Recensie

Modiano maakt van Parijs een verdwijnmachine

De jonge Patrick Modiano.

‘Onzichtbare inkt’ van Nobelprijswinnaar Patrick Modiano gaat over fantasie en fascinatie van een beginnend schrijver.

Plotselinge verdwijningen zijn niet ongewoon in de romans van Patrick Modiano. Ook in het echte leven komen ze voor. Mensen kunnen van de ene op de andere dag uit het leven van andere mensen verdwijnen. Met het verdwijnen van die mensen verdwijnen ook langzaam de herinneringen aan hen. De sporen die ze achterlaten in het geheugen van anderen, vervagen. Maar soms kunnen herinneringen die verdwenen leken, weer terugkomen, als de ‘onzichtbare inkt’ uit de titel van deze roman: “inkt die kleurloos is als men hem gebruikt, maar die zichtbaar wordt als men het beschreven papier met een bepaalde vloeistof bestrijkt.”

De nieuwe roman van Modiano begint in Parijs, in 1965. Een jongeman, Jean, werkt een blauwe maandag voor een derderangs privé-detective. Hij doet onderzoek naar een jonge vrouw die is verdwenen en heeft daarbij maar een paar armzalige aanknopingspunten. Een naam, Noëlle Lefebvre, die niet per se haar echte naam hoeft te zijn, een onderbelichte foto van haar waarop hij niet kan zien wat voor kleur ogen ze heeft, en ook niet wat voor kleur haar, en verder: het adres waar ze woonde, een poste-restante-adres op een postkantoor, en een café waar ze wel eens kwam. Meer niet.

Patrick Modiano nu.Beeld Catherine Hélie Éditions Gallimard

Jean vraagt zich af hoe hij vanuit deze gegevens te werk moet gaan om het verhaal achter de verdwijning van de vrouw te reconstrueren. En als lezer van het boek vraag je je af hoe uit dit summiere uitgangspunt een roman kan opbloeien. De speurtocht krijgt een extra dimensie, doordat Jean schrijver wil worden en het gevoel heeft dat deze zaak hem daarbij kan helpen. Hij zou er vroeg of laat over kunnen schrijven. Interessant detail: Jean heeft in 1965 precies de leeftijd die Patrick Modiano toen had (twintig).

In eerste instantie levert zijn speurtocht wel iets, maar toch ook weer niet zo heel veel op. Nadat de detective zijn interesse voor de zaak verloren heeft, neemt Jean het dossier stiekem mee naar huis. Dat meisje begint hem te fascineren. Jaren later, als hij toevallig wat meer te weten komt, wordt het zelfs een obsessie. Dat begint hem zelf ook op te vallen. Maar hij begrijpt niet goed waar die obsessie vandaan komt.

Het zou zelfs kunnen dat hij langzaam verliefd op haar wordt. Kan dat? Verliefd worden op iemand die je niet kent? Ja, natuurlijk kan dat, want verliefdheid wordt voor een deel gevoed door de fantasie, en voor de fantasie is hier alle ruimte.

Herinneringen

Dit vreemde minimalistische gegeven - man raakt in de ban van een vrouw die hij nooit ontmoet heeft en over wie hij bijna niets weet - wordt door Modiano briljant uitgewerkt. Want als er één schrijver is die van heel weinig heel veel kan maken, dan is het de Franse Nobelprijswinnaar.

In de loop van een periode die tientallen jaren bestrijkt, komt Jean op plaatsen waar de vrouw kwam en spreekt hij mensen waar de vrouw korte tijd mee omging. Hij vangt glimpen op van banale, triviale levens en begint daarover te fantaseren. Op den duur lijkt het alsof hij zelf ook herinneringen heeft aan haar.

Tegenover mensen die Noëlle gekend hebben doet Jean zich voor als een vriend van haar. Hij zegt dat hij haar kent uit zijn geboortestreek en begint daar ook langzaam, tegen beter weten in, zelf in te geloven. Want als je een leugen maar vaak genoeg herhaalt ga je er zelf een beetje in geloven. Hij krijgt steeds meer het gevoel dat hij haar wel eens gezien heeft, misschien zelfs gesproken heeft, en dat gevoel vergelijkt hij ergens met ‘onzichtbare inkt die langzaam zichtbaar en leesbaar wordt’.

Het verhaal wordt door Jean verteld. Maar hoe betrouwbaar is een verteller die graag schrijver wil worden? Van de gesprekken die hij over Noëlle gevoerd heeft, vaak tientallen jaren geleden, zegt hij zich alleen flarden te herinneren. En toch volgen daarna tamelijk complete dialogen, en ook beschrijvingen van hoe personen kijken als ze iets zeggen.

Over Jean zelf weet de lezer dan eigenlijk nog minder dan over Noëlle. Hij heeft een Belgisch paspoort, hij wil schrijver worden en hij is meer een toeschouwer dan iemand die zelf heel actief in het leven staat. Hij heeft een zeker talent, vindt hij zelf, om het leven van anderen binnen te dringen, “uit nieuwsgierigheid en verlangen hen beter te begrijpen en de verwarde draden van hun leven te ontrafelen - iets waar ze zelf vaak niet toe in staat waren.”

15de arrondissement

Van de romans van Modiano wordt wel eens gezegd dat het vaak lijkt alsof ze nauwelijks een plot hebben. Maar het zit natuurlijk anders. De plot is bij Modiano altijd subtiel en terloops, en benadert het echte leven meer dan het geval is in veel andere romans die wel een duidelijke plot hebben. Het leven heeft ook geen duidelijke plot, het bestaat voor een groot deel uit terloopse gebeurtenissen, die voor je het weet al weer voorbij zijn en daarna langzaam vervagen.

Parijs (voor de kenners: het 15de arrondissement) is in deze roman een opslagplaats van allerlei vervagende en vervaagde herinneringen, en ook, vaak letterlijk, een verdwijnmachine: gebouwen die een rol speelden in het leven van Noëlle, zoals een dancing en een woonhuis, blijken jaren later te zijn verdwenen, gesloopt, of ingrijpend gerenoveerd.

Vijfentwintig bladzijden voor het einde komt er opeens een verrassende wending in het verhaal. Een soort ontknoping. Die je op twee manieren kunt lezen. Als iets dat werkelijk gebeurt. Of als een ontroerende fantasie van Jean, die hier misschien, ten slotte, de schrijver is geworden die hij altijd wilde worden.

OordeelBriljant, mysterieus, ontroerend.

Patrick Modiano
Onzichtbare inkt
Vert. Maarten Elzinga. Querido; 144 blz. € 18,99

Lees ook:

De nieuwe Modiano toont dat het geheugen een ruïne is, geen paleis

Nobelprijswinnaar Modiano zwerft door het Parijs van de jaren zestig - ‘vol van fantomen’.

Terrin maakt zijn personage tot spion van haar eigen leven

Peter Terrin fascineert met een geschiedenis vol mysteries die zomaar weer verdwijnen.

‘Trocadéro’ is een rake, tot reflectie dwingende roman

In ‘Trocadéro’, zijn tweede roman, schetst John-Alexander Janssen het portret van een jongeman die rechter wil worden. Maar waarom?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden