en dan vooral de afstand tussen hen en de volwassenen. De ouders werken zich rot en proberen zich te handhaven in de wetenschap dat ze ieder moment ont­slagen kunnen worden, dat elke dag hun huis onder een bulldozer verdwenen kan zijn. Tijd voor de kinderen, hoe geliefd die ook zijn, is er niet.

Zien, en vooral niet zien, is een rode draad door het boek. Mensen negeren anderen (omdat ze van een lagere kaste zijn, of moslim), er is voortdurend smog waardoor je maar de helft van de wereld waarneemt, en dan zijn er nog onzichtbare gevaren, zoals djinns, bovennatuurlijke wezens die soms goed willen, maar meestal kwaad, vermoedt Jai. Met zijn (minder naïeve) vrienden gaat hij, bang en dapper tegelijk, op pad om ze te vinden – en daarmee een steeds groter aantal verdwenen buurtgenoten.

Waarom wordt de menigte geplet als ‘atta’?

Anappara schrijft heel smakelijk over het dagelijks leven in de sloppenwijk. Haar Jai observeert met humor de belachelijke wereld van de volwassenen. “We komen langs een slechtgehumeurde kerstman met vieze slierten in zijn witte baard, gekleed in een rood pak waar gaten in vallen. Hij commandeert een groep arbeiders die van piepschuim en watten een sneeuwpop aan het fabriceren zijn. Mensen nemen met hun telefoon foto’s van de half voltooide sneeuwpop.”

Maar naar mijn smaak haalt Anappara, die haar boek in het Engels schreef, absoluut té veel couleur locale uit haar verfdoos. Achter in het boek staat een woordenlijst voor wie het Hindi niet machtig is. Veel termen daarin zijn nuttig, omdat het fenomenen betreft die wij hier niet kennen. Maar heel veel ook niet. Waarom worden de mensen in een menigte geplet als atta? Waarom niet gewoon als deeg? Het continu heen en weer bladeren haalt je voortdurend uit het verhaal.

Dat is jammer, want Anappara schetst heel effectief hoe massahysterie werkt. “Sommige mensen zijn hier alleen gekomen om zich te laven aan onze tranen en onze woorden. Ze pikken onze verhalen op met tot een snavel getuite lippen om ze later te kunnen voeren aan hun echtgenoot of aan vrienden die hier nu niet zijn.”

Het is een actueel thema. Angst wordt paniek, verdachtmakingen monden uit in mishandeling. En al die tijd doet de politie niets, behalve steekpenningen aannemen. Het is een pijnlijke waarheid: uiteindelijk zijn we vooral bezig met onze eigen vierkante meter. Daar komt geen kind sneller door terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden