null Beeld
Beeld

BoekrecensiesKortjes

Korte recensies: de bloemetjesjurk van Valentijn Hoogenkamp en een postume Valens

Redactie Trouw

Nu Valentijn Hoogenkamp geen vrouw meer is, gloort geluk

Valentijn Hoogenkamp ging voorheen door het leven als Helena, maar realiseerde zich een aantal jaar geleden dat hij geen meisje is. In zijn coming of gender-essay Antiboy beschrijft hij zijn transitie.

Het lastige aan een vrouwelijk lichaam is dat, zeker als je het opdoft, anderen er aardig mee aan de haal kunnen gaan. In Antiboy schetst Valentijn Hoogenkamp wat er gebeurt als hij als vijftienjarige, dan nog Helena, in meisjesoutfit de klas in wandelt. Rozenjurk, engelenhaar: ik weet hoe ik een meisje moet maken, noteert de ‘ik’. ‘Is this the face that launched a thousand ships’, zegt de leraar. ‘Jij bent echt zo’n sixties meisje’, verzucht een man van in de zestig op een feestje.

De ik ondergaat opmerkingen en blikken gelaten, afstandelijk: ‘Zij kijken naar haar en ik kijk naar haar’. De vervreemding is kwellend.

Coming of gender-essay

In Antiboy doet Valentijn Hoogenkamp verslag van zijn coming of gender, zoals het op de achterflap heet, ofwel van het bijzondere traject dat hij aflegde voor en na een borstamputatie; een verandering waar hij, toen nog Helena, eerder over sprak in een interview in deze krant.

Hoogenkamp is drager van een borstkankergen, zijn moeder stierf aan eierstokkanker. Voorafgaand aan de operatie besluit Hoogenkamp al dat hij geen borstreconstructie wil en ook niet meer als vrouw door het leven wil gaan. Aan dat besluit gaat lang onbehagen vooraf wat hij in dit literaire essay omfloerst en associatief, in chronologie heen en weer springend, maar ook helder en welsprekend onder woorden brengt.

‘Ik kom uit een geslacht van leugenaars’ luidt de uitdagende eerste zin, waarna de verteller verhaalt over zijn pogingen om toch met de meisjes mee te doen op school, over de wanhoop om die verkeerde botten, de huid die niet kan worden uitgetrokken, de weerzin voor de spiegel. Hij schetst de moeizame verhouding met zijn inmiddels overleden moeder wier jurken, oorbellen, nepparels hij in zijn kamer heeft uitgespreid.

‘De vrouw die ze wilde dat ik werd tekent zich duidelijk af op de vloer, ligt hier in haar lege kleren tussen haar versleten meubels, overwoekert mijn huis.’

Een platte borst

Verbazingwekkend is de ontmoeting met de kortzichtige mannelijke gynaecoloog die de verteller voorhoudt dat ze mooie borsten heeft en geen maat kleiner moet willen na de ingreep. Als Helena meldt dat ze geen reconstructie wil, wordt ze doorgestuurd. ‘De dokter is overgekwalificeerd voor een platte borst’.

Geliefde Pierre verzorgt de patient liefdevol maar heeft geen zin om ‘de vriendin van Freddie Mercury te worden’. De ik houdt stand. ‘Ik wil niet meer willen verdwijnen.’

Eenvoudig is de transitie niet, maar Hoogenkamp ‘gelooft in woorden’, in ‘de nieuwe naam’ en klaarheid gloort aan het slot.

null Beeld
Beeld

Valentijn Hoogenkamp
Antiboy
De Bezige Bij; 106 blz. € 12,99

Een zomers rouwdagboek

Het is een rouwdagboek, een memoir, een requiem, een mix van alle drie. Zsusa Bánk (De zwemmer, Slapen doen we later), Duits schrijver met Hongaarse wortels beschrijft in De Paradijstuin het jaar waarin haar vader ziek wordt en sterft, haar meest persoonlijke boek tot nu toe. Een bezwering is het vooral, van alles wat passeert als datgene gebeurt wat ieder van ons zal meemaken: dat dierbaren sterven.

Alles begint in de zomer, als ze haar vader naar zijn laatste Hongarijezomer wil brengen aan het Balatonmeer, waar haar ouders een zomerhuis hebben. Zodat hij nog een keer een gekoelde Saproni (bier) kan drinken en over het weidse blauw kan uitkijken. Of om nog een heel eind te zwemmen, waar in het Hongaars zelfs een speciale uitdrukking voor bestaat: jó úszás, volgens Bank de kern van de Hongaarse zomer. Maar de toestand van haar vader verslechtert snel.

In haar vloeiende, poëtische stijl meandert Bánk van de grote emoties rond het afscheid nemen en sterven naar de zakelijke, banale handelingen die na een overlijden noodzakelijk zijn, zoals het verkopen van de oude Mercedes van haar vader - waar nog een cd van Johnny Cash in de speler blijkt te zitten. Een troostrijke vondst. (Andrea Bosman)

null Beeld
Beeld

Zsuzsa Bánk
De paradijstuin (Sterben im Sommer)
Vert. Irene Dirkes en Lucienne Pruijs
Nieuw Amsterdam; 265 blz. € 22,95

Lenzen voor je oren

Ik doe even mijn lenzen in, want dan kan ik je beter verstaan.’ Het gehoor van schrijfster en scenarist Manon Spierenburg gaat als jongvolwassene hard achteruit. Lichaamstaal en lip­lezen maken dat voor haarzelf en de omgeving lang verborgen blijft dat het geluid steeds meer wegvalt.

Geestig beschrijft Spierenburg in Doof! de kluchtige situaties waarin ze belandt. Dat ze bijna onder de tram loopt en dat de klusjesman haar moet ­informeren over de baby die niet ophoudt met krijsen.

Op het werk, tijdens borrels en bij het schoolhek gaat van alles mis. De warboel betrekt Spierenburg niet op zichzelf. Totdat ze na het zoveelste conflict bij een kno-arts terechtkomt en haar oren nog slechts voor 20 procent blijken te functioneren.

Hoe bestaat het dat niemand dit ooit eerder heeft opgemerkt, vraagt ­Spierenburg zich af. Om zelf het ­antwoord te geven: ‘Waarschijnlijk dachten ze al die tijd dat ik aan de drank zat’. (Elias van der Plicht)

null Beeld
Beeld

Manon Spierenburg
Doof!
Podium; 222 blz. € 21,99

Postume Valens

Anton Valens, schrijver en schilder, liet bij zijn dood in 2021 een klein oeuvre na dat zo eigen is dat je hem bij het lezen van een enkele zin al kunt herkennen. Er is dikwijls een wat verlegen man aan het woord die de lezer toespreekt in een prettig ouderwets aandoende stijl, met veel oog voor details die ieder ander zouden ontgaan. Zo ook in deze nagelaten novelle.

‘Een onzang, dacht ik, het is alsof hij het liedje ter plekke baart en tegelijk wurgt en daarbij kermt en perst en puft’. Dat is dus zo’n Valens-zin. Een naamloze schilder heeft het hier over zijn vriend Stanley, een Surinaamse liedvertolker die in een kraakpand woont en optreedt voor gemiddeld drie mensen publiek.

In de marge rommelende mensen

Een wagon vol duivels is een postume uitgave, en soms kun je dat zien. In de eerste zin wordt gesproken over een kamer die in twintig jaar ‘ogenschijnlijk hoegenaamd niet veranderd is’. Dat wat slordigheden zijn blijven staan getuigt trouwens ook van respect.

Verder is dit een echte Valens, een verhaal over in de marge rommelende mensen die ijverig zoeken naar authenticiteit en betekenis. Al kan dit niet tot Valens’ beste werk gerekend worden, het is ontroerend deze fijne schrijver terug te vinden in deze novelle.

De schilder eindigt in zijn atelier met hernieuwd enthousiasme, ‘een zeker vuur zelfs, gemengd met iets dat aanvoelde als schroom’. (Gerwin van der Werf)

null Beeld
Beeld

Anton Valens
Een wagon vol ­duivels
Atlas Contact; 108 blz. € 19,99

Gewelddadige jacht op koningsmoordenaars

Het zijn zowaar beelden uit de fantasy-serie Game of Thrones die opdoemen tijdens het lezen van Robert Harris’ historische roman Regicide. En niet alleen omdat er met zwaarden gevochten werd in de zeventiende eeuw, de tijd die Harris koos voor zijn deels waargebeurde verhaal. Ook omdat het draait om zogenoemde koningsmoordenaars, in Harris’ geval die op koning Charles I, geëxecuteerd in 1649 door de puriteinse volgelingen van Oliver Cromwell en zijn zoon Richard. In de HBO-serie speelt een ‘kingslayer’ een hoofdrol. Maar vooral de wreedheid herinnert aan het tv-drama. Harris baseert zich op de realiteit; aan de wijze waarop deze koningsmoordenaars worden afgeslacht kunnen de makers van Game of Thrones nog een puntje zuigen.

Daarmee stopt de vergelijking. Harris’ op feiten gebaseerde verhaal speelt zich af in de periode nadat ­koningsgezinden in 1660 de macht terugpakten van de puriteinen. Royalisten zetten de meedogenloze tegenaanval in op de moordenaars van Charles I. Vooral over de klopjacht op twee van hen – Edward Whalley en Wiliam Goffe, die naar New England, het latere Amerika, vluchten – gaat Regicide.

Wie feitelijk die jacht leidde is onbekend, schrijft Harris in zijn voorwoord. De auteur creëerde daarom zelf een geloofwaardige achtervolger. De twee protestanten weten op het andere continent jaren aan zijn zwaard (en pistool) te ontsnappen.

Rond deze verhaallijn zet Harris prachtig de wereld van toen neer. Eenzelfde geslaagde methode als in zijn eerdere op feiten gebaseerde boeken, zoals De officier. Jammer dat het slot van Regicide gekunsteld overkomt. Toch een aanrader voor wie van spanning én historie houdt. (Harriët Salm)

null Beeld
Beeld

Robert Harris
Regicide (Act of Oblivion)
Vert. Rogier van Kappel
Cargo; 463 blz. € 24,99

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden