null Beeld

BoekrecensieFilosofie

Nee, de goudkraagmanakin leert ons niet hoe te leven

Wilde rituelen. Wat we van dieren kunnen leren over onszelf

Caitlin O’Connell (vertaling Huub Stegeman)
Ten Have; 240 blz. € 20,99
★★

De auteur

Bioloog en gedragsecoloog Caitlin O’Connell doceert aan Stanford University Medical School. Ze heeft een trits populairwetenschappelijke boeken over de Afrikaanse savanneolifant op haar naam staan. Over haar onderzoek is een bekroonde documentaire verschenen, The Elephant King.

Haar stelling

Op de olifantenobservatiepost van het Namibische Mushara zag O’Connell met eigen ogen hoe de telgangers specifieke handelingen herhalen. Als begroeting leggen ze bijvoorbeeld hun slurf bij elkaar in de bek. Ook constateerde O’Connell herhaalde handelingen van de olifanten bij het rouwen om dode familieleden en het imponeren van potentiële partners.

O’Connell bestempelt deze handelingen tot rituelen. Net als bij mensen zijn dierenrituelen ‘de lijm die gemeenschappen samenbindt tot gezonde samenlevingen’.

De scheidsmuur die homo sapiens tussen zichzelf en andere soorten optrekt berust op een illusie. Meer dan drie miljard jaar geleden is al het aardse leven ontstaan in een hydrothermale kloof bij de Galapagoseilanden, dus de mens moet niet gaan denken dat hij iets bijzonders is. We delen niet alleen 98 procent van ons DNA met chimpansees, maar zelfs 50 procent met de banaan. O’Connell stelt voor om apetrots te zijn op die familiebanden, ‘in plaats van ze te zien als bedreiging voor ons misplaatste gevoel van uniciteit, eigenheid of zelfs heerschappij over de rest van de natuur’.

Want wat heeft die heerschappij ons opgeleverd? It’s lonely at the top. Tijdgebrek en technische hulpmiddelen hebben ons op afstand van elkaar geplaatst en dat veroorzaakt eenzaamheid en sociale stress.

Opvallende passage

“Door de verloren kunst van het ritueel opnieuw tot leven te wekken, zullen we beter in staat zijn nieuwe manieren te vinden om ons te verbinden met anderen, met onszelf en met de natuurlijke wereld.”

Reden om dit boek niet te lezen

Wilde rituelen blijft hangen in gemeenplaatsen over het belang van rituelen voor sociale cohesie. O’Connell hanteert een ruime definitie van rituelen: ‘een specifieke handeling of een reeks handelingen die op een precieze manier wordt verricht en vaak wordt herhaald’. Zo zou je neuspeuteren ook een ritueel kunnen noemen, zoals jungiaanse psychologen doen.

Ondanks deze ruime definitie slaat O’Connell niet altijd op overtuigende wijze een brug tussen de soorten. In een hoofdstuk over reisrituelen noemt ze voorbeelden uit de mensenwereld, zoals de pelgrimages naar Mekka en Vaticaanstad, maar ze blijft vaag over hoe die rijmen met dierenrituelen.

En als wij mensen inderdaad gebukt gaan onder een tanend ritueel besef, hoe kan het dan dat we tijdens de coronapandemie razendsnel oude rituelen afdankten (handen schudden) en nieuwe uitvonden (‘klappen voor de zorg’)?

Reden om dit boek wel te lezen

O’Connell vertelt meeslepend over de dieren die ze observeerde. Olifanten verrichten begrafenisrituelen, door dode soortgenoten met zand te bedekken. Daarmee brokkelt een grensmuur af die de mens tussen zichzelf en andere soorten heeft opgetrokken: wij mogen dan de Todesfuge en De goddelijke komedie hebben, maar onze omgang met de dood is niet uniek.

Wilde rituelen doet denken aan de Netflix-film My Octopus Teacher, waarin een duiker zijn burn-out te boven komt door vriendschap te sluiten met een inktvis. O’Connell bombardeert dieren niet tot privé-therapeuten, maar dieren kunnen ons volgens haar wel iets leren over het onderhoud van gemeenschappen. Na lezing vraag ik me nog steeds af wat die les eigenlijk is. Als mensen en niet-menselijke dieren zo nauw aan elkaar verwant zijn, zouden ze namelijk evenveel van rituelen moeten afweten.

De Panamese goudkraagmanakin is er niet om ons te leren hoe wij een ‘rijker, waardevoller leven’ kunnen leiden. Volgens mij kunnen dieren je prima leren hoe ze zelf behandeld willen worden, maar niet hoe mensen elkaar moeten behandelen. Als je voor levenslessen aanklopt bij een olifant of een inktvis, is dat niet per se een oplossing voor de existentiële misère waar O’Connell zich zo’n zorgen om maakt. Eerder een symptoom ervan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden