null Beeld Tjarko van der Pol
Beeld Tjarko van der Pol

BoekrecensieMemoir

Oek de Jong is 66 als hij zich aanmeldt bij een rijschool voor ‘vrouwvriendelijke rijlessen’

In zijn vermakelijke en ontroerende memoir Man zonder rijbewijs doet Oek de Jong beeldend verslag van zijn tochten door de stad in de lesauto.

Lieke Kézér

Op een avond in januari gaat de telefoon in het huis van Oek de Jong op het Franse platteland, waar hij aan een nieuwe roman werkt. Het is zijn vrouw, schreeuwend van pijn. Ze is op weg naar huis vanuit Parijs uitgegleden op de parkeerplaats waar haar auto stond, haar arm is gebroken, rijden is onmogelijk. De Jong belt taxibedrijven maar er is geen chauffeur beschikbaar, uiteindelijk neemt hij contact op met de alarmcentrale en wordt zijn geliefde opgehaald met een ambulance.

Ze moet worden geopereerd. ‘Ik word die nacht voortdurend wakker en steeds zie ik J. voor me in dat donkere en onbekende ziekenhuis, slapeloos, met bezwete en verwarde haren, wachtend op de dag.’ Een bevriend stel dat veertig kilometer verderop woont brengt hem de volgende dag naar haar toe. ‘Ik schaam me. Opeens, voor het eerst in mijn leven, voel ik me een man zonder rijbewijs.’

De nodige weerstand

Zesenzestig jaar is De Jong als hij zich aanmeldt bij een rijschool die ‘vrouwvriendelijke rijlessen’ aanbiedt, de nodige weerstand moet overwonnen worden. Is hij niet te oud, te laat, zijn zijn hersens nog wel in staat om nieuwe automatismen en reflexen te ontwikkelen? Hij beseft bovendien, ‘oneindig veel scherper dan een twintigjarige’ wat er allemaal mis kan gaan op de weg, wat je kan overkomen, wat je kunt aanrichten.

En de schrijver kent zijn demonen: hij heeft een roekeloze kant, hij is al een paar keer door het oog van de naald gekropen in het verkeer. Als een toerist begeeft hij zich aanvankelijk door Amsterdam, de stad die hij toen hij er als achttienjarige kwam wonen verkende op zijn racefiets. Een ‘groot en vreemd gebied’ was het toen, maar ook decennia later valt er nog veel te ontdekken, de instructeur moet regelmatig op de rem trappen als De Jong weer eens afgeleid door het raam tuurt.

Veel autoscènes

In zijn vermakelijke en ontroerende memoir Man zonder rijbewijs doet De Jong beeldend verslag van zijn tochten door de stad in de lesauto. Het is de periode waarin hij aan Zwarte schuur werkt, de roman waarmee hij twee jaar geleden de Boekenbon Literatuurprijs won. Er zitten opvallend veel autoscènes in dat boek, constateert hij, en sterker en bewuster dan ooit heeft hij de stad in deze roman gebracht, alsof hij haar in eerder werk nog niet scherp in beeld had. Vreemd is dat niet: ‘Je moet doordrenkt raken van een stad, je moet in het voorbijgaan ontelbare blikken op die stad hebben geworpen, duizenden waarnemingen hebben gedaan, duizenden dingen hebben opgeslagen. Langzaam maar zeker kruipt de stad in jou.’

Tijdgeest, het weekendmagazine van Trouw, bespreekt iedere week romans, geschiedenisboeken, kinderliteratuur en nog veel meer. U leest onze boekrecensies hier.

De nieuwe wijken, de veranderde architectuur, de straten, de pleinen, de parken, vanachter het stuur kijkt De Jong, een scherp observator, naar buiten, waar het leven waarin hij zich vaak een buitenstaander voelt aan hem voorbij trekt, maar de wagen fungeert ook als een tijdmachine die hem terug naar het verleden voert. Terug naar zijn jeugd, naar zijn diepgelovige ouders, zijn ongelukkige moeder en veelal afwezige vader, terug naar die eerste maanden in Amsterdam waarin hij dwangmatig mensen ontweek, de depressie die hem bij de kladden greep toen hij een dertiger was.

Dat beklemmende verleden doemde al op in eerder werk: in Pier en oceaan (2012) verwerkte hij veel familiegeschiedenis en ook zijn essays zijn vaak sterk autobiografisch van aard, in zijn twee jaar geleden verschenen bundel Het glanzend zwart van mosselen schrijft hij hoe zijn moeder in zijn babyboek noteerde dat ze hem zou opvoeden tot een ‘kind van God’.

Nalatenschap

Die vroegere jaren werpen nog altijd schaduwen over het leven van De Jong, maar als de pandemie de straten leeg veegt en de rijlessen en het promotiecircus voor Zwarte schuur komen stil te liggen is er tijd voor de papieren nalatenschap van zijn ouders. ‘Stof. Oude troep. Weg ermee. Ik wil verder met mijn leven.’ In Man zonder rijbewijs herdenkt hij zijn ouders op een manier die niet mogelijk was toen ze nog leefden, met mildheid, maar ook nietsontziend. In de meest indringende passages neemt De Jong afstand, dan schrijft hij in de derde persoon en hangt hij boven het verhaal van een jongen die maar niet uit de invloedssfeer van zijn ouders weet te geraken.

Voor het eerst op de Ring voelt de schrijver, die dit jaar zeventig wordt, opwinding, maar vooral dwang. Hij heeft een afkeer van de dwang die uitgaat van een groep en heeft van jongs af aan geprobeerd daaraan te ontkomen. Nu moet hij mee, mee met de massa, hij kan niet stoppen. Maar: ‘Het duurt maar kort: dat gevoel van een onverbiddelijke en onontkoombare dwang. Tegelijkertijd is het of ik eindelijk helemaal aankom in de wereld van de anderen.’

null Beeld

Oek de Jong
Man zonder rijbewijs
Atlas Contact; 224 blz. € 22,99

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden