KlassiekerJean Rhys

Liefde is niet vriendelijk in ‘De wijde Sargassozee’

Beeld Hollandse Hoogte

De zomer is om bij te lezen. Klassiekers krijgen een nieuw jasje. ‘De wijde Sargassozee’ (1966) van Jean Rhys schittert nog steeds.

Het is ironisch dat Jan Brokken het in zijn (overigens erg boeiende) voorwoord bij de nieuwe uitgave van ‘De wijde Sargassozee’ gepast achtte om schrijfster Jean Rhys (1890-1979) ‘een lastige en soms buitengewoon antipathieke tante’ te noemen. Het is de badinerende toon jegens vrouwen die het wagen hun onvrede te ventileren, waar Rhys zich al in haar vroegste werk tegen kantte. Ook ‘De wijde Sargassozee’, de schitterende roman waarmee de schrijfster haar plek in de canon van de wereldliteratuur verwierf, lijkt te gaan over een vrouw die zich niet laat ‘temmen’ – maar dat is slechts een oppervlakkige lezing.

Het schrijven van ‘De wijde Sargassozee’ wilde aanvankelijk niet echt vlotten. Rhys begon in de jaren dertig aan een eerste versie, maar het zou tot 1966 duren voor ze de roman voltooide. Ze was toen 76.

Rhys’ heldere, beknopte zinnen lezen ruim vijftig jaar na publicatie op geen enkele manier gedateerd. (Wat niet gezegd kan worden van de verouderde, merkwaardig vrije en soms ronduit foutieve Nederlandse vertaling door W.A. Dorsman-Vos, de enige sinds 1974.) Al in de jaren dertig stond het plan Rhys helder voor de geest: ze zou Bertha, de ‘madwoman’ uit Charlotte Brontës ‘Jane Eyre’, een stem geven. Net als Rhys zelf is Bertha een ‘witte creoolse’: een vrouw met Europese roots, geboren in de Caraïben.

Waanzinnig verklaard 

In ‘Jane Eyre’ lezen we dat Bertha vanwege ‘krankzinnigheid’ door haar man, Edward Rochester, is opgesloten op de koude, donkere bovenverdieping van zijn residentie. ‘What it was, whether beast or human being, one could not, at first sight, tell…’ schrijft Brontë. ‘It snatched and growled like some strange wild animal [...]’ Uiteindelijk sticht Bertha een (voor haar) fatale brand.

In het eerste deel van ‘De wijde Sargassozee’ behandelt Rhys Bertha’s kindertijd op Jamaica, sterk gebaseerd op haar eigen jeugd op Dominica. Het meisje heet dan nog niet Bertha (dat is de naam die Rochester haar geeft), maar Antoinette Cosway. Het deel draait om het sociale isolement waarin Antoinettes moeder Annette zich staande probeert te houden. Witte creolen stamden af van slavenhouders en waren zowel onder de bevolking van kleur als Europeanen niet bepaald geliefd.

Uit ‘de Wijde sargassozee’, pag. 177

Ik haatte de bergen, de heuvels, de rivieren, de regen. Ik haatte de zonsondergang, groen of niet groen. Ik haatte de schoonheid, de betovering van het eiland en het geheim dat ik nooit zou kennen. Ik haatte de onverschilligheid, en de wreedheid die deel uitmaakten van die schoonheid. Boven alles haatte ik haar. Want ook zij maakte deel uit van die betovering en die schoonheid. Ze had een dorst in mij gewekt zonder die te stillen en de rest van mijn leven zou een dorsten, een verlangen zijn naar wat voor mij verloren was gegaan voor ik het gevonden had.

Als Annettes zoontje omkomt in een aangestoken brand is haar vertwijfeling compleet – aanleiding voor haar man om haar te verlaten. Annette wordt waanzinnig verklaard en opgesloten in een gesticht. Antoinette, moederloos nu, wordt ondergebracht in een klooster.

Het tweede deel speelt zich af tijdens de wittebroodsweken na het vluchtig gesloten huwelijk tussen Antoinette en een Engelsman. Het is Edward Rochester, maar waar Rochester Antoinette van haar naam berooft, doet Rhys haar mannelijke hoofdpersonage hetzelfde aan: hij blijft naamloos. Het derde deel ten slotte vindt plaats in Engeland, waar Antoinette haar dagen op de vergrendelde zolderverdieping slijt, in de aanloop naar de brand.

Weinig sympathie voor hoofdpersonages

Het schrijven van het boek stagneerde aanvankelijk, omdat Rhys maar weinig sympathie voelde voor haar hoofdpersonages. Antoinette was haar ‘te gestoord’, en Edward vond ze maar arrogant, kil en oppervlakkig. Pas als Rhys in 1964 het gedicht ‘Obeah Night’ geschreven heeft, valt het kwartje. De nacht die ze in dit gedicht vanuit Edwards perspectief beschrijft, komt weliswaar alleen zijdelings in de roman voor (Edward zegt zich niets van de betreffende nacht te herinneren) – maar toch vormt hij de sleutelscène.

Er vindt een mishandeling plaats, die nacht. Als Rhys Edward de volgende ochtend laat ontwaken, stipt ze akelig terloops de sporen ervan aan: er ligt een gescheurde nachtpon naast het bed op de vloer. In een bijzinnetje worden Antoinettes ‘blauwe plekken’ genoemd. In het gedicht is Rhys explicieter: Edward trekt een lakentje over zijn ‘hurt darling’ heen, ‘[to] cover the marks of blood’.

Edward heeft zich dan al ontpopt als een ­ziekelijk jaloerse, achterdochtige echtgenoot, die zijn vrouw als een pop wenst te bezitten (‘Mine! Mine!’), panisch als hij is dat ze hem bedriegt. Antoinette op haar beurt is in haar leven al zo vaak verlaten, dat ze bereid is Edwards mentale en fysieke wangedrag te ondergaan – zolang hij haar maar niet in de steek laat. Agressie, zo laat Rhys haar personages redeneren, is toch evengoed een bewijs van passie? Van liefde? ‘Love’, aldus Edward in ‘Obeah Night’, ‘is not kind’.

Háár schuld wat hij heeft gedaan

Terug naar de roman. Als Edward de volgende ochtend een blik in de spiegel werpt, ‘[kijkt] hij onmiddellijk een andere kant op’. Meteen begint hij zijn schaamte en walging op zijn vrouw te projecteren. Het is háár schuld, dat hij de controle verloor. Zij heeft hem vergiftigd. Zij heeft hem bedrogen. Zij heeft hem ‘betoverd’. Het was niet zijn eigen agressie, maar haar doortrapte schoonheid, die hem verleidde tot deze ‘shameless, shameful night’.

En zo leidt deze nacht tot dat wat Antoinette tegen elke prijs had willen voorkomen: Edward keert haar de rug toe. Hij zegt niet meer van haar te houden. Keurt haar geen blik meer waardig. Waarop Antoinette – wederom verlaten, en beroofd van haar naam – verandert in de willoze ‘pop’ die Edward altijd al van haar had willen maken. Het is slechts een kwestie van tijd voor ook zij, in navolging van haar moeder, als krankzinnige wordt bestempeld.

Veel mensen zeggen dat dit boek gaat over ‘de gevaarlijke kanten van de liefde’. In mijn ogen is dat enkel hoe de personages hun verziekte relatie zelf wensen te duiden. Dit is geen liefde. Dit is wat er kan gebeuren wanneer een vrouw bedraad is onder geen beding te klagen, als de dood aanleiding te geven voor een diskwalificatie als ‘lastige tante’. Antoinettes moeder gaf de strijd op. Het fenomenale slot van deze roman toont dat Rhys haar protagoniste voor dit lot behoedt. Rochester mag dan alles in het werk hebben gesteld om zijn vrouw te breken – Antoinettes vuur is blijven branden.

Jean Rhys
De wijde Sargassozee
Vert. W.A. Dorsman-Vos. Orlando; 192 blz.€ 21,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden