Rose Schneiderman (vooroverleunend) voert campagne voor vrouwenkiesrecht in de jaren tien van de twintigste eeuw.

BoekrecensieFeminisme

Mona Siegel laat zien hoe vrouwen na 1918 hun plek opeisten

Rose Schneiderman (vooroverleunend) voert campagne voor vrouwenkiesrecht in de jaren tien van de twintigste eeuw.

Mona Siegel laat zien hoe vrouwen na de Eerste Wereldoorlog geweerd werden van vergadertafels, maar zich niet lieten wegzetten.

Paul van der Steen

‘Ik, een Franse vrouw uit bezet gebied, weet dat we allemaal hebben geleden en nog lijden.’ Feministe Jeanne Mélin richtte zich aan het einde van het congres in Zürich in mei 1919, waar de Internationale Vrouwenbond voor Vrede en Veiligheid werd opgericht, nadrukkelijk tot alle aanwezigen. ‘Ik beaam dat wij vrouwen deze oorlog, die alleen heeft kunnen plaatsvinden omdat ons onze rechten worden ontzegd, nooit hebben gewild.’

De Duitse Lida Gustava Heymann hoorde het aan, stond na afloop van de toespraak op, pakte een boeket op dat ter decoratie op tafel lag en gaf het aan Mélin met de woorden: ‘Een Duitse vrouw reikt de hand aan een Franse vrouw en zegt uit naam van de Duitse delegatie dat we hopen dat wij vrouwen een brug kunnen slaan van Duitsland naar Frankrijk en van Frankrijk naar Duitsland, en dat we in de toekomst in staat mogen zijn de wandaden van mannen goed te maken’.

Alle aanwezigen waren geroerd. Een Zwitserse krant kon het moment ook waarderen: ‘Mensen kunnen niet eeuwig vijanden blijven. Ze zullen op een goede dag weer moeten beginnen met elkaar samen te leven. Vrouwen hebben ons hier een eerste voorbeeld van gegeven en verdienen daarvoor onze lof.”

Sentimenteel en teerhartig

Veel mannen dachten daar heel anders over. In Zürich werd volgens hen bewezen waarom je vrouwen beter niet kon laten aanschuivend aan de onderhandelingstafel. Het ging om meer dan krampachtig vasthouden aan de cultuur van kerels onder elkaar, laat de Amerikaanse historicus Mona L. Siegel zien in Vrede op onze voorwaarden. De wereldwijde strijd voor vrouwenrechten na de Eerste Wereldoorlog. Het congres in Zwitserland bewees volgens de mannen dat vrouwen sentimenteel en teerhartig waren. Het moederschap maakte hen empathisch en pacifistisch en dus ongeschikt voor harde onderhandelingen.

Bij de naoorlogse onderhandelingen in Parijs waren de voormalige asmogendheden, anders dan bij de bijeenkomst in Zürich, ook helemaal niet uitgenodigd. Een hardvochtig verdrag werd hen gedicteerd. Dat zou ze leren, was de achterliggende gedachte. In werkelijkheid legden de heren met hun Vrede van Versailles vooral de basis voor wraakgevoelens die leidden tot een nog gruwelijkere oorlog.

Siegel, hoogleraar geschiedenis aan de California State University, schreef eerder The moral disarmament of France. Education, pacifism, and patriotism, 1914-1940. Haar nu in het Nederlands vertaalde Vrede op onze voorwaarden gaat over het gevoel van momentum bij feministen en hun organisaties, bedrogen uitkomen in de werkelijkheid en toch kracht putten uit de teleurstelling.

Gedelegeerden naar het Congres van Zürich: Anita Augspurg (Duitsland), Charlotte Despard (GB), Lida Gustava Heymann (Duitsland), Rosa Genoni (Italië), Leopoldine Kulka (Oostenrijk) en Alice Hamilton (VS). Beeld
Gedelegeerden naar het Congres van Zürich: Anita Augspurg (Duitsland), Charlotte Despard (GB), Lida Gustava Heymann (Duitsland), Rosa Genoni (Italië), Leopoldine Kulka (Oostenrijk) en Alice Hamilton (VS).Beeld

1919 moest een kanteljaar worden

Tussen 1914 en 1918 hadden de meeste voorvechtsters van vrouwenrechten hun strijd opgeschort of op zijn minst op een lager pitje gezet. De nationale zaak en het herstel van de vrede hadden nu prioriteit. Maar 1919 moest een kanteljaar worden. Op tal van plekken hadden vrouwen zich – bij afwezigheid van naar de fronten afgereisde mannen – alleen nog maar extra bewezen.

Het einde van alle ellende beloofde bovendien een nieuw begin. Met name de Amerikaanse president Woodrow Wilson manifesteerde zich als advocaat van de democratie en de rechtsorde. Hij hamerde op zelfbeschikking en bescherming van de zwakkeren.

Vrouwen rekenden op een plek aan de onderhandelingstafel. Maar zowel de Amerikanen als de Britten togen met een exclusief mannengezelschap naar Frankrijk.

In twee commissies mochten vrouwen uiteindelijk wel het woord voeren. Daar stuitten ze vaak op onverbeterlijke kerels. Nicole Girard-Mangin pleitte op een bijeenkomst voor het belang van volksgezondheid voor het bewerkstelligen van wereldvrede. Een van de aanwezige mannen keek eens goed door zijn brillenglazen en mompelde: “Een verpleegster, knap om te zien.” Girard-Mangin was geen verpleegster, maar had als arts en officier in het Franse leger gediend. Dat kwam overigens voort uit een tekenend misverstand: de autoriteiten hadden haar opgeroepen in de veronderstelling dat ze een man was.

Geen mondiale erkenning van het vrouwenkiesrecht

Vrouwen werden eveneens geraadpleegd over de totstandkoming van de Volkenbond, maar hun stem in wereldverband zou pas meer erkenning krijgen na oprichting van de opvolger daarvan, de Verenigde Naties, na 1945. Van een mondiale erkenning van vrouwenkiesrecht was ook nog lang geen sprake. Een reeks van landen, waaronder Nederland, besloot rond het einde van de Eerste Wereldoorlog wel tot invoering ervan. Maar talrijke andere, waaronder Frankrijk, Italië, België en Zwitserland zouden nog lang wachten.

Bij zoveel niet of half ingeloste verwachtingen had de vrouwenbeweging in kunnen zakken, maar Siegel laat zien dat de frustratie niet erg lang verlammend werkte. Door de ervaringen in de jaren direct na 1918 werd het feminisme minder een one issue-stroming. Behalve over kiesrecht ging het in toenemende mate ook over arbeidsomstandigheden, discriminatie, onveiligheid en ongelijkheid.

De selecte groep van veelal witte dames uit gegoede kringen kreeg gezelschap van anderen: onder meer van Afro-Amerikanen en vrouwen uit de nog talrijke kolonies. Ook nu bleef het verzet vanuit mannelijke hoek hardnekkig, zelfs in ogenschijnlijk progressieve hoeken als de vakbeweging. Maar de sneeuwbal rolde en werd groter en groter.

Onderonsjes van mannen

Siegel concentreert zich in haar geschiedschrijving sterk op een aantal bijeenkomsten in de eerste jaren na de Eerste Wereldoorlog. De lezer verlangt daarbij af en toe naar een iets wijder perspectief: Hoe verging het alle ‘gewonere’ vrouwen buiten de vergader­zalen? Wat hadden vier jaar oorlog en door de omstandigheden verschoven man-vrouwverhoudingen daar veranderd?

Het thema van het boek zou ook nog meer tot leven zijn gekomen als de auteur nog iets dichter op de huid van haar hoofdpersonages was gekropen. Daar waar Siegel dat wel doet, in de hoofdstukken over de strijd van Huda Shaarawi en de opmerkelijke Soumay Tcheng, prominente Egyptische en Chinese voorvechters van vrouwenrechten, heeft Vrede op onze voorwaarden de meeste schwung.

Het zijn kritiekpunten bij een verder waardevol boek. Siegel verruimt het perspectief op een periode vol conferenties en samenkomsten, die vaak alleen als onderonsjes van mannen worden gezien.

Ze laat bovendien zien dat volharding loont, ook al blijft er anno 2022 nog veel te wensen over.

null Beeld
Beeld

Mona L. Siegel
Vrede op onze voorwaarden. De wereldwijde strijd voor vrouwenrechten na de Eerste Wereldoorlog.
(Peace on Our Terms. The Global Battle for Women’s Rights after the First World War)
Vert. Wilma Paalman
Athenaeum - Polak & Van Gennep; 384 blz. € 27,50

Lees ook:
Optocht en serenade voor ‘de nieuwe hoogleraares’

De eerste vrouwelijke hoogleraar liet vooral haar werk spreken. ‘Ik heb mij als ik bezig was met de wetenschap nooit vrouw gevoeld.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden