BoekrecensieGeschiedenis

Martin Hendriksma vertelt met aanstekelijk enthousiasme verhalen over de Nederlandse kust

null Beeld

Met aanstekelijk enthousiasme vertelt Martin Hendriksma verhalen over de Nederlandse kust.

Bijna allemaal zijn we het ooit geweest: een kind dat schelpen verzamelde aan de kustlijn. Plastic emmertjes vol. Of anders waren we wel de ouder die de buit van een kleine verzamelaar voorgehouden kreeg en geacht werd er een bewonderende blik op te werpen. Martin Hendriksma, gepokt en gemazeld journalist en schrijver, is nog altijd dat kind. In de inleiding van zijn nieuwste boek Aan Zee stelt hij de blonde peuter in pofbroek en melkblauw vestje aan zijn lezers voor, compleet met een foto uit het familie-album waarop de dreumes naar de vloedlijn drentelt.

Het onderwerp ligt hem na aan het hart. In zijn boek Lutine schreef hij eerder over het gelijknamige schip dat bij Terschelling verging met een kapitaal aan goud, zilver en muntgeld aan boord. Die zoektocht voerde hem langs duikers, jutters, vissers en eilanders en ademde de zee. Voor De Rijn – later uitgewerkt tot een tv-reeks in vijf afleveringen die hij samen met Huub Stapel presenteerde – volgde Hendriksma de loop van de rivier, van de bron tot aan het Katwijkse strand. Op voorhand leverde dat project hem meewarige blikken op, schrijft hij. Toen hij echter vertelde een boek over de kust te gaan schrijven, gebeurde het tegendeel. Het leek of iedereen wel dierbare strandherinneringen paraat had.

Een votiefsteen aan de vloedlijn

Van de verhalen die Hendriksma opraapte en van zand ontdeed, waren er vierentwintig die hij mooi genoeg vond om in zijn emmertje te stoppen. Ze glimmen en fonkelen, ruiken nog een beetje zilt en vertellen samen een veel groter verhaal. Hij begint op een plek waar het water het van de mens wist te winnen: het Verdronken Land van Saeftinghe aan de Westerschelde. Als om de goden van de zee gunstig te stemmen plaatst hij met dat eerste hoofdstuk een votiefsteen aan de vloedlijn. Over dergelijke stenen en de offers die kustbewoners in de Romeinse tijd in hun tempels brachten lezen we overigens niets, net zomin als over het ontstaan van de kust.

Deze kroniek begint in 1570. Veel meer dan over de zee en het strand gaan de verhalen over mensen. Over kustbewoners en over bleekneusjes uit de steden die in Egmond aan Zee vakantie vierden in kolonies. Over de vermetele zakenman die in 1828 het kadaver van een bij Oostende aangespoelde blauwe vinvis kocht en ermee op toernee ging. Over de armoede van de vissersfamilies in Huisduinen toen hun strategisch gelegen dorpje een speelbal werd in de strijd tussen Fransen en Engelsen. Of over de inwoners van het Zeeuwse Stavenisse, een van de zwaarst getroffen plaatsen tijdens de watersnoodramp van 1953. De dominee die zijn ­gemeente kort daarvoor nog dreigde met hel, verdoemenis en bezwijkende dijken was een van de eersten die er verdronk. Toch weet Hendriksma ook door zo’n zwaar relaas een luchtige draad te weven. Hilarisch is de afloop van de anekdote over de bijbel die in de kroonluchter van de kerk was blijven ­hangen.

Adellijk strand werd allemanszand

Aan Zee beklijft. Nooit zal ik meer door Zandvoort kunnen lopen zonder het gemis te voelen van de met glas overkapte Passage met zijn luxe winkels en strijkorkestjes, van de badhotels waar de groten der aarde kwamen verpozen. Na de weelde van het fin de siècle kwam echter de crisis, de Tweede Wereldoorlog gaf de genadeklap. Toen na het vertrek van de Duitse bezetters de bunkers, versperringen en mijnenvelden van de Atlantikwall ontmanteld waren, kregen de Nederlandse kustplaatsen hun huidige, toch wat middelmatige karakter. Niet één durfde zich al te nadrukkelijk van de andere te onderscheiden, uit angst dat de badgasten elders hun vertier zouden gaan zoeken. Adellijk strand werd allemanszand.

Journalist en schrijver Martin Hendriksma.
 Beeld Sake Rijpkema
Journalist en schrijver Martin Hendriksma.Beeld Sake Rijpkema

Hendriksma beschrijft de veelbesproken opkomst – en de bijna even geruisloze teloorgang – van het naakttoerisme. En wie leest over de schrikbarende toename van het aantal vakantieparken aan de Zeeuwse kust, durft er nauwelijks nog een huisje te boeken. Al valt dat dan allemaal wel weer mee vergeleken met de aaneenschakeling van hoogbouw langs de Belgische stranden of op de Duitse Waddeneilanden.

Er is veel onderzoek nodig om al deze verhalen te kunnen vertellen, de talloze weetjes te kunnen debiteren. Hendriksma neemt de lezer dat werk uit handen en spreidt zijn vondsten als blinkende schatten aan hun blote voeten uit. Wat echter blijft hangen, is de vraag waarom hij nu juist deze keuzes maakt. In De Rijn volgde hij een heldere verhaallijn: de loop van de rivier. Aan Zee is meer een bonte verzameling kleine geschiedenissen, losjes gerangschikt in thema’s en min of meer chronologisch opgediend. Er komt een gemeente-ambtenaar aan het woord, een boer, een waddengids, de uitbater van een strandtent, maar geen visser, niemand van de kustwacht of de reddingsbrigade. Het zwaartepunt van het boek ligt aan de ‘gouden rand van Nederland’, de Zeeuwse en Hollandse kuststrook. Van de Waddeneilanden komen alleen Vlieland en Rottumeroog aan bod. In Friesland is slechts het verhaal van de verdronken vissers van Moddergat de moeite van het vertellen waard en pas in een bijzin in de epiloog blijkt ook Groningen over een stukje Nederlandse kustlijn te beschikken. Natuurlijk is het bij zo’n veelomvattend onderwerp onmogelijk alle facetten uit te lichten en iedereen te spreken, maar nergens wordt duidelijk waarom de schrijver van deze ‘kroniek van de kust’ bepaalde thema’s wel oppikt en andere laat liggen.

Aanstekelijk

Eerlijk gezegd lijkt de schrijver in Hendriksma het dit keer af te leggen tegen de journalist. Maar om hem daarbij te parafraseren: wel een verdomd goeie journalist, een geboren verteller bovendien. Zijn aanstekelijke enthousiasme geeft zijn verhalen glans, zoals de schelpen in de emmer een stuk mooier worden dankzij het glunderende koppie van het kind dat ze komt tonen. Kaartjes en afbeeldingen verluchtigen de tekst en mooie taalvondsten toverden tijdens het lezen meer dan eens een glimlach om mijn mond.

Aan Zee zal deze zomer in veel strandhuisjes en op campingtafels te vinden zijn. Voordeel van de losse structuur is dat de lezer het boek makkelijk even weglegt om tussendoor te genieten van een ijsje, of een glaasje prosecco met een gambaspies. Of om een blik te werpen op de schelpen die een kind in een emmertje heeft verzameld. Hoe aandachtiger je ernaar kijkt, hoe mooier ze worden.

null Beeld

Martin Hendriksma
Aan Zee – Een kroniek van de kust
De Geus; 360 blz. € 23,50

Lees ook:

Tamsin Calidas schreef een boek over haar leven op een afgelegen Schots eiland: ‘Eenzaamheid is een geschenk’

Iedere ochtend zwemt Tamsin Calidas in zee. In Ik ben een eiland doet ze verslag van haar zeventien jaar op een Schots eiland – ruige, maar ook leerzame jaren. ‘Mijn boek moet inspireren, anders heeft het geen nut.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden