PoëzieJanita Monna

Judith Herzberg: een dichter van de twijfel

Beeld Trouw

‘Wat is er aan de hand en kunnen we daar een sticker op plakken?” Ze zei het echt, de hulpverlener. Een sticker. De 21-jarige Jason had er liefst dertien opgeplakt gekregen, ‘dertien diagnoses gek’, waardoor niemand hem meer kon helpen. Na het zien van de aangrijpende eerste uitzending van het programma ‘Tygo in de psychiatrie’ , overviel me een ontstellend gevoel van machteloosheid. Waarom al die labels? Wat kun je zeker weten?

Kort daarna las ik ‘Vormen van gekte’, nieu­we poëzie van Judith Herzberg. Open regels, geen oordeel. Is niet veel van wat we dagelijks zonder nadenken doen goed beschouwd best vreemd? “praten tegen poezen / is een vorm van gekte / tegen leguanen ook // trouwen / is een vorm van gekte / wantrouw ook”.

Herzberg is een dichter van de twijfel en daarmee van de behoedzame formulering. Ja, het gaat in haar werk over grote onderwerpen. Leven en samenleven, liefde, dood, oorlog. Maar ferme uitspraken daarover vind je niet, wel tal van zinnetjes die even tot nadenken stemmen: “Juist // Het geen / vuist willen / maken / vereent.” Het is een soort schuifelen in taal, een heel precies, ritmisch schuifelen. Voetje voor voet­je langs de afgrond scheren en daar dan een laagje klankrijke taal overheen leggen, zo licht dat het bijna zweeft.

Ze kreeg er de hoogste literaire eer voor. De P.C Hooftprijs, de Prijs der Nederlandse Letteren. Prijzen overigens zonder nominaties, iets waar ze in deze bundel venijnig naar uithaalt, naar dat wedstrijdelement in poëzie. Om enkele regels verder te constateren dat in haar eigen lichaam dan weer wel flink gevochten wordt: “Maar in en om mijn lijf / woedt strijd / het donker glanzend haar / heeft het al afgelegd / tegen het grijs, / wordt matter.”

Geen vuist, maar twijfel en ruimte

De dichter wordt ouder, en dus gaat het ook over herinneren en over de drang om vast te houden, een landschap waar je aan voorbij loopt, bijvoorbeeld, en dat uiteindelijk blijkt ‘Hoe kieskeurig het onthouden’ is. Al zijn er ook dingen die altijd blijven, in leven en in werk. De oorlog. De onderduik: hoe toen, in 1944, een naam, ‘mijn echte naam’, een ‘gevaarlijk woord’ was.

Herinneringen aan het nieuws over de man die in de VS vanuit een hotelkamer lukraak schoot op willekeurige festivalbezoekers, lijken doorgesijpeld in deze regels: “Ik dacht niet aan mijn moeder / toen ik de stengun plaatste / in het open raam.” Een monoloog van de moordenaar waarin de man even weer zoon is.

De openheid van haar taal, met de onopvallende woorden, de natuurgetrouwe dialoogjes, de veelzeggende, niet afgemaakte zinnetjes (‘Waar is – / O nee dat heb / hé daar / maar wacht –’), biedt ook plaats voor een soms pijnlijke humor. Nu en dan worden observaties niet meer dan een grapje, lijken de woorden net te makkelijk om een idee geplooid. 

Maar vaker is Herzberg bedachtzaam. Geen vuist, maar twijfel. En ruimte. “hopen / is een vorm van gekte / wanhoop ook”.  

Helpman, 1944

Aan doden dacht ik niet
maar wist dat deze levenden
me door hun moed
voor moord behoedden
en ook dat ik
door een gevaarlijk woord
bijvoorbeeld door mijn
echte naam te noemen
groot onheil halen kon
over de hele Quintuslaan.

Judith Herzberg

Judith Herzberg
Vormen van gekte
De Harmonie; 48 blz.; € 17,50

Janita Monna (1971) is journalist en recensent. Ze woonde lange tijd op Bonaire waar ze als correspondent werkte. Monna werkte als redacteur Poetry International festival en was initiatiefneemster voor de jaarlijkse Gedichtendag. Voor Trouw schrijft ze wekelijks over poëzie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden