De haven van Genua. Beeld thinkstock

Poëzie Eugenio Montale

Nobelprijswinnaar Eugenio Montale dichtte sobere aantekeningen

Janita Monna bespreekt de grote Eugenio Montale (1896-1981), die voor de vuist weg kon dichten.

Nauwelijks op weg klinkt het vanaf de achterbank: “Ik ben misselijk!” Ik grabbel wat in het dashboardkastje. Had ik die pilletjes nou meegenomen? Ik vind 50 eurocent, een telefoonsnoertje, zakdoekjes. En een beeldje, een uiltje van bordeauxrood geschilderd plastic. Hij mist een stukje van een vleugel. Het uiltje is een souvenir van de vorige vakantie.

Of nou ja, souvenir, we konden er niet onderuit om het te kopen. De Afrikaan rekende speciaal voor ons een ‘vriendenprijs’, drie beeldjes voor de prijs van twee. Het was die dag Mandeladag, vandaar. Natuurlijk was het dat niet, maar de verkoper bracht zijn foeilelijke rommel met zoveel vriendelijke vasthoudendheid aan de man dat we de portemonnee trokken.

Hij dreef zijn handeltje op de boulevard van Genua. Met drie donkerrode monstertjes, een olifant, een schildpad en een uil, in onze handen proberen we daar even later de drukke straat over te steken. Boven ons hoofd de snelweg, roest druipt ervan af. Het uiltje valt.

Genua. Het was er warm, het was er vies en het was er heerlijk. Chic en rauw, met kleurrijke en smoezelige straatjes die ineens op een idyllisch pleintje uitkwamen, met paleizen en toko’s, en een fantastische mengelmoes van mensen van overal vandaan. Lees zeker ook Ilja Leonard Pfeijffer over deze monumentale havenstad, die diezelfde zomer getroffen werd door een ramp toen de Morandibrug instortte.

In deze stad tegen de bergen werd eind negentiende eeuw ook Eugenio Montale (1896-1981) geboren. Hij groeide uit tot een van de grote Italiaanse dichters, en ontving in 1975 de Nobelprijs voor zijn poëzie. Onder anderen Eva Gerlach vertaalde werk van Montale naar het Nederlands, vooral zijn latere werk, dat ze ‘sobere aantekeningen bij de menselijke conditie’ noemt. Bundels met titels als ‘Dagboek 1971-’72’ of ‘Schrift over vier jaar’, gedichten als voor de vuist weg geschreven, waarin kleine observaties iets zichtbaar maken van wat groot en complex en nauwelijks te vatten is. Zoals dieren dat soms kunnen doen.

In ‘Eindig’, de door Gerlach vertaalde bloemlezing, scharrelt en fladdert van alles rond. Een egeltje dat van pasta houdt, met saus. Een houtworm in een “kastje / dat ik van zondvloed en verhuizers heb gered”, een zwaluw met teer aan zijn vleugels. Merels, duiven, meeuwen, een ijsvogel en een jonge uil die leert vliegen. En valt. “Hij staarde met onredelijk grote ogen / Daarna alleen een bal veren verder geen nieuws”.

Het bordeauxrode uiltje zonder vleugel gaat terug in het dashboardkastje. Het reist mee naar het noorden dit jaar.

Ik zie een vogel stil in de dakgoot zitten,

hij lijkt op een duif, maar dunner

en met een soort kuifje of anders

is dat de wind, wie weet; de ramen zijn dicht.

Als jij hem ook ziet, als je wakker wordt

van de buitenboordmotoren: daar

zit wat wij kunnen hebben aan geluk.

Meer gaat niet. Het kost te veel, het is niks voor ons

en wie het heeft, begint er weinig mee.

Eugenio Montale

Lees ook:

Controverse is wezenlijk voor íedere prijs die er toe doet, dus ook voor de Nobelprijs

Eugenio Montale behoort volgens Ger Groot niet tot de spraakmakende Nobelprijswinnaars, en dat is jammer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden