RecensieBoeken

Klassieker in nieuw jasje: ‘De straat’ van Ann Petry

Ann Petry

De zomer is hét moment om bij te lezen; veel klassiekers krijgen een nieuw jasje. Deze week: ‘De straat’ van Ann Petry.

In 1946 zorgde Ann Petry voor een literaire sensatie in de VS met haar debuut ‘The street’, waarin een jonge, alleenstaande moeder zich in Harlem moet zien te redden. Zelf kwam Petry uit een relatief welvarend milieu, maar door haar werk in Harlem, eerst in het naschoolse onderwijs, en later als journalist, kende ze het leven in deze ‘zwarte’ wijk op haar duimpje.

Het is een beschamend wonder dat een Nederlandse vertaling van deze bestseller zo lang op zich heeft laten wachten. Maar nu is die er – Lisette Graswinckel leverde puik werk af – en wat deze lezer, anno nu, nog het meeste trof is het Amerikaanse karakter van de roman. 

Amerikaans, niet omdat George Floyd onder de schoen van een blanke politieagent het leven liet – ‘I can’t breathe’ verwoordde wereldwíjd gevoelens van woede, onmacht en verdriet – maar omdat de straatarme Lutie Johnson vergiftigd raakt door het idee dat een betere toekomst voor haar en haar zoontje Bup in haar eigen handen ligt. “Als Benjamin Franklin van weinig geld kon rondkomen en toch kon slagen in het leven, dan zij ook.”

Ik wil geen gunst, Ik wil een baan

Pijnlijk genoeg doet ze die American Dream op wanneer ze, vér van huis en haard, als mammy voor het zoontje van blanken zorgt omdat haar man Jim geen werk kan vinden. “Rillend van de kou kwam hij dan thuis”, schrijft Petry, “en zei: ‘Die blanken kunnen barsten. Ik wil geen gunst. Ik wil alleen een baan. Gewoon een baan. Snappen ze niet dat ik mijn huidskleur zou veranderen als ik dat kon?’” 

Ziehier de in zijn trots gekrenkte en geknakte man, en de tragiek van zijn vrouw die voor het geld moet zorgen, waardoor manlief alleen maar verder in zijn eigen achting daalt en troost gaat zoeken in de armen van een ander. Het is, zo weet Lutie ondertussen, het lot van menig zwarte man en vrouw.

Na een kort verblijf bij haar drankzuchtige vader en zijn vriendin, die er geen been in ziet de achtjarige Bug gin te voeren, stuit ze op een smoezelig tweekamerflatje in 116th Street ‘waar het zwarte mensen was toegestaan om te wonen’. En hoewel de gure novemberwind, een ‘immense vrouw’ voor het open raam, en de huismeester die Lutie met begerige ogen monstert, weinig goeds voorspellen, besluit ze deze kans te grijpen.

Menselijk gezicht

Die huismeester is een engerd, een van de velen, en zal in de plot een beslissende rol gaan spelen, maar Petry weet ook hem een menselijk gezicht te geven. Dat doet ze door van binnenuit te schrijven, niet alleen vanuit Lutie, maar ook vanuit alle mensen die haar pad gaan kruisen. Vrijwel stuk voor stuk mensen die een derderangs leven leiden met tweederangs spullen, en een nood aan eersterangs dromen. Om die te verwezenlijken zijn ze bereid om vér te gaan, té ver misschien. 

Behalve Lutie. Opgevoed door haar oma (!) tot een deugdzaam meisje, is ze evenwel wijs en empathisch genoeg om te zien hoe armoe en racisme mensen van hun fatsoen kunnen beroven. Maar als Bup met schoenenpoetsen iets bij wil verdienen, is Lutie onverbiddelijk: ‘Ik sta niet toe dat je op je achtste al doet wat volgens blanken alle achtjarige zwarte jongens horen te doen. Want als je schoenen poetst op je achtste, doe je dat hoogstwaarschijnlijk op je tachtigste nog steeds. Dat laat ik niet gebeuren.’

Dappere Lutie. Ze is zo vastberaden en zo van goede wil, maar – pas op! – bepaald geen slachtoffer: ze weet van zich af te bijten. En omdat ze daarbij gezegend is met een helder verstand en, zo blijkt, een onverwacht talent – ze kan zingen – ga je, tegen beter weten in, mét haar geloven in die eerste stap, weg uit de misère. Ene Boots biedt haar een baantje aan bij ‘zijn’ orkest. En net als je denkt getuige te zullen worden van haar afgang – want die stem, dat zal wel niks zijn: een worst die de louche Boots haar voorhoudt om haar in te palmen – blijkt ze nog te kunnen zingen ook. 

Toch nog een happy end?

Zou een roman die zo onheilspellend begon dan toch nog op een happy end afstevenen? Nee, natuurlijk, het is Petry’s geraffineerde pen die de lezer, samen met Lutie, meelokt in de val die wagenwijd voor haar openstaat: die Droom dus, waar je je ook als lezer aan vastgrijpt.

Arme Lutie. Véél wil ze niet: brood op de plank, een dak boven haar hoofd en een toekomst, op z’n minst voor haar kind. Maar op 116th Street gaat het niet om wat Lutie wil, maar om wat anderen van haar willen. En ze willen allemaal hetzelfde: haar bezitten, voor zichzelf of als handelswaar. Lutie is mooi, jong, begeerlijk, en er valt met dat lijf wat te verdienen. En het overkwam me dat ik zelfs ging denken: doe het nou maar gewoon. Alsof Lutie daarmee vrij zou zijn.

Maar in deze contreien waar je – tachtig jaar na afschaffing van de slavernij – nog altijd horig bent aan iemand boven jou, is vrijheid alleen weggelegd voor de man aan de top: de dikke, rijke, machtige Junto. Een blanke, over wie Boots nota bene opmerkt dat hij de enige blanke is die zich er ‘nooit rekenschap van gaf dat Boots een zwarte man was’. Maar ook Boots hangt in dit feodale stelsel aan Junto’s touwtjes. Helemaal onderaan bungelt Lutie die vanaf haar geboorte klem zit ‘in een alsmaar krimpende ruimte tot ze inmiddels zo goed als ommuurd was, en die muur was steen voor steen door ijverige blanke handen opgebouwd.’

Uit ‘De Straat’ blz. 158

“De wereld bestond uit grote tegenstellingen, bedacht ze, en als het rijkste deel ervan met hekken werd afgeschermd, zodat mensen zoals zij er slechts naar konden kijken zonder de geringste hoop er ooit binnen te komen, dan was je beter af als je blind geboren was en het niet kon zien, als je doof geboren was en het niet kon horen, als je zonder tastzin geboren was en het niet kon voelen. Nog beter was het als je zonder hersens geboren was en je je helemaal nergens van bewust was, zodat je nooit weet zou hebben van oorden met zonneschijn en goed eten in overvloed, oorden waar kinderen veilig waren.”

De straat.
Ann Petry
Vert. Lisette Graswinckel
Atlas Contact; 416 blz. € 24,99

Lees ook:

Wat moet je luisteren, zien en lezen om de Black Lives Matter-beweging beter te begrijpen?

De betogingen tegen racistisch politiegeweld in de VS houden aan. Ook in Nederland wordt gedemonstreerd. Ondertussen vliegen de lees-, luister- en kijktips over antiracisme je op sociale media om de oren. De Black Lives Matter-beweging vindt haar oorsprong in de Verenigde Staten, en dus liggen de nachtkastjes op Instagram vol met literatuur uit dat land. Waar moet je beginnen als je de Black Lives Matter-beweging beter wilt begrijpen? Een (onvolledige) lijst.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden