BoekrecensieSlapeloos

Lees Anders Bortne om je slapeloze partner, vriend of patiënt te begrijpen

null Beeld
Beeld

Anders Bortne is al jaren slapeloos en even lang op zoek naar een remedie. Vrouwkje Tuinman hoopt dat hij veel lezers krijgt.

De ondertitel van Anders Bortnes boek ‘Slapeloos’ is er een die flink wat lezers op gaat leveren. ‘Duizend doorwaakte nachten, één oplossing’, beweert het omslag. Het woord oplossing is rood gedrukt, maar de doelgroep heeft het ook zonder die kleur al wel gezien. Een oplossing! Eindelijk! Je hoeft er alleen maar dit boek voor te lezen!

Het woord is ook de reden dat ik direct sceptisch was. Ooit was ik drie jaar vrijwel voortdurend wakker. De reden bleek uiteindelijk chemisch te zijn, en is aangepakt, maar helemaal neutraal ben ik nooit meer tegenover het fenomeen slapen komen te staan. Ik houd me strikt aan de zogeheten slaaphygiëne, mijd prikkels, neem medicatie maar zo min mogelijk slaappillen, maar nog altijd is de nacht mijn achilleshiel. Nog altijd lees ik alle boeken die over het onderwerp verschijnen – en die meestal een uitweg beloven.

Dat doet Anders Bortne, Noors schrijver en muzikant, trouwens ook. Achterin ‘Slapeloos’ staat een lijst titels die ik grotendeels in de kast heb staan. Bortne slaapt al zestien jaar beroerd, of eigenlijk vrijwel niet. Hij pakt eens een uur­tje hier, of een uurtje daar. Dat is ook de reden dat hij nog leeft: wie helemaal niet slaapt, bijvoorbeeld door de ziekte fatale familiale insomnie, redt het meestal maar een paar maanden. Dan slaan gekte, enorm gewichtsverlies en dementie toe, en uiteindelijk de dood. Dat lot treft Bortne niet. Wel is hij psychisch wankel, kan hij vaak nauwelijks werken, heeft hij flinke geheugenproblemen en is hij geen leuke echtgenoot en vader. Hij loopt door zijn slaaptekort meer risico op diabetes, kanker, hartproblemen. Zijn kinderen lopen fors risico het te erven. En o ja: Bortne is moe. Zo moe, dat hij niet kan slapen.

Aan het begin van ‘Slapeloos’ verschoont Bortne het echtelijk bed. Dat doet hij veel­vuldig en zeer precies, want alles moet kloppen. Er mag niks scheef liggen, geen centimeter dekbed uit de hoes piepen, zelfs de snoertjes van de lampjes moeten op een bepaalde manier hangen, omdat anders het hele naar bed gaan geen enkele zin heeft. Op een dag ziet hij iets dat hem al jaren is ontgaan. Aan de kant van zijn vrouw vertoont het matras slijtage, scheurtjes zelfs. Zijn eigen zijde is als nieuw. Alsof er nog nooit iemand gelegen heeft. “Zo bezeten als ik ben van dat bed, zo weinig slaap ik erin.”

Anders Bortne Beeld
Anders BortneBeeld

In heel mijn collectie slaapboeken had ik dit element van slapeloosheid – de onredelijke maar onontkoombare fixatie op alle details die (misschien) wel of niet zullen bijdragen aan het voorkomen van de ramp die elke nacht weer wacht – nog nooit zo goed beschreven gezien. Meestal wordt het zelfs helemaal niet beschreven, of afgedaan als iets onnodigs, waar je van af moet. Dat snapt de slapeloze zelf ook wel, echt. Maar het punt is nu juist dat alle zelfgecreëerde rituelen de enige beschikbare optie vormen – en zelfs al werken ze vaak tegen, soms halen ze daadwerkelijk iets uit.

Bortnes behandelaars krijgen weinig vat op zijn probleem. Het liefst proppen ze hem vol met slaappillen of antipsychotica, een kortetermijnremedie die al jaren niet meer werkt. Hij komt op de wachtlijst voor een slaaponderzoek, maar belandt nooit bovenaan. Hij probeert acupunctuur, yoga, sport, psychotherapie. Hij probeert zich te troosten met het romantische feit dat veel kunstenaars, grote denkers en wereldverbeteraars ‘met een glas wijn en een jazzplaat op de achtergrond’ óók wakker liggen. Hij overtuigt zich ervan dat hij echt genoeg heeft aan drieënhalf, misschien vier uur slaap. Alleen krijgt hij die niet.

Gaandeweg Bortnes overigens meestal onderkoeld en ironisch beschreven zoektocht naar slaap en kennis over slaap wordt hem steeds duidelijker dat vrijwel alle slaapdeskundigen precies dat zijn: slaapdeskundigen – géén slapeloosheidsdeskundigen. De boeken die zij schrijven over slaapstoor­nissen, gaan massaal uit van een tijdelijk probleem. Veroorzaakt door stress, door jonge kinderen, door een te ontregelend uitgaans­leven, niet zelden door een al dan niet be­wuste keuze om nachten door te halen. De boeken – Arianna Huffingtons bestseller ‘De slaaprevolutie’ voorop – lijken te zijn ‘geschreven door en voor mensen die kúnnen slapen als ze dat willen’. Ze hoeven alleen maar overtuigd te worden dat het belangrijk is.

Dat weet Bortne allang. Dat weten alle ­slapelozen die hij op forums spreekt allang. Het wordt hen iedere dag dat hun wallen dieper zakken ingepeperd. En dus worden ze gallisch van de goedbedoeld verstrekte adviezen in de trant van warme melk. De ‘medelevende’ klaagzangen van vrienden die ook een keer een nachtje ‘slechts’ vijf uur haalden. Behandelaars die zeggen dat je ‘gewoon’ moet leren loslaten.

Waar blijft die ene oplossing? Als Bortne aan een slaapprogramma meedoet waarin je vooral níet mag slapen, werkt dat voor verrassend veel deelnemers. Als in: ze slapen ineens wel. Hijzelf trouwens niet. Wel vormen zijn medepatiënten een soort spiegel, die hem leert dat hij misschien wat minder energie moet proberen te steken in de waaromvraag. Moet stoppen met denken, en moet leren ondergaan. ‘Zichzelf ervan overtuigen dat alles zijn slaap om zeep helpt, is hoe dan ook de belangrijkste taak van de slapeloze’, schrijft hij. Het is dus tijd voor plichtsverzuim. Wie erin slaagt de slaap minder waarde toe te kennen, devalueert tegelijkertijd de slapeloosheid.

Dat is inderdaad makkelijker gezegd dan gedaan. Bortne vindt er een medisch erkende manier voor, ‘geen wondermiddel, maar iets waaraan je moet blijven werken, misschien wel voor de rest van je leven’. En hij vraagt zich af waarom hij daar in zijn zestien wakkere jaren nooit iets over hoorde. ‘Waarom is het altijd een kwestie van pillen of niets? Waarom had ik elke keer dat ik met een arts over mijn slapeloosheid sprak het gevoel dat ik de eerste was die met dit probleem bij hem kwam?’ Goede vragen, die inmiddels ook een aantal slaapdeskundigen begint te stellen.

Ik hoop dat hij veel lezers krijgt, vooral mensen die hun slapeloze partner, vriend of ­patiënt niet begrijpen. Als dat gekeerd kan ­worden, is er wellicht een begin van een oplossing.

null Beeld
Beeld

Anders Bortne
Slapeloos
Vert. Carla Joustra en Kim Snoeijing. Volt; 224 blz. € 21,99

Lees ook:

Woelen, draaien, dolen; fotografe Annabel Oosteweeghel bracht de wanhoop van slapelozen in beeld

In het holst van de nacht fotografeerde Annabel Oosteweeghel mensen die urenlang wakker liggen of ronddolen. Van alles proberen ze, maar niets helpt. ‘Ik heb een soort kater van de nacht.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden