null Beeld
Beeld

RecensieBoek

Leo Blokhuis is een muzikale gids voor Berlijn

Leo Blokhuis is in zijn nieuwe boek de wegwijzer die Peter Sierksma eerder zo heeft gemist.

Aan het slot van zijn nieuwe boek Berlijn. Muzikale revolutie roept Leo Blokhuis met een zekere weemoed David Bowie in herinnering. Hij doet dit aan de hand van het lied ‘Where Are We Now‘ waarin Bowie enkele jaren voor zijn dood nog een keer de trein vanaf Potsdamer Platz neemt en de gang van de 20.000 Ossies bezingt, die na de val van de Muur in het najaar van 1989 over de Bösebrücke het Westen bereikten.

De weemoed geldt niet alleen Bowie en de manier waarop hij terugdenkt aan zijn Berlijnse verleden, maar ook de hoes van het album ‘The Next Day’ waarop ‘Where Are We Now’ te vinden is. De cover ervan verwijst namelijk direct naar die van ‘Heroes’ uit 1977, de hit waarvoor Blokhuis als 15-jarige puber viel als een blok.

Nadat hij eerder de oorsprong van de Amerikaanse blues, folk, gospel en soul van de Westkust en het Diepe Zuiden voor een groot publiek aan het voetlicht bracht, richt Blokhuis zijn pijlen nu op het avantgardistische Berlijn van de vorige eeuw. En dat met Bowie en Heroes als uitgangspunt. De wereld van David Bowie en de tijd waarin deze halverwege de jaren zeventig met een idioot als Iggy Pop en een muziekvernieuwer als Brian Eno in zijn omgeving de stad beleefde, deed Blokhuis verlangen naar een ander Duitsland dan hij tot dan toe tijdens de vakantiereizen met zijn ouders had gezien.

Smakelijk beschrijft Blokhuis hoe zijn vader, predikant met een fascinatie voor Luther, zodra het kan de Autobahn verlaat om nieuwe pitoreske plattelandsdorpjes met mooie kerken aan te doen. En dat terwijl de jonge Leo liever beton ziet en aan de elektrisch voortgestuwde wegen van een band als Kraftwerk denkt. Het aardige van die pastorale notities vooraf is dat je snel het contrast voelt tussen het weerbarstige Berlijn en dat op het eerste gezicht zo veel vriendelijker Duitsland dat we kennen van Luther, Schiller, Goethe, Heine of Caspar David Friedrich.

Leo Blokhuis Beeld Ricky Koole
Leo BlokhuisBeeld Ricky Koole

Blokhuis laat in een paar streken zien hoe Berlijn tijdens de laatste jaren van de Weimarrepubliek uitgroeit tot dé Europese metropool waar het op artistiek gebied allemaal gebeurt. Tegen de achtergrond van de verloren Eerste Wereldoorlog en de opkomst van het communisme, ontstaat er in Berlijn een decadente en vervreemdende atmosfeer. Een klimaat waarin men de lasten van dood, crisis en verlies op alternatieve wijze tracht te dragen. Hier past niet de milde optimistische toon van het Franse impressionisme van voor 1914, maar geldt het masker van een expressief beleden levensdrang tegen alle Weltschmertz en ellende in. En zo lukt het Blokhuis je op zijn vertrouwde aanstekelijke manier een wereld in te loodsen vol robots, machines en andere vormexperimenten, die geen mens voor Christopher Isherwood, George Grosz (Dada), Fritz Lang (Metropolis) of Kurt Weill ooit had gezien. Berlijn dus als Europese kraamkamer van het experiment. Daar ontdekt Blokhuis de wortels van de ontoegankelijke klanken die je later dankzij Schönberg, Varese, Zappa, de Krautrock, Bowie en na hem het doorhamerende geluid van Einstürzende Neubauten en techno kunt beleven. Toen ik zelf in 1998 voor het eerst in mijn leven Berlijn bezocht, kon ik mij niet aan de indruk onttrekken dat ik te laat was. Bijna tien jaar na de val van de Muur trof ik de stad aan als een grote bouwput. Overal in het centrum verrezen torenhoge wolkenkrabbers en de glazen koepel van de gerenoveerde en opnieuw tot parlement gekozen Rijksdag was nog niet af. Afgezien van de vreugde van hip Prenzlauerberg en de nieuwe winkeltjes en koffiehuizen onder de bogen van het spoor ter hoogte van de Savignyplatz, moest ik de stad uit om wat groots te beleven.

null Beeld
Beeld

Ik vond het experiment van de avant-garde dat ik wilde proeven ver buiten de binnenstad in een oud fabriekscomplex in voormalig Potsdam. Daar zag ik een expositie van Nieuwe Wilde-schilders als Raymond Fetting die Van Gogh de nieuwe eeuw introkken. Verder overheerste het gevoel dat ik te laat was. Te laat voor het bruisende Berlijn van de jaren dertig of het door Fallada beschreven ontaarde Derde Rijk, te laat voor de Koude Oorlog, ja zelfs te laat voor de harde industriële door punk gelegitimeerde sound van Blixa Bargeld en de crisisjaren tachtig.

In tegenstelling tot Londen heeft Berlijn mij nimmer toegelaten. Waar Londen me doorgaans met open armen ontving in St. Paul’s Cathedral (John Donne), Haymarket (Charles Dickens) of Soho (David Bowie), bleef Berlijn een gesloten boek of meer nog: één groot vervreemdend filmdécor. Een duistere bunker als tegenhanger van de door enkel vitrage afgeschermde Victoriaanse erkers overzee. Achteraf niet vreemd dat ik Bowie voor Trouw een jaar eerder in Londen ontmoette en er bij die gelegenheid over Berlijn en Christiane F. niet gesproken werd. Mijn liefde voerde zoveel meer terug naar Bowie’s akoestische wortels dan naar zijn experimenten met Iggy Pop en Eno en alles wat daarbij kwam kijken. Nu verbaas ik me erover, maar tijdens mijn bezoek aan de stad in 1998 heb ik niet eens een poging gedaan iets van Bowie’s sporen in Hauptstrasse 155 of de Hansastudio te achterhalen.

Spijt of niet, het verklaart iets van de overgave waarmee ik nu de rode draad van Blokhuis volg. Hij is de gids die ik in ’98 node heb gemist. Tijdens het bekijken (vergeet de met plezier bij elkaar gezochte plaatjes niet!) en lezen van Berlijn. Muzikale revolutie heb ik, tot slot, veel aan de in 2016 overleden Pieter Steinz gedacht. Wat Steinz met al zijn boekenlijstjes, lijntjes en verbanden voor de letterkunde heeft gedaan, doet Blokhuis voor de popmuziek. Het is hem gelukt een deel van de box vol onbegrijpelijke klanken van de Berlijnse avantgarde te openen voor een groot publiek; precies wat vroeger goede predikanten met de oude psalmen deden.

null Beeld
Beeld

Leo Blokhuis
Berlijn. Muzikale revolutie
De Bezige Bij; 224 blz. € 24,99

Lees ook:

Michel Faber publiceert na lange stilte opnieuw een onweerstaanbare roman

Na meer dan tien jaar is er toch weer een nieuwe roman van de Nederlandse Australiër Michel Faber. In D brengt hij een sprookjesachtige ode aan de 150 jaar terug overleden Charles Dickens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden